Tandarts met eigen truck

Wouter Vriesman heeft een praktijk op zijn riante woonark, in Almere en aan de Costa Blanca. Deze zomer gaat hij in een truck gebitten van bootvluchtelingen in Marokko saneren.

De tand des tijds knaagt aan mijn gebit. Ik bel mijn tandarts: „Mijn ondertandjes zijn bijna zo zwart als die van oud-minister Remkes.” „Daar gaan we wat aan doen gozer”, zegt Wouter Vriesman. Ik wil weten of ik naar Almere of naar zijn ark in de Vecht moet. Ik wil ook wel naar Spanje.

In Almere heeft Vriesman samen met een compagnon een state of the art praktijk. De assistentes verplaatsen zich op rollerskates. ’s Avonds helpt hij in de behandelkamer van zijn riante woonark patiënten die overdag niet kunnen, en aan de Costa Blanca deelt hij een praktijk voor overwinteraars die hun vakantie combineren met de renovatie van hun gebit.

Omringd door de allerlaatste hightech lig ik in de stoel. Ik hoor de eeuwig zingende banden op de A1. De ark wiegt zachtjes heen en weer op de hekgolf van een passerende boot. Op de monitor naast me zie ik, monsterlijk uitvergroot, de zwarte stompjes in mijn onderkaak.

Zolang hij met mijn gebit bezig is, moet ik mijn mond houden, maar hij kan me niet beletten dat ik over hem nadenk. Ik zie Wouter Vriesman als een gewiekste ondernemer die zijn leven zo prettig mogelijk heeft ingericht. Als vakman minutieus, als mens bepaald niet pietluttig.

Het is hem niet aan te zien dat hij al een carrière achter de rug heeft. Hij had een grote praktijk in Amsterdam met vijf tandartsen en twee mondhygiënistes. Toen hij steeds minder aan zijn vak toekwam, verkocht hij de handel en begon met een jongere collega de praktijken in Almere en Spanje. Vriesman is 46. Hij ziet er goed uit en is een begeerde vrijgezel. Hij houdt van mooie, aparte en spannende mensen, dingen en dieren.

Hij is klaar. Ik zie een rijtje puntgave ondertanden op de monitor. Niet te geel, niet te wit. Net goed: net echt. „Niet peuteren. Het moet eerst even doorharden, anders springen er stukjes af.”

Ik mag weer praten. „Krijg je daar nou nooit genoeg van, altijd in die monden wroeten?”, vraag ik. „Ik zal je eens wat laten zien”, antwoordt hij. Hij houdt een foto van een DAF-truck onder mijn neus. „Met deze truck ga ik in september twee maanden naar Marokko om bootvluchtelingen te helpen. Komen ze gesaneerd aan op de Canarische eilanden.”

Ik ben met stomheid geslagen. „M’n Dafje wordt omgebouwd tot een mobiele praktijk. Van buiten Parijs-Dakar, van binnen supergeavanceerd. Ik heb een tandartsstoel van dertigduizend euro met alles erop en eraan van een sponsor gekregen.”

„Je wordt dus een tandarts zonder grenzen?” Hij zegt: „Maar dan wel een met een eigen truck en eigen stichting: Dental Care Everywhere.”

Een van zijn komende projecten is een weeshuis in Ghana. Alleen moet je daar 4.000 kilometer voor door de Sahara reizen. Omdat hij niet langer dan twee maanden per jaar weg kan, laat hij als het zover is, de truck brengen en neemt zelf het vliegtuig. De kindertjes hoeven niet bang te zijn. Hij is angsttandarts.

Vriesman heeft een zwak voor de Senegalese straatverkopers in zijn werkgebied Benidorm, die dachten in een paradijs terecht te komen. Hij koopt meer horloges en zonnebrillen dan hij weg kan geven. In ruil voor een glimlach houdt hij hun gebit bij. Zijn ervaring is dat hun gebitsproblemen niet anders zijn dan die van ons. Dat de tanden van donkere mensen zo wit lijken, komt door het contrast. Overigens is hij niet van plan om in Afrika ondertandjes wit te maken. Daar is belangrijker werk te doen. Hij werkt straks vanuit medische hulpcentra, maar zal ook onderweg hulp bieden als daar behoefte aan is.

Hoe is zijn Arabisch, Swahili en Hausa? „Ik heb geen woorden nodig voor wat ik wil.” Hij legt uit: „Ik had een Porsche kunnen kopen, maar ik heb gekozen voor een truck. Daar heb ik goed over nagedacht. Voor je het weet zit je in je midlifecrisis. Je assistente vindt je geweldig, je vrouw vindt je creditcard geweldig en jij vindt jezelf geweldig. Daar pas ik voor. Ik wil geen spijt krijgen dat ik bepaalde dingen in mijn leven niet heb gedaan.”

Ik hoor hem met open mond aan. „Ik zie dat je toch gepeuterd hebt”, zegt hij.