Koop mij!

Het is maandag en ik ben in Cannes voor een televisiebeurs en het is warm, heel warm. Duizenden mannen en vrouwen in pak die elkaar in een bijenkorf van zweterige achterafkamertjes televisieprogramma’s proberen te verkopen. Espressoapparaten gorgelen, televisieschermen schreeuwen en gipsplaten wandjes zuchten van al de vleierij en het opgeklop.

Voetje voor voetje, schoudervulling aan schoudervulling, waggelen we over de bewegende vloerdelen langs de honderden stands. De lucht ijl, de ramen beslagen en niemand wil met me praten. De zon brandt op het gebouw, een monsterlijke kolos in de haven van Cannes, en eigenlijk moet iedereen stoppen met wat-ie doet, de zee in rennen en in de branding caipirinha’s drinken en naar de horizon kijken.

Maar dat kan niet, want misschien mis je die ene afspraak waar die ene deal uit komt waardoor jouw tv-idee de hele wereld overgaat. Mijn twee vriendjes en ik hebben ook wat te verkopen, één programma, daarom heb ik óók een pak aan en probeer ik uit alle macht niet te zweten. Want straks komt mister hotshot misschien langs en dan wil je niet zweten.

De Nederlanders zijn goed vertegenwoordigd. Tot enkele jaren terug was alles wat op tv-gebied uit Nederland kwam goud waard en nog steeds doen we goed mee. Met Endemol, Eyeworks, IDTV en vele andere tv-producenten. Veel Nederlandse bedrijven liggen met een grote boot in de haven van Cannes en op die boot worden dan de afspraken afgewerkt. Toastjes smeren, wijn inschenken, proberen niet te zweten en hopen op die deal, en het liefst die deal die alle andere deals overbodig maakt. Gigantische motorboten en zeiljachten liggen zij aan zij, de een nog obscener dan de ander, smachtend naar aandacht van de groepjes Amerikanen, Koreanen, Japanners en Arabieren, op zoek naar die ene quiz of realityshow om hun televisiezender mee te vullen.

Wij hebben ook een boot. Een kleine, sympathieke zeilboot. Ingeklemd tussen twee gigantische motorjachten. Eigenlijk hadden we een roeiboot moeten nemen, als tegenbeweging. Praat met mij. Kom op onze boot. Koop ons. Het is een soort prostitutie. Ach, wat is het warm. Ik wil zwemmen. De boord van mijn jasje snijdt in mijn nek, het elastiek van mijn onderbroek knelt in mijn zij, mijn overhemd plakt tegen mijn rug. De groepjes schuifelen over de kade. De buren hebben beet en een groepje pakken klimt aan boord. Ze worden overladen met hoffelijkheid en even later klinkt het ontkurken van een fles. Mijn tong smakt jaloers. Oeh, wat is het warm. Het zweet gutst over mijn voorhoofd. Hou je pak aan. Kom aan boord. Close the deal. Show me the money.

Na een paar uur hou ik het niet meer uit. Ik trek mijn zwembroek aan en loop over de kade, door groepjes pakken, naar een stapel basaltblokken waar ik de zee in kan. Een half uur later ben ik terug, afgekoeld en gelukkig. Ik loop de loopplank over en de boot op. Achter mij hoor ik de stem van een man. Oh god. Ik draai mij om. Het water druipt van mijn lijkbleke blote bast over mijn monsterlijk lelijke zwembroek en mijn door schaafwonden gehavende, eveneens spierwitte benen. Een man in donkerblauw pak met rode das kijkt mij aan. Naast hem een vrouw met een aktetas. Hij steekt zijn hand uit. Ik geef hem de mijne. Het water druipt over de rug van zijn hand en hij veegt ’m snel af aan zijn broekspijp. Hij stelt zich voor. Het is de baas van Sony Argentinië. Ik krijgt het meteen weer héél warm.

PS: En nu is het dinsdagochtend, een dag later en hebben we opeens succes en zijn de pakken zijn niet aan te slepen! Hoera! Hier die kurkentrekker!

Beau van Erven Dorens