Ja, dat is zeker nodig, voor onze veiligheid

Het opslaan van beldata kan inzicht geven in criminele en terroristische netwerken.

Privacy wordt niet geschaad en de veiligheid juist gediend.

Het CDA is voorstander van het wetsvoorstel van minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) waarin telecombedrijven worden verplicht om gegevens over telefoongesprekken en dataverkeer achttien maanden te bewaren.

Ook nu bewaren telecombedrijven gegevens over het dataverkeer gedurende een aantal maanden. De periode voldoet echter niet meer aan de Europese richtlijn. Deze schrijft een periode van minimaal een half jaar en maximaal twee jaar voor. Met het wetsvoorstel komt Nederland dus ruim tegemoet aan het voorschrift, waaraan binnenkort alle lidstaten van de EU aan moeten voldoen.

Waarom is de wet nodig? Ten eerste kan het bewaren van deze datagegevens een waardevolle bijdrage leveren aan het opsporen en oplossen van zware criminaliteit en terrorisme. Juist in een vroegtijdig stadium – de voorbereidingsfase van bijvoorbeeld een terroristische aanslag – is het traceren van verschillende contacten die mogelijke terroristen hebben gehad van belang; het is een zeer effectief bestrijdingsmiddel gebleken. Immers, inzicht in contacten tussen criminelen en terroristen – via internet of mobiele telefonie – geeft een beeld van (mogelijke) netwerken en hun locaties.

Is het nodig de gegevens langer dan een half jaar te bewaren? De termijn van anderhalf jaar kan van groot belang zijn: onderzoek naar criminele organisaties kan veel tijd vergen, pas laat op gang komen en tijden stil liggen door een gebrek aan aanknopingspunten. Oudere gegevens kunnen dan goed van pas komen.

Een veelgehoord argument tegen het bewaren van telecomgegegevens is de kostenstijging die dit teweegbrengt bij telecombedrijven. Die kosten vallen echter wel mee. De overheid geeft namelijk een vergoeding voor de administratie- en personeelskosten die bedrijven maken wanneer de bewaarde gegevens door de autoriteiten worden opgevraagd. Aan de grootste kostenpost wordt dus tegemoetgekomen. Daarnaast is de bestrijding van ernstige criminaliteit van wezenlijk belang. Daar mogen dus ook kosten tegenover staan.

Bovendien blijft de privacy van burgers voldoende beschermd. Immers, niet het bewaren, maar het opvragen van de gegevens is privacygevoelig. Daarbij komt dat de bewaarde gegevens slechts van technische aard zijn; over de inhoud van e-mails of telefoongesprekken wordt niets vastgelegd. Op te vragen is alleen wie met wie contact heeft gehad, op welk tijdstip en op welke locatie. In tijden van toenemende terrorismedreiging en grensoverschrijdende criminaliteit is de bescherming van ons allemaal bovendien van groter belang dan de privacy van bepaalde individuen.

Coskun Cörüz is Tweede Kamerlid (CDA)

Meer over deze kwestie op de site van College Bescherming Persoonsgegevens: cbpweb.nl