Internetfilters op een hellend vlak

UPC gaat 3.000 sites voor kinderporno blokkeren. In het nieuwe regeerakkoord wordt voorgesteld om radicaliserende sites tegen te houden. Wat verder?

De internetprovider UPC gaat de toegang tot 3000 kinderpornosites blokkeren aan de hand van een lijst van het Korps Landelijke Politiediensten. Het belang hoeft geen betoog. Kinderporno is méér dan vieze plaatjes, het is een bron van vaak gruwelijk kindermisbruik. Dat moet hard worden aangepakt – maar wel bij de wortel. Of internetfilters dan de juist weg zijn was de vraag op een debat in De Balie te Amsterdam over ‘De prijs van een veilig internet’.

Het onderwerp kreeg een speciaal accent door het kersverse regeerakkoord: ,,teneinde radicaliserende boodschappen en voorlichting over middelen van terreur te bestrijden, wordt voorzien in de mogelijkheid om het doorgeven van boodschappen door internetproviders te verbieden”.

Er zijn klanten die de beslissing van UPC een begin van censuur van internet noemen. En censuur is verkeerd. Het antwoord van UPC: ,,maar wij vinden kinderporno verwerpelijk en we doen er daarom alles aan om dat van het internet te krijgen”.

De moeilijkheid met deze motivering is dat de provider een doorgeefluik is en in principe geen eigen oordeel toekomt. Er gaat ook heel wat Unfug over de telefoonlijn. Toch heeft de telefoonmaatschappij daar geen boodschap aan.

De vragen over internetblokkades gaan verder dan de rare uitschieters van de filtertechniek. De advocate Babcock werd een e-mailadres geweigerd door een provider vanwege het Engelse schuttingwoord voor penis in haar naam. In Amerika bleek een zedelijkheidsfilter sites over veilig vrijen, een belangengroep van geamputeerden en de vrouwenbeweging Now te blokkeren.

Dit zijn meer dan amusante anekdotes. Het illustreert hoe moeilijk het is een grens te trekken als het filter eenmaal uit de kast is. Het is tot daar aan toe als internetgebruikers het zelf kiezen. Er is ook zoiets als ‘een recht niet te weten’.

Dit wordt anders wanneer de filters van bovenaf worden aangebracht. In het Baliedebat pleitte het Kamerlid Arda Gerkens (SP) voor het blokkeren door providers van schurkachtige pornosites die bijvoorbeeld in Rusland zitten en niet te grijpen zijn. Zij vond wél dat dit een uitzondering is die slechts wordt gerechtvaardigd door het bijzondere kwaad van kinderporno. Gerkens wees het radicalenfilter van het regeerakkoord van de hand. Maar wat is het principiële verschil? Daar zei ze weinig over.

Het grote probleem met de actie van UPC is dat het een hellend vlak inluidt, net zoals trouwens het regeerakkoord. De vorige minister van Justitie Donner omschreef radicalisering als ,,de bereidheid de uiterste consequentie uit een denkwijze te aanvaarden en die in daden om te zetten”. Hij voegde daar direct aan toe dat dit op zichzelf geen reden kan zijn om er tegen op te treden: ,,Er zijn immers omstandigheden waaronder een dergelijke geesteshouding te prijzen valt – in elk geval achteraf.” Vooral dat laatste maakt preventieve blokkade riskant.

Het argument van een hellend vlak heeft een ingebouwde zwakte, noteerde een strafrechtsgeleerde jaren geleden: in feite erkent het immers dat de eerste maatregel in een rij ,,op zichzelf niet ontoelaatbaar is”. Deze spitsvondigheid miskent de kern van het gevaar: als de eerste horde eenmaal is genomen worden vervolgstappen steeds makkelijker en smelten principiële bezwaren als sneeuw voor de zon.

Een voorbeeld uit de strafrechtspleging zijn undercoveracties. Ze werden ingevoerd met een beroep op het uitzonderlijke gevaar van zware (drugs)criminaliteit en leiden nu tot de inzet van ‘lokhoeren’ om potentiële klanten te verbaliseren. Vrij Nederland citeerde onlangs een onderzoeker van cameratoezicht in gemeenten: ,,Destijds vond ik de ongerustheid overdreven maar nu Nederland steeds voller hangt met camera’s en de kritiek op aantasting van onze privacy vrijwel is verstomd, begin ik me zorgen te maken.”

Het gevaar van een hellend vlak wordt bij internetfilters versterkt doordat de selectiecriteria vaak onduidelijk worden gehouden om uitwijken van geblokkeerde sites naar een ander internetadres te bemoeilijken. Wat ze trouwens tóch doen. In elk geval is het moeilijk te verdedigen om het aan de politie over te laten wat we niet mogen zien – zoals UPC doet – in plaats van aan een rechter. Het gaat hier om de door Europa gegarandeerde ontvangstvrijheid van iedere burger. Instellen van een publiek-private ‘geschillencommissie’ waarvan nu sprake is, verfoezelt de verantwoordelijkheden alleen maar.

Waarom wordt tabak ook niet taboe verklaard op internet? Of meer dan drie uur telegokken, zoals China vorige week aankondigde? China heeft ons trouwens nog veel méér te leren over ,,het zuiveren van de internetomgeving’, zoals president Hu Jintao het noemt.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

kuitenbrouwer@nrc.nl