In Vakarai is zelfs de begraafplaats gesloopt

Het plaatsje Vakarai aan de oostkust van Sri Lanka ligt in puin na een strijd tussen het leger en de Tamil Tijgers. De boeren en vissers die terugkeren, kunnen weinig anders dan wachten tot het leger hulporganisaties toelaat.

De Tamil Tijgers hebben er alles aan gedaan om Vakarai in hun greep te houden. Dit was hun laatste kustplaats in het oosten van Sri Lanka, hier legden ze hun boten aan om het gebied tot aan Trincomalee te bevoorraden met wapens uit hun bolwerken in het noorden van het eiland. Nu zijn hun tientallen stellingen in de droge grasvlaktes langs de weg naar het stadje verlaten. Na drie maanden vechten tegen het leger hebben de rebellen in januari het hazenpad gekozen en de velden met duizenden landmijnen bezaaid achtergelaten.

In Vakarai zelf is geen gebouw onbeschadigd gebleven in de strijd. Veel van de witte huisjes die na de tsunami van december 2004 met buitenlands donorgeld zijn opgebouwd, liggen volledig in puin. Nieuwe scholen zijn half weggeslagen, het ziekenhuis is met mortierinslagen doorzeefd. Het leger heeft provisorisch de brug over de lagune herbouwd, nadat de Tijgers die hadden opgeblazen. Even verderop staan de karkassen van de trucks en tractoren die de rebellen achter zich hebben verbrand. Daarnaast hebben de militairen een begraafplaats van de Tijgers gesloopt en er kokospalmen op geplant, als symbool van victorie.

Een 51-jarige visser vertelt in zijn huisje van klei en golfplaten hoe de Tamil Tijgers (officieel Liberation Tigers of Tamil Eelam, LTTE) de lokale bevolking gebruikten in de strijd tegen het leger, dat een offensief is begonnen om de Oostelijke Provincie te ontdoen van de rebellen. „De militairen hadden ons opgedragen te vertrekken, maar de LTTE wilde ons niet laten gaan en sloot de wegen af. De rebellen hadden ons nodig om voor ze te werken terwijl zij aan het vechten waren.” Zijn naam durft hij niet te geven, omdat hij niet kan geloven dat de Tijgers niet meer terugkomen.

De LTTE voert sinds 1983 een guerrilla tegen het leger om zo een thuisland voor de Tamilminderheid in het oosten en noorden af te dwingen. Een door de rebellen veel gehanteerde tactiek, het gebruik van burgers als menselijk schild, is volgens een jonge moeder ook in Vakarai toegepast. „Als je probeert te ontkomen, schieten we je dood”, zeiden de Tijgers volgens haar.

De visser zag hoe de LTTE vanaf de weg voor zijn huis het leger begon te bestoken, hoe een mortier van het leger op zijn dak landde, hoe de explosies ledematen van burgers afrukten en hoe zijn stadgenoten werden gedood. De strijd heeft zeker 400 levens geëist. Onbekend is hoeveel burgers er onder de slachtoffers zijn.

De bevolking is in de nacht via het bos ontsnapt. „In de paniek werden oude mensen achtergelaten”, zegt de jonge moeder. „Toen we de rivier moesten doorwaden, zag ik negen of tien kinderen verdrinken omdat hun moeders ze niet meer boven hun hoofden konden tillen.”

De vluchtelingen brachten ruim twee maanden door in de ontheemdenkampen die zich uitstrekken van Chenkalady tot aan Batticaloa en zuidelijker. Onder hen waren duizenden mensen die eerder al uit Trincomalee waren verdreven en dachten veilig te zijn in Vakarai. Door de operatie in het oosten zijn in het district Batticaloa alleen al 160.000 Tamils hun huizen ontvlucht.

Enkele weken geleden keerde een deel van de bevolking terug naar Vakarai. De meeste mensen gingen vrijwillig, sommigen durfden niet, maar vertellen dat overheidsfunctionarissen dreigden de voedselvoorziening in de overvolle kampen te staken als ze niet in de bussen zouden stappen. VN-organisaties die hierop pamfletten verspreidden om de ontheemden op hun rechten te wijzen, ontvingen anonieme dreigtelefoontjes.

De boeren en vissers kunnen weinig anders doen dan wachten tot het leger de hulporganisaties toestaat het gebied te betreden om hen opnieuw te helpen met het opbouwen van hun huizen en het vinden van een inkomstenbron. „Het is een zeer frustrerende situatie voor de bevolking, voor ons en de donoren”, zegt Keramul Kabiri van Care International in Batticaloa. „Vakarai is eerder ingenomen, maar de Tijgers kwamen altijd terug.”

De inwoners leven op rantsoenen van het Wereldvoedselprogramma. Al hun waardevolle bezittingen die niet zijn vernietigd, zijn geplunderd. De mensen durven niet te zeggen wie ze verdenken, maar internationale hulporganisaties vermoeden dat de nieuwe machthebbers er meer van weten.

Ondanks deze situatie zijn de inwoners blij dat ze nu niet onder het juk van de LTTE hoeven te leven. De visser heeft jaren gedwongen als kok voor de Tijgers gewerkt in een schuilplaats in de jungle en had nauwelijks andere inkomsten, omdat zijn boot verloren was gegaan in de tsunami. Zijn zoon werd op vijftienjarige leeftijd ontvoerd door de LTTE, die elke familie via doodsbedreigingen dwong een zoon af te staan. Het laatste dat de visser over hem vernomen heeft is dat hij meevecht in het noorden. „We dachten dat een Tamil-thuisland een goed idee was, maar nu denk ik niet dat het er ooit nog komt”, zegt hij.

Het gebruik van burgers als menselijk schild, de rekrutering van kinderen jonger dan vijftien als soldaat, plunderingen: volgens het internationale recht zijn het oorlogsmisdaden. Maar mensenrechtenactivisten, intellectuelen en hulpverleners in Sri Lanka durven dat woord niet in de mond te nemen, uit angst voor represailles van het leger of de rebellen.