Houd op met die onzin over de grijze plaag

Met de lente slaat de reislust onder niet werkende 55-plussers toe. Jongeren, laagopgeleiden en mannen betalen. Aldus Erica Verdegaal in haar column ‘De grijze plaag’ in de krant van 14 april. Dat lieten lezers niet op zich zitten.

Na ‘het grijze gevaar’, ‘de grijze golf’, ‘de grijze trein’ (Nout Wellink) heeft het oudere deel van de bevolking er nu weer een predikaat bij: ‘De grijze plaag’. Mevrouw Verdegaal geeft er weinig blijk van te begrijpen hoe een pensioenfonds werkt. Behalve dat het voor het grootste deel onwaar is wat ze zegt, is het vooral onheus. Onheus tegenover de gepensioneerden. Die hebben in het algemeen een basisbedrag aan AOW, waar iedere ingezetene recht op heeft en waarvoor iedere ingezetene premie betaalt of betaald heeft in de vorm van een belasting over de eerste schijf van het inkomen.

In het pensioenfonds waarin ze deelnemen betalen ze een percentage van een deel van het inkomen – dat is een bijdrage en staat los van de kostprijs. De kostprijs van een pensioen voor het pensioenfonds wordt actuarieel vastgesteld en is per euro voor de oudere het hoogst.

Ik heb er genoeg van om door mensen als mevrouw Verdegaal voor de rest van mijn leven als een bedreiging te worden gezien. Ik heb ook genoeg van politici en de media die dat in hun onbenul zonder ophouden indruppelen in het bewustzijn van de samenleving.

Jan Karman

Middelburg

Het is een bron van ergernis steeds te moeten lezen dat hordes 55-plussers („40 procent werkt niet”) neerstrijken in jachthavens en op golfbanen, zoals nu weer in de column van Erica Verdegaal. Er wordt een opsomming gegeven die de plank volledig misslaat. Iedereen betaalt een doorsneepremie aan pensioenfondsen, onafhankelijk van leeftijd en levensverwachting.

Hoe jonger je bent, hoe meer je rendeert. Echter, jongeren zullen eens oud worden. Net zoals de 55-plussers van nu die eens jongeren waren. De ouderen van nu renderen minder dan de jongeren van nu. Maar eens waren zij jong en betaalden 7 procent pensioenpremie. Het beeld van de plaag, of het om een onuitroeibaar soort zou gaan, is beledigend voor iedereen die gewerkt heeft en keurig elke premie heeft betaald.

Cora Duin

Amsterdam

Door de column van Erica Verdegaal voel ik mij behoorlijk beledigd en vernederd. Ik mocht van mijn ouders indertijd niet studeren omdat ik een meisje was. Ik zou toch gaan trouwen en kinderen krijgen. Mijn broertje die een jaar na mij kwam, ging wel studeren. Ik heb veertig jaar lang kantoorwerk gedaan. Soms parttime – in de tijd dat mijn kinderen klein waren – de laatste vijftien jaar weer fulltime. Het was zinvol en nuttig werk en ik heb het met veel plezier gedaan, maar ik ben ook erg blij dat ik nu de keuze heb om soms op een terrasje te zitten.

Helaas is het idee van de ‘Zwitserlevengeneratie’ een onuitroeibare fantasie. Van mijn pensioentje kan ik nauwelijks rondkomen, ook al heb ik nog zo lang gewerkt. In mijn begintijd was het nog gebruik dat je ontslag kreeg als je ging trouwen. Wie van baan veranderde kon het opgebouwde pensioen ‘afkopen’. Dat wil zeggen dat je een paar honderd gulden kreeg en dat was dat. Ook was er de kwestie van de pensioenbreuk. Bij ieder baantje kwam je weer in een ander pensioenfonds. Het eindresultaat is niet super en zeker geen luxe.

Erica Verdegaal stelt het voor alsof wij, gepensioneerden, nu profiteren van het werk van jongeren, maar ik heb zelf al die jaren mijn eigen pensioen bij elkaar gewerkt en gespaard. Het is erg onsportief om de huidige generatie op te stoken tot haat jegens de ‘grijze plaag’.

Marianne Bernard

Amsterdam

Pensioenen worden in principe niet aan 55-plussers betaald, maar aan 65-plussers. De VUT, die aan 60-plussers wordt of werd betaald, is destijds bedacht om ouderen eerder het veld te laten ruimen ten behoeve van jongeren. En de Nederlandse pensioenfondsen werken niet op basis van een omslagstelsel maar op basis van het kapitaaldekkingsstelsel, hetgeen wil zeggen dat de deelnemers sparen voor hun latere pensioenen. Die worden dan betaald ten laste van het opgebouwde kapitaal en het rendement daarvan.

De merkwaardigste gedachtenkronkel is dat jongeren relatief meer pensioenpremie zouden betalen dan ouderen. Mevrouw Verdegaal lijkt er aan voorbij te gaan dat het ‘jongere zijn’ geen stationaire toestand is en dat alle jongeren – voor zover zij niet voortijdig het leven laten en dan ook geen pensioenpremies meer hoeven te betalen, terwijl hun nabestaanden wellicht wel een comfortabel pensioen ontvangen – ouderen worden. Sterker nog: de huidige ouderen zijn destijds ook jongeren geweest en hebben toen ook pensioenpremies betaald.

Zelfs als het waar zou zijn dat jongeren relatief meer pensioenpremie betalen dan ouderen, quod non, is het onbelangrijk: het is weinig anders dan een spaarsysteem. Maar jongeren verdienen doorgaans nog wat minder en over het eerste deel van het salaris, de zogeheten franchise, behoeft geen pensioenpremie te worden betaald. Gemiddeld betalen jongeren en lager opgeleiden dus juist een relatief wat lagere pensioenpremie. De latere jaren renderen voor het toekomstige pensioen vermoedelijk inderdaad het best, maar dan betaalt men ook de hoogste premies als gevolg van de op die leeftijd veelal hogere salarisinkomens.

W.A.F. Kreukniet

Amersfoort