Het uur van Wolfowitz

Moet Paul Wolfowitz opstappen als president van de Wereldbank? Die vraag blijft even in de lucht hangen na een weekeinde in Washington waarin het oordeel over zijn lot werd doorgeschoven naar het bankbestuur. Wolfowitz kwam de afgelopen weken in opspraak nadat duidelijk was geworden dat hij zich persoonlijk, tegen de regels van behoorlijk bestuur bij de bank in, had bemoeid met de arbeidsvoorwaarden van zijn bij de Wereldbank werkzame vriendin.

Is dat genoeg om ontslag te nemen of te krijgen? Daarvoor moet de achtergrond van de zaak worden geschetst. Juist onder Wolfowitz is de Wereldbank een bevlogen strijd begonnen tegen corruptie binnen de bank en daarbuiten, in de landen waar projecten van de bank en de financiering neerslaan. Wolfowitz’ eendimensionale, harde en soms selectief overkomende aanpak van dit probleem bracht hem vorig najaar al in aanvaring met zijn bestuur, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de aandeelhoudende landen van de Wereldbank. Toen dat bestuur op aanbeveling van de aandeelhouders – waaronder Nederland – de scherpe kanten van Wolfowitz’ beleid afsleep, was hij in feite al beschadigd. Dat hij nu de regels blijkt te hebben overtreden op precies dat onderwerp waarover hij de regeringen van met name ontwikkelingslanden de les moet lezen, plaatst hem in een zwakke positie. De geloofwaardigheid en reputatie van het instituut waarvan hij het boegbeeld is, hebben grote schade opgelopen. Aanblijven zou de zaak verergeren.

Nederland heeft zich er terecht voor ingespannen meer ontwikkelingshulp te laten lopen via multilaterale instellingen als de Wereldbank, als alternatief voor versplinterde bilaterale ontwikkelingshulp. Het is de vraag of de vooral Europese donorlanden daar nog warm voor lopen zolang Wolfowitz aan het roer staat.

Dat de Wereldbank-president zich bij het personeel niet populair heeft gemaakt, is van minder belang. Grote organisaties houden niet van verandering. Wel zijn vragen te stellen bij Wolfowitz’ neiging tot kabinetsvorming – een kring van vertrouwelingen die buiten de formele hiërarchie staan maar toch de lakens uitdelen en een rol speelden in zijn vroegere Irak-politiek. Als neoconservatieve staatssecretaris van Defensie was Wolfowitz in de regering-Bush na 9/11 de intellectuele architect van de oorlog tegen het terrorisme, en vooral van de inval in Irak. Dat verleden leek bij zijn benoeming te zijn afgehandeld, maar Wolfowitz heeft het met zich meegesleept door oude, politiek geprononceerde vertrouwelingen naar de Wereldbank te halen.

Het gaat hier om het functioneren van de president van de Wereldbank en om diens verloren geloofwaardigheid. Het Wereldbank-bestuur zal zich nu over de kwestie moeten buigen. Dat zou ertoe kunnen leiden dat, eenmaal in de publicitaire luwte, de zaak aan betekenis verliest en zonder consequenties blijft. Politiek is het een lastig besluit, dat gevolgen kan hebben voor met name de Europees-Amerikaanse verhoudingen, maar een principiële opstelling in deze kwestie is noodzakelijk. Wolfowitz moet weg.