Excuus in kwestie 15 Britse militairen

De Britse minister van Defensie Des Browne heeft gisteren een debat in het Lagerhuis over de politiek zeer gevoelige zaak van de vijftien door Iran gevangengenomen marinemensen zonder veel moeite overleefd.

Browne erkende dat hij „een vergissing” had begaan door na de vrijlating van de vijftien in te stemmen met de verkoop van verhalen over hun belevenissen aan de pers. Toen een Conservatieve woordvoerder hem echter voorhield dat het woord ‘sorry’ nog niet over zijn lippen was gekomen, zei Browne: „Als hij wil dat ik sorry zeg, zeg ik heel graag sorry.”

Browne nam zijn critici verder de wind enigszins uit de zeilen door twee nieuwe onderzoeken aan te kondigen. Het ene richt zich op de vraag hoe de marinemensen zo makkelijk door Iraanse marineboten konden worden opgepakt in de omstreden territoriale wateren tussen Irak en Iran. Het andere op de wijze waarop het ministerie van Defensie na de vrijlating is omgegaan met de media.

De verkoop van de verhalen van twee militairen voor vorstelijke bedragen leidde tot een storm van protest. Veel Britten oordeelden dat hiermee de reputatie van de strijdkrachten ernstig werd geschaad. Na een paar dagen erkende Browne dat hij de situatie verkeerd had beoordeeld.

Browne’s positie kwam gisteren niet in gevaar. Hij wist zich gesteund door zijn eigen partij, terwijl ook de chefs van leger, marine en luchtmacht vooraf al hadden laten weten dat ze nog vertrouwen in Browne hadden. De Conservatieve woordvoerder Liam Fox stelde gisteren weliswaar dat Browne’s positie „onhoudbaar” was geworden maar drong niet openlijk aan op zijn aftreden.

Ook uit opiniepeilingen bleek dat twee op de drie Britten het niet nodig achten dat Browne zou opstappen in verband met de kwestie. Commentatoren in de kranten wijzen er echter op dat Browne’s kansen om aan te blijven in een volgend kabinet door de affaire zijn geslonken.