Een vernederend einde

Zelfs onder de meest ideale omstandigheden kan het voor bedrijven lastig zijn een gezamenlijk bod uit te brengen. Maar een bod op ABN Amro van een consortium bestaande uit Royal Bank of Scotland (RBS), de Spaanse Banco Santander en het Belgische Fortis zou pas echt een stunt zijn. Het zegt veel over de slechte reputatie van ABN Amro onder beleggers.

Op het eerste gezicht tart een drievoudige overname zoals deze het voorstellingsvermogen. In de eerste plaats zou zoiets een einde maken aan de vriendschappelijke fusiebesprekingen tussen ABN Amro en het Britse Barclays. Het is gebruikelijk dat transacties in de banksector vriendschappelijk van aard zijn. Een drievoudige overname zou ook de opsplitsing van ABN Amro betekenen, waarbij de bedrijfsonderdelen onder de bieders verdeeld zouden moeten worden – een vernederend einde van een trotse Nederlandse naam.

Het is lang niet zeker dat de toenaderingspoging ergens toe zal leiden. Het zou ook louter een opzetje kunnen zijn om Barclays te dwingen meer te betalen. De details van een eventuele opsplitsing kunnen ingewikkeld zijn. De aandeelhouders van ABN Amro zouden uiteindelijk kunnen blijven zitten met aandelen in drie verschillende banken in plaats van één. En er zouden in het Nederlandse concern gifpillen verstopt kunnen zitten, die het heel duur of ondoenlijk zouden maken om de zaak uit elkaar te trekken.

Niettemin wordt het lastig voor ABN Amro om het bod te negeren. Drie banken met een gezamenlijke marktwaarde van 220 miljard euro zouden een bank met een beurswaarde van 68 miljard euro makkelijker moeten kunnen verstouwen dan een bank van vergelijkbare grootte, zoals Barclays. Ook zouden ze meer synergie uit een overname moeten kunnen halen, zodat ze meer kunnen betalen.

RBS en haar compagnons zijn nu nog nergens toe verplicht. Topman Rijkman Groenink van ABN Amro zou vaart moeten zetten achter zijn gesprekken met Barclays. Maar dat betekent niet dat hij het trio links moet laten liggen en hoe dan ook op een overeenkomst met de Britten moet aansturen. Een aantal van zijn eigen aandeelhouders dringt aan op een opsplitsing. De toezichthouder, president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank, heeft gezegd dat daar geen onoverkomelijke bezwaren tegen bestaan.

De beurskoers van ABN Amro mag de laatste tijd zijn gestegen, de geloofwaardigheid van Groenink onder beleggers blijft beneden peil. Om daar iets aan te doen, moet hij aantonen dat hij probeert de waarde van de bank voor hen te maximaliseren. Het serieus nemen van het Europese bankentrio zou een begin kunnen zijn.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld