De staat wil weten met wie ik bel, is dat nodig?

Het kabinet wil dat telecom-bedrijven telefoongegevens anderhalf jaar lang opslaan.

Dat schendt de privacy en is nog ineffectief ook.

Binnenkort worden elk telefoongesprek en nagenoeg elke muisklik geregistreerd, in navolging van de Europese telecomrichtlijn. Die schrijft alle EU-lidstaten voor dat telefoon- en internetgegevens minimaal een half jaar en maximaal twee jaar worden bewaard. De Nederlandse overheid kiest in een wetsvoorstel voor anderhalf jaar. Er zal worden geregistreerd wie met wie belt of e-mailt, wanneer, hoe lang en vanaf welke locatie. Het Nederlandse wetsvoorstel voorziet bovendien in de registratie van de locaties tijdens het mobiele telefoongesprek. Al die gegevens komen ter beschikking van de speurende overheid.

De gevolgen van deze wetgeving zijn groot, zonder dat fundamentele vragen worden beantwoord. Allereerst de principiële vraag of onschuldige burgers onderworpen mogen worden aan ingrijpende bevoegdheden van een nieuwsgierige overheid. Maar daarnaast is het vooral de vraag of deze bewaarplicht nodig en effectief is. Worden wij van deze maatregelen echt veiliger, of is hier sprake van verspilling van schaarse justitiecapaciteit?

Er bestaat altijd een spanning tussen criminaliteitsbestrijding en de inbreuk op persoonlijke burgerlijke vrijheden. Elke vorm van crimi-naliteitsbestrijding moet worden getoetst op ‘proportionaliteit’ en ‘subsidiariteit’: een ingreep is toegestaan als die in redelijke verhouding staat tot de ernst van de situatie en als er geen redelijk alternatief bestaat. Je schiet dus niet met een kanon op een mug als een vliegenmepper volstaat.

De voorgestelde bewaarplicht van telecommunicatiegegevens voldoet hier totaal niet aan. Op geen enkele manier is aannemelijk gemaakt dat er een noodzaak bestaat om al het telefoon- en internetverkeer van alle Europese burgers te bewaren. We weten niet eens onder welke omstandigheden opsporingsinstanties gebruik kunnen en willen maken van historische internetverkeersgegevens. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de overheid opteert voor een duur van de opslag van drie keer het voorgeschreven minimum.

Het gevolg is dat de telecommunicatiegegevens van 450 miljoen Europeanen door telefoon- en internetproviders moeten worden opgeslagen. Vind in die oneindige en onoverzichtelijke hoop digitale informatie maar eens iets bruikbaars. De spreekwoordelijke speld in de hooiberg is eerder gevonden.

Bovendien heeft het voorstel ernstige financiële gevolgen voor Nederlandse internetproviders. De overheid wil alleen de personeels- en administratiekosten vergoeden die gemaakt worden zodra justitie gegevens opvraagt. Het opslaan van de gegevens zelf komt voor rekening van de telecombedrijven. Zelfs als die kosten onverwacht meevallen, komen vooral de kleine internetproviders in de financiële problemen.

Europa wordt ook helemaal niet veiliger. De bewaarplicht is namelijk kinderlijk eenvoudig te omzeilen, via buitenlandse internetsites. Daar kunnen zelfs ongeoefende internetters hun identiteit verhullen. Wie daar belang bij heeft, zal die weg snel hebben gevonden. Wat bovendien begon als essentiële maatregel tegen het ongrijpbare terrorisme, zal vooral voor ‘gewone’ overtredingen gebruikt worden. Het alziende oog lijkt uiteindelijk niet toegerust om Al-Qaeda te bestrijden, maar om mensen aan te pakken die illegaal films of muziek verspreiden.

Waar burgerrechten ontworpen zijn om mensen te beschermen tegen een al te opdringerige overheid blijkt de overheid er tegenwoordig vooral op uit te zijn de burger te willen bewaken. Maar Nederland heeft geen behoefte aan de schijnveiligheid van een Big Brother, maar aan effectieve maatregelen die een serieuze dam opwerpen tegen terrorisme en ernstige criminaliteit.

Naïma Azough is Tweede Kamerlid voor GroenLinks.