Britten steunen verdrag EU ‘light’

Nederland en Groot-Brittannië willen geen Europese Grondwet, maar een beperkt nieuw verdrag over de werkwijze van de Europese Unie, waarvoor mogelijk geen nieuw referendum nodig is.

Dit hebben de Britse premier Blair en zijn Nederlandse collega Balkenende gisteren in Londen verklaard als voorstel om de impasse over de constitutie te doorbreken. Volgens Blair liggen de Britse en Nederlandse standpunten dicht bij elkaar. „We moeten aansturen op een wijzigingsverdrag, dat echter niet de kenmerken van een grondwet moet krijgen”, zei Blair. Door het Nederlandse en Franse ‘nee’ tegen de constitutie hoefde de Britse regering geen referendum uit te schrijven over de ook onder Britten impopulaire ‘grondwet’.

Balkenende suggereerde dat een beperkte verdragsaanpassing het „makkelijker” zou maken een nieuw referendum te omzeilen. Op de vraag of het ook zonder kon worden aangenomen, was hij evenwel minder stellig.

Het was voor het eerst dat de Britse regering zich zo duidelijk uitsprak voor een beperkte aanpassing van het bestaande verdrag. Nederland had dat vorige maand al aangegeven.

Het Brits-Nederlandse standpunt zal een grote rol spelen in de discussie over de vraag hoe het verder moet met de grondwet. De premiers omzeilden een vraag over steun van andere landen. Duitsland, nu EU-voorzitter, wilde vanmorgen niet reageren op de ontmoeting. De Brusselse woordvoerder van de Duitse regering zei alleen dat de EU-leiders zich in juni buigen over een „routekaart” voor „een vernieuwde gemeenschappelijke basis”, uiterlijk medio 2009.

Hij zei dat achttien van de 25 EU-landen de ‘grondwet’ hebben geratificeerd. Van de overige negen zouden er volgens hem vier – Denemarken, Ierland, Portugal en Zweden – positief zijn. De discussie zou zich toespitsen op de overige vijf: Frankrijk, Nederland, Polen, Tsjechië en Groot-Brittannië.