Arme buurt is niet per se ongelukkig

In de Randstad zijn de contrasten tussen arme en rijke buurten groot. Maar de meeste armoede heerst in het noorden en oosten, aldus het CBS.

Wat te denken als een buurt in jouw stad door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de minst welvarende van Nederland wordt genoemd? „Daar gaat een enorme stimulans van uit”, zegt burgemeester Geert Dales van Leeuwarden. In het noorden van zijn stad ligt de Vrijheidswijk-West met een gemiddeld inkomen van 11.500 euro per huishouden. Het laagste van Nederland. Dales: „Ik ga er van uit dat de cijfers kloppen. Het is een zwakke wijk met veel werkzoekenden en dus veel bijstandsuitkeringen, veel éénoudergezinnen en ook veertig procent allochtone inwoners. Maar het gaat beter. Het is géén probleembuurt meer. Vooral de veiligheid is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De komende jaren zetten we in op sloop en herbouw van woningen, zodat we een wat gevarieerde bevolking krijgen. We zitten in de transformatiefase. Het omslagpunt is bereikt. De buurt heeft veel groen en ligt aan de rand van het buitengebied met veel ruimte. Ook wat dat betreft is het een buurt met potenties.”

De cijfers zijn van 2004, het meest recente jaar waarover alle correcties door het CBS op de gegevens van de Belastingdienst bekend zijn. Het gemiddelde inkomen in Nederland bedroeg in dat jaar iets meer dan 20.000 euro. Dat is een „fictief getal”, benadrukken de onderzoekers, waarin de inkomens zijn gecorrigeerd naar grootte en samenstelling van het huishouden, tot een inkomen voor een gestandaardiseerd éénpersoonshuishouden. „Zodat we bijvoorbeeld kinderrijke buurten kunnen vergelijken met een vergrijsde buurt”, zegt CBS-onderzoeker Petra Ament.

De buurt met het hoogste inkomen, ruim 60.000 euro, is De Kievit in Wassenaar. „Als dat inkomen niet zou zijn gecorrigeerd voor aantal gezinsleden en samenstelling van het huishouden, dan zou het veel hoger zijn uitgevallen”, aldus een CBS-onderzoeker. In het onderzoek zijn alleen buurten betrokken waarin meer dan 200 huishoudens wonen. Bewoners van instellingen en tehuizen zijn niet meegeteld.

We moeten de cijfers vooral zien als „welvaartsindicator”, zegt onderzoeker Jan Latten van het CBS. „Deze cijfers kunnen betekenen dat in een buurt met alleen huurwoningen voor de lage inkomens ook daadwerkelijk veel mensen met lage inkomens wonen. Zo zijn er ook buurten met veel oude dames die misschien allemaal lage inkomens hebben. Maar dat betekent nog niet dat het probleemwijken zijn die het kabinet nu wel omvormen tot prachtwijken. Welvaart is niet hetzelfde als geluk.”

Met name in de grote steden van de Randstad zijn de contrasten tussen arm en rijk groot. Latten: „De steden trekken mensen aan met goede banen, maar ook arme mensen die vanuit de Derde Wereld hier de roltrap naar de welvaart proberen te nemen. Dat zit in Den Haag op soms minder dan één kilometer van elkaar. Iedereen zoekt zijn plekje.”

In de periferie van het land zijn de contrasten veel minder groot. Des te zorgwekkender is daarom de constatering van het CBS dat met name in het noorden en oosten de meeste „welvaartsproblemen” zijn – gebieden waar stedelijke contrasten veel minder aan de orde zijn. Van de honderd minst welvarende buurten liggen er vijftig in het noorden en oosten van het land. Den Haag voert de lijst aan met elf arme buurten, maar op de tweede plaats staat Leeuwarden. Jan Latten: „De cijfers geven aan, net als bij het onderwijs, dat structurele welvaartsproblemen zich niet beperken tot de Randstad, en dat je daar dus niet alleen de aandacht op moet richten.”

Burgemeester Geert Dales van Leeuwarden dicht zijn stad een mooie toekomst toe. De werkloosheid daalt. Vooral de financieel-zakelijke dienstverlening trekt aan. En er worden dit decennium negenduizend woningen gebouwd. „Er heeft lang het gevoel geleefd van wij kunnen niks, en we liggen ver weg. Dat is nu wel voorbij.”