Al-Majid niet in gifzaak verhoord

Ali Hassan al-Majid, de neef van Saddam Hussein, wordt niet verhoord als getuige in de zaak tegen de Nederlandse zakenman Frans van A. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag gisteren besloten.

Het Openbaar Ministerie (OM) had laten weten dat het in theorie mogelijk is om Al-Majid te laten verhoren in Irak. Tegen Al-Majid, alias Ali Chemicali, is begin deze maand de doodstraf geëist voor het Hoge Tribunaal in Bagdad.

Volgens het OM zouden één of twee mensen van de Nationale Recherche naar Bagdad kunnen afreizen om schriftelijke vragen te stellen. De Amerikaanse en Iraakse autoriteiten en het Hoge Tribunaal zouden „niet onwelwillend” staan tegenover een verhoor.

Het gerechtshof oordeelde dat het niet zeker is dat dat Al-Majid medewerking zou verlenen aan een verhoor. Bovendien vroeg het hof zich af of hij „binnen een aanvaardbare termijn” zou kunnen worden gehoord en of het Hoge Tribunaal ook schriftelijke toestemming zou verlenen.

Frans van A. staat terecht op verdenking van medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en aan genocide door het leveren van grondstoffen voor gifgas aan Irak. Met dat chemische wapen bombardeerde het regime van Saddam Hussein honderden Koerdische dorpen en steden, onder bewindvoering van Al-Majid.

Advocaten Van Schaik en Gijsen bepleitten gisteren vrijspraak voor hun cliënt. In hun pleidooi uitten ze onder meer hun twijfels over getuige-deskundige Cees Wolterbeek, voormalig VN-inspecteur in Irak. Volgens diens berekeningen is het zeker dat er op het slagveld in Koerdistan gebruik is gemaakt van mosterdgas waarvoor Van A. de grondstoffen heeft geleverd.

Volgens de advocaten is Wolterbeek als getuige partijdig en onbetrouwbaar, omdat hij door het OM zou zijn ingezet om belastend bewijsmateriaal tegen Van A. te verzamelen. Bovendien zou een door de verdediging opgevoerd Brits document de berekeningen van Wolterbeek weerspreken. Daarmee zou het niet zeker zijn of Irak de grondstoffen van Van A. daadwerkelijk heeft ingezet.

Verder betoogden Van Schaik en Gijsen dat de dagvaarding te onduidelijk is, dat hun cliënt geen eerlijk proces krijgt, dat er geen sprake is van genocide en dat Van A. niet met opzet heeft gehandeld.