Achillespezen

De rollen werden omgedraaid. De verslaggever die een drietal Limburgse ex-wielrenners had uitgenodigd hun oude mijnlampen te laten schijnen over het fenomeen wielrennen in het algemeen en de (aanstaande) Amstel Goldrace in het bijzonder, werd nu zelf onderwerp van bevraging. Hoe had hij zich voorbereid op de marathon van Rotterdam, welke tijd verwachtte hij te lopen, hielden zijn achillespezen het nog? Het was ondertussen half elf in de avond. We zaten op een hotelterras langs de A2 in Urmond. De digitale thermometerpaal aan de andere kant van de weg wees 22 graden- een verwarrende temperatuur in april.

De verslaggever bleef realistisch. Gezien de zomerse weersvoorspelling had hij de ambitie om 2 uur 35 minuten te lopen naar boven bijgesteld. Acht tot tien minuten kwamen daar wel bij. Niks aan te doen. Met de achillespezen zat het goed. Die kraakten alleen ’s ochtends bij het opstaan een beetje. Enfin, hij zou in de krant een persoonlijk wedstrijdverslag schrijven.

Maandagochtend lees ik in Dagblad De Limburger: „Na exact 2.45,22 slof ik op de Coolsingel over de streep. Ruim een half uur na de Keniaanse winnaar Chelanga, maar toch nog als 54ste in totaal. Dat ik me tien weken lang de blubber heb getraind om minstens tien minuten sneller te lopen, kan me weinig schelen. In een temperatuur die gaandeweg de marathon oploopt tot 28 graden Celsius vind ik het al een hele prestatie om heelhuids de finish te halen.”

Ik ben niet weinig trots op ‘mijn’ verslaggever. Voor iemand die bij wijze van spreken tussen de soep en de aardappelen moet trainen is dit groots.

Hij zegt voorzichtig vertrokken te zijn, en passeert stuiptrekkende figuren in de berm. Maar na dertig kilometer verandert ook zijn optreden in „een slechte parodie op de processie van Echternach”; hij begint zich af te vragen waarom hij dit soort ongein nog altijd nodig heeft in zijn leven. Een goede vraag. „Ik kom volgend jaar graag terug, maar dan alleen als de weermannen hooguit vijftien graden Celsius voorspellen.”

Op de beslissing van burgemeester Opstelten de marathon om 14.00 uur stop te zetten kan „geen verstandig mens kritiek hebben”.

Ik zat al lang en breed voor Parijs-Roubaix toen de marathon werd stilgelegd.

’s Avonds laat zag ik pas beelden van onderweg gesneuvelde recreanten. Er waren er bij die aan een infuus terug bij de les werden gebracht. Oververhitting en dehydratie bleken de belangrijkste ‘blessures’. Hoe hadden deze mensen zichzelf vrijwillig over het randje kunnen tillen? Oververhitting en dehydratie voel je ruim van te voren aankomen, daar wacht je toch niet op. Het ging hier natuurlijk om een combinatie van onervarenheid, een gebrekkige voorbereiding en schromelijke zelfoverschatting. Ja, ook ik vond de beslissing van de burgemeester de juiste.

Met dehydratie en oververhitting spring je verstandig om, dat heb ik in mijn wielerjaren wel geleerd. Het wijzertje van de thermostaat mag tot het kookpunt, een fractie eroverheen zelfs, maar de infusen dienen pas na de finish te worden ingebracht – niet eerder.