Zelfkritiek in rapport van sector dans

Volgens de danssector belemmert de huidige subsidiesystematiek de bloei van de dans. Dit staat in een rapport van het Directie Overleg Dans, dat vanmiddag in het Theaterinstituut in Amsterdam gepresenteerd zou worden. In het rapport Dans Zichtbaar Beter, gebaseerd op interviews met artistiek leiders en choreografen worden de problemen van de danssector geanalyseerd. De sector lijdt onder onvoldoende bekendheid. De organisatie is verkokerd. De afstemming van vraag en aanbod moet beter, de zaalbezetting is matig, er is sprake van artistieke eenzijdigheid en er is weinig theatraliteit en communicatieve kracht in de dans.

Het DOD formuleert een 26 punten tellende ‘dansagenda’ ter verbetering. Men pleit onder meer voor meer samenwerking tussen choreografen en artistiek leiders onderling en tussen choreografen en theaters. Zo zouden theaters speelavonden langer moeten open houden zodat succesvolle voorstellingen geprolongeerd zouden kunnen worden.

De aanpassingen in het subsidiesysteem zijn ook nodig om gezelschappen flexibeler voorstellingen te kunnen laten opzetten of juist weer afvoeren. Ook de instroom van jong talent zou met flexibeler geldstromen volgens het DOD makkelijker verlopen dan nu het geval is. Daarnaast wordt in het rapport gepleit voor meer culturele diversiteit in de dans, aansluiting bij andere disciplines, voor meer internationale uitwisseling en beter dansvakonderwijs.

Artikel in CS over de danssector: nrc.nl/kunst