‘Voorjaarsontwaken’ kent geen echte ontdekkingen

Dans: verzamelprogramma Voorjaarsontwaken. Gezien 12/4 Korzo Den Haag alwaar nog t/m 15/4. Inl: (070) 3637540

Ieder voorjaar presenteert het Haagse Korzo-theater een handvol nieuwe choreografen in het verzamelprogramma Voorjaarsontwaken. Dat is altijd weer iets om naar uit te zien. Zou er een echte verrassing tussen zitten? De lichting 2007 zal niet in de geschiedenisboeken worden bijgeschreven als opwindend want vrijwel alle ‘jongeren’ hadden weinig te zeggen.

Bij flarden was On a Morning Train van de Israëlische Neta Rutenberg aardig. Ze put uit persoonlijke herinneringen met een grappige variant op een volkdans en een homevideo over een gezin met twee jonge kinderen. Maar de voorstelling verzandt uiteindelijk omdat Rutenberg eenvoudigweg (nog) weinig te melden heeft.

Voor voormalig breakdanser Pierre-Yves Diacon geldt hetzelfde. In Le Soupir de la Créature vertolkt hij zelf een ‘schepsel’ dat kronkelt met aan de hiphop/electric boogaloo ontleende haperbewegingen. Dat kan hij prachtig en zijn aanwezigheid is eventjes adembenemend. Maar dan gaat hij pretenties krijgen en diepzinnigheid uitproberen op objecten als een jurk of touw. En weg is alles wat net zo mooi was opgebouwd.

Over Mount Beauty van Australiër Lucas Jervies mag gezegd dat het een dappere poging is tekst en beweging samen te laten gaan. Maar de tekst over heksen is schools, de dans simpel en het stuk dramaturgieloos. Een ontdekking echter is de Canadese danseres/performer Sabina Perry (o.a. dansend bij de Meekers) die met haar charisma het stuk enigszins overeind houdt. Wat een présence!

De Argentijnse danser Ezequiel Sanucci wilde een echt verhaal vertellen in Breaking the circle. Onder Sanucci’s jas klinkt geluid van klotsend water op: een microfoon legt het meedeinen van water met zijn lichaam vast. Later blijkt de ‘waterzak’ een bom te zijn want Sanucci vertelt aan het eind dat hij een zelfmoordenaar is, verstrikt in zijn emoties. Hij melkt de truc met het water echter eindeloos uit in spanningsloze dans en hij eindigt met politiek correcte, pamflettistische teksten.

Degene die wel een eigen geluid toonde was de Italiaanse Gabriella Maiorino, die de voorstelling Zoo maakte. Achter een net, in een duister belicht decor van vuilniszakken, speelt zich een bizarre beestenbende af. Dierlijke dansers roepen tevergeefs god aan. Knetterharde computermuziek houdt je gevangen in een universum van spartelende, naakte dansers met varkensmaskers. Ik werd er op slag depressief van maar dat betekent in elk geval dat het binnenkomt. En genoeg intrigeert om benieuwd te zijn naar een volgende productie.

Opvallend genoeg was het beste werk van de avond de entr’acte: No man is an island van Erik Kaiel en Jasper Dzuki Jelen. Tussen acrobatiek en dans in, beklimt de een de ander – zonder contact te verliezen – in wat qua zwaartekracht onmogelijk lijkt. Het begint als een kunstje maar het wordt langzaam kunst. Prachtig.