Van Tarzan tot Annie

‘Tarzan de musical’ is gisteren in première gegaan.

Wilfred Takken onderzoekt het genre van het adoptie-verhaal: een interessant uitgangspunt voor fictie.

„Papa, kun je nog een keer ahoewa roepen?” vraagt mijn driejarige zoon. Verliefd kijkt hij naar zijn eerste horloge, met een brullende Tarzan op de wijzerplaat. Het horlogebandje is van pantervel. Ik imiteer de bekende oerwoudkreet van Tarzan: „Ààààhoewàoewàhoewààà!” Mijn zoon moet lachen en zegt: „Tarzan is ook met het vliegtuig gekomen, hè, papa?” Ik beaam: „Ja, hij is ook met het vliegtuig gekomen. Hij is ook geadopteerd. Net als jij. Door de apen.”

Sinds ik mijn oudste zoon drie jaar geleden ging ophalen uit Chicago, zie ik ineens overal adoptiekinderen om me heen. Niet alleen op straat, maar ook in films, op het toneel en in boeken. Eerst dacht ik dat het aan de blik van de adoptievader lag, maar nader onderzoek leert dat er in de wereldverhalen honderden wezen, vondelingen en anderszins geadopteerde kinderen rondlopen. Adoptie is zelfs een van de grote thema’s. Alleen omdat het woord adoptie nooit wordt gebruikt, besef je het niet.

Harry Potter? Geadopteerd! Oedipus? Geadopteerd! Superman en Luke Skywalker uit Star Wars? Intergalactisch geadopteerd. Het lelijke eendje, Mozes, Annie en keizer Augustus? Allemaal geadopteerd.

Waarom zijn er zoveel helden uit drama’s en romans geadopteerd? Als je begint met een wees, of een vondeling, dan heb je meteen al drama: het feit dat een kind niet bij zijn biologische moeder opgroeit, roept emoties op. De onbekende afkomst biedt grote mogelijkheden. Verhalen beginnen pas als iemand op ontdekkingstocht gaat. Iemand die gewoon gelukkig thuis bij de kachel zit, heeft geen reden om aan een avontuur te beginnen. Maar een mens die niet weet waar hij vandaan komt, gaat op zoek. Waar hoor ik bij? is niet voor niets een van de grote vragen in de wereldliteratuur.

Anders dan in de werkelijkheid is adoptie in fictie altijd een drama. Tussen de adoptiehelden neemt Tarzan daarom een bijzondere plaats in, omdat zijn adoptie zo succesrijk verloopt. Een wonder, want toen ik eens een apenbaby in Artis door zijn kooi zag slingeren – even jong als mijn eigen zoon die weerloos op mijn buik hing – besefte ik dat een mensenbaby in apenogen een zwaar gehandicapt wezentje moet zijn: kaal, halfblind, lam, niet in staat zijn moeder vast te houden. Een beetje apenmoeder had Baby Tarzan allang uit de boom laten vallen.

Tarzans mensenouders zijn in het Afrikaanse oerwoud door een panter vermoord, Tarzans apenmoeder vindt hem net nadat haar eigen baby door dezelfde panter is vermoord. Tarzan wordt helemaal geaccepteerd door de apen, zeker nadat hij als tiener die panter doodt. Als hij de mensenvrouw Jane ontmoet, dreigt zijn liefde hem terug te drijven naar de mensenwereld.

Tarzan moet kiezen tussen twee culturen. In de jungle is hij de prins, in Engeland is hij slechts een onaangepaste freak. Dit is raak getroffen, want zo moeten veel adoptiekinderen zich voelen als ze hun land van herkomst bezoeken. Misschien hebben zij zich in Nederland nooit helemaal thuis gevoeld, maar in hun eerste land horen ze zeker niet meer thuis. Triomf voor de adoptieouders is dat Tarzan voorgoed terugkeert naar de jungle. Zijn adoptievader sterft en Tarzan moet het koningschap op zich nemen. Hij kiest voor zijn familie, zijn adoptiefamilie.

Vaak blijken adoptiehelden een speciale gave te hebben. Harry Potter is een adoptiekind dat zijn buitengewone krachten ontdekt, en als een soort messias boven zijn kleinburgerlijke omgeving uitstijgt. En wat te denken van Mozes, een joodse slavenbaby die door zijn moeder in een mandje de Nijl op wordt geduwd. Hij groeit op als adoptiekind aan het Egyptische hof, maar hij keert terug naar zijn eigen volk om het uit de slavernij te leiden. Extra bijzonder zijn de Amerikaanse superhelden, die opvallend vaak geadopteerd zijn. Tegelijkertijd met de ontdekking van zijn superkracht vindt Superman in de schuur van zijn ouders een baby-ruimtescheepje. Hij blijkt door zijn ouders de ruimte in te zijn geschoten, toen hun planeet Krypton werd vernietigd. Net als vele superhelden zal Superman zijn leven lang in het geheim twee paspoorten behouden: een van Superman, en een van Clark Kent, zijn doodgewone, brillende alter ego.

Dankzij zijn speciale gaven stijgt de adoptieheld in macht en aanzien, en hij kan dat ten goede of ten kwade aanwenden. Annie is een schoolvoorbeeld van het adoptiemeisje dat alles goed komt maken. Na allerlei ellendige avonturen, waarin ze onder meer zelf een zwerfhond adopteert, maakt het weesmeisje haar rijke, kale adoptiepapa gelukkig met haar rode krullenbol. Het andere type is het adoptiekind op het verkeerde pad: Freddy Krueger in de horrorfilmreeks A Nightmare on Elm Street.

Voor adoptiekinderen en hun ouders is het leuk om zo vaak op adoptiehelden te stuiten, hoewel adoptie vaak een bron van ellende is in fictie. Ik snak dus wel eens wel eens naar een boek of film waarin adoptie wat realistischer wordt behandeld, en niet als een groot probleem.