‘Tarzan’ hier grootscheepser dan op Broadway

Voorstelling: Tarzan, door Joop van den Ende Theaterproducties. Regie: Bob Crowley. Gezien: 15/4 in Circustheater, Scheveningen. Inl. 0900-3005000, www.musicals.nl

Rollende donders uit de orkestbak en groen zo ver het oog reikt. Tot er overal, hoog en laag, allerlei gestaltes door het groen van de achterwand steken: gorilla's die als bungyjumpers aan lianen hangen. Op en neer gaan ze, veraf en dichtbij, en op gezette tijden zwieren ze ook boven onze hoofden. Luipaarden loeren intussen met brandende ogen op het apenechtpaar dat midden in het oerwoud een mensenbaby vindt. En dat jongetje groeit dus uit tot Tarzan, de verwilderde maar o zo rechtschapen aapmens die straks door de komst van de keurig-Engelse jongejuffrouw Jane voor een gewetensvraag komt te staan: hoort hij bij de mensen of bij de apen?

De musical Tarzan, die gisteravond in première ging in het Circustheater in Scheveningen en daar blijft zo lang er genoeg publiek op afkomt, is gebaseerd op de Disney-tekenfilm uit 1999 en de Broadway-show die Disney’s theaterbedrijf daarvan vorig jaar heeft gemaakt. Inclusief de songs van popveteraan Phil Collins, die in helder Nederlands werden vertaald door Martine Bijl. Een ware vergaapshow is het geworden, grootscheepser dan het Amerikaanse voorbeeld, met meer muziek, meer effecten en musicaldebutant Ron Link als een katachtige Tarzan wiens vocale kracht vooral in de hogere regionen zit. En de Jane van Chantal Janzen is niet alleen schattig, maar af en toe ook tamelijk geestig – als ze bijvoorbeeld met haar botanisch handboekje door een jungle vol vlinders, spinnen en ander vlieg- en kruipgoed in buitenmodelformaat rondwaart.

Zij zijn de sterren in deze voorstelling, maar veel aandacht verdienen ook Chaira Borderslee, Jeroen Phaff en Clayton Peroti als de drie voornaamste gorilla’s met waggelende tred en gespierd zanggeluid. Om hen heen zijn de voor- en achterwaartse salto’s van het ensemble al gauw niet meer te tellen. Soms doet het allemaal zelfs even denken aan de shows van Cirque du Soleil, al is daar het acrobatische vernuft wel wat verder gevorderd dan hier.

Maar geen kwaad woord over de effecten: de schipbreuk voor de Afrikaanse westkust waar het jongetje met zijn ouders aan land verzeild raakt, het luipaard dat de ouders doodt, de kleine Tarzan tussen zijn dierlijke speelkameraadjes en het spinneweb waarin Jane vastraakt, zijn scènes die het toppunt van techniek en inventiviteit vertonen.

Inhoudelijk valt er echter heel wat meer op Tarzan aan te merken. Het verhaal is danig versimpeld, het nadrukkelijke pleidooi voor de familie als algehele hoeksteen riekt naar Amerikaans moralisme en van de tweede boodschap (‘volg je hart, luister naar jezelf en dan vind je de weg’) kijken we na de hemel weet hoe veel uitzendingen van Oprah Winfrey en Dr. Phil óók niet meer op.

Des te meer ruimte schiep regisseur Bob Crowley – die ook de Broadway-versie regisseerde en bovendien de voyante decors en kostuums ontwierp – voor de aan hun kabels rondzwaaiende aapdansers. Zo veel zelfs, dat deze musical na verloop van tijd deerlijk in herhalingen begint te vervallen. Wéér die apen en wéér zo’ n zweefvlucht boven het publiek. Weinig werkelijk drama, veel aapjes kijken.

Overheersend is, hoe dan ook, het rockgeluid van het ruim twintigkoppige orkest van dirigent René Op den Camp, met prominente percussie, zwaar versterkte strijkers en schettertrompetten en een enkele keer, als het iets subtieler mag, ook een hoboriedeltje. Collins schreef naar mijn smaak geen nummers met eeuwigheidswaarde, maar middelmatige popsongs die het vooral van de doordreunende arrangementen moeten hebben. En doordreunen doen ze.