Sporten, omdat het cool is

Vrijdag begon de vierde Nationale Sportweek. Doel: zoveel mogelijk mensen in beweging krijgen. Maar hoe meet je de effecten? En hoe geloofwaardig is McDonald’s als hoofdsponsor? „Stiekem hoop je dat het mensen in de juiste richting duwt.”

Het is druk op golfclub De Texelse in De Cocksdorp. Enkele tientallen mensen hebben zich verspreid over de negen holes tellende course. Onder hen een handvol debutanten die onder leiding van Reynier de Graaff het terrein verkennen. De manager beantwoordt vragen over het vermeend elitaire karakter van zijn club („in Schotland is het veel erger, daar worden vrouwen geweerd”) en geeft hoog op over het ruimhartige toelatingsbeleid („bij ons kun je introducés meenemen, dat is in Noordwijk ondenkbaar”).

Henco en Ann Nijland, twee zestigers uit het Friese Bakkeveen, horen zijn verhaal belangstellend aan. „Kijk die kuiteenden”, roept Ann. „Is het niet prachtig hier?” Henco, een onlangs gepensioneerde schooldecaan, knikt. „Ann en ik zijn buitenmensen. Wat dat betreft zitten we hier goed.” Eerder op de dag heeft het tweetal een introductieles en een demonstratie over baanonderhoud gekregen. „De eerste slag is belangrijk”, weet Henco. „Je maait er natuurlijk eerst een paar keer overheen. Maar als het dan eindelijk lukt, voel je je euforisch.”

De Texelse is een van de vele honderden sportclubs die afgelopen weekend open huis hielden in het kader van de Nationale Sportweek. Zo gaf een zwembad in Urk gratis duiklessen, konden inwoners van Lichtenvoorde hun vet laten meten, en maakten wandelaars in Spijkenisse kennis met nordic-walking. De komende dagen organiseren scholen, winkels en sportverenigingen zo’n 1.800 sportactiviteiten door heel Nederland. Doel: meer mensen in beweging krijgen.

Dat er op dit vlak nog wel wat winst te behalen valt is een feit. Uit de nieuwste cijfers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VSW) blijkt dat 30 procent van de Nederlanders tussen 18 en 79 jaar lid is van een sportvereniging. Nog eens dertig procent sport minstens twaalf keer per jaar op eigen houtje. Uit onderzoek van sportkoepel NOC*NSF blijkt verder dat vooral allochtonen en mensen tussen de 25 en 40 ondervertegenwoordigd zijn. En ook de groeiende groep jongeren die aan overgewicht leidt – 14 procent van de meisjes en 13 procent van de jongens – is moeilijk in beweging te krijgen.

De organisatoren van de Nationale Sportweek proberen juist die groepen over de streep te trekken. En met toenemend succes. Wat vier jaar geleden begon als een klein initiatief met weinig financiële back-up is inmiddels uitgegroeid tot een breed gedragen sportevenement. Kwamen er vorig jaar nog 350.000 mensen af op de open dagen, clinics en toernooien, dit jaar worden er 400.000 verwacht. „Waar scholen en sportclubs voorheen pas halverwege de week belden om te informeren naar de mogelijkheden, stemmen zij er nu hun agenda op af”, zegt Hanneke van den Pol, directeur van de stichting Nationale Sportweek. Opvallend is volgens haar ook de toenemende bereidheid van gemeenten om de sportactiviteiten in hun regio te coördineren. „Voor deze sportweek hebben zich 180 gemeenten aangemeld”, zei Van den Pol vrijdag bij de opening van de Sportweek op de Dam. „Onze ervaring is dat zij als een spin in het web fungeren.”

Sportkoepel NOC*NSF is een van de initiatiefnemers van de Nationale Sportweek. Voorzitter Erica Terpstra heeft zich de afgelopen vier jaar intensief met de organisatie bemoeid en was ook degene die fastfoodketen McDonald’s tijdens een smakelijke lunch zo ver kreeg om hoofdsponsor te worden. Die samenwerking leidde in het begin tot smalende reacties – ‘Vette sponsor niet goed voor uitstraling Nationale Sportweek’, kopte dagblad Trouw enkele jaren geleden – maar stond ook garant voor een vliegende start. „Een multinational als McDonald’s beschikt over een schat aan ervaring als het op marketing en organisatie aankomt”, zegt Terpstra. „Dit jaar promoten 222 filialen de Sportweek op al hun tv-schermen en placemats. Ga maar na hoeveel mensen je daarmee bereikt.” Terpstra wijst er verder op dat de fastfoodketen al sinds dertig jaar de Olympische Spelen sponsort en sinds dertien jaar de Europese en wereldvoetbalbond. „Dus zo verrassend is het niet.”

Maar gaan McDonald’s en een gezonde levensstijl wel hand in hand? „Natuurlijk”, zegt Jo Sempels, algemeen directeur van McDonald’s Nederland. Sempels onderstreept dat zijn bedrijf zich al een paar jaar sterk maakt voor een gevarieerd en verantwoord aanbod („we verkopen vruchtensappen, fruit, yoghurt, salades en biologische halfvolle melk”) en bovendien als eerste onderneming in Nederland een complete voedingswaardetabel introduceerde.

Een andere vraag die zich opdringt, is of de Sportweek een blijvend effect sorteert. Want Nederlanders mogen de komende dagen dan een dagje kosteloos gaan golfen of duiken, maar nemen zij vervolgens ook een lidmaatschap bij een vereniging? Van den Pol erkent dat het effect van de Sportweek moeilijk meetbaar is, maar wijst er wel op dat „mensen zich vaak tot iets zetten als ze op de juiste manier worden geraakt”. Bovendien deelt de stichting Sportweek dit jaar voor het eerst flyers uit waarop deelnemers kunnen aangeven of zij dankzij hun sportieve ervaringen over de streep zijn getrokken. „Vierhonderdduizend exemplaren”, zegt Van den Pol. „Dat moet te zijner tijd toch een aardig beeld opleveren.”

Volgens staatssecretaris Jet Bussemaker („ik sta wel eens op de tennisbaan”) was het rendement van de Sportweek niet doorslaggevend voor het ministerie van VWS om het initiatief tot 2011 jaarlijks met 150.000 euro te steunen. „Voor mij ligt de kracht van de Sportweek vooral in de samenwerking tussen welzijnsinstellingen, buurthuizen, sportverenigingen en middenstand. Zo’n samenspel is uniek. En het zorgt voor een breed draagvlak in alle lagen van de bevolking.” Net als Terpstra vergelijkt Bussemaker de Sportweek met de Nationale Boekenweek: het leidt tot een tijdelijke opleving. „Maar stiekem hoop je dat het mensen een duw in de goede richting geeft.”

Bij de opening van de Sportweek valt het aantal Bekende Nederlanders op. Zanger Jody Bernal, voetbaltrainer Foppe de Haan, oud-politicus Hans Dijkstal, acteur Bas Muijs, Wimbledonwinnaar Richard Krajicek: ze vertellen allemaal welke betekenis sport in hun leven heeft. „Als je regelmatig sport zie je er beter en leuker uit”, zegt Bernal (ambassadeur wintersport) tijdens de borrel voorafgaand aan de opening. „En ik kan het weten, want ik doe aan taekwondo, kickboxen, snowboarden en waterskiën.” Volgens Foppe de Haan (ambassadeur balsport) moet je vooral sporten „omdat je het mooi vindt”. Dat het een betere conditie en een grotere kennissenkring oplevert, is volgens hem „een prettige bijkomstigheid”.

Veel van de kinderen die op de opening zijn afgekomen blijken al te sporten. „Omdat je er sterk van wordt” (Dylan, 12), „omdat je iets te doen hebt” (Linda, 12) of „omdat het cool is” (Ivo, 11). Op de vraag of de Nationale Sportweek hen over de brug hielp, beginnen zij langdurig te giechelen. „De nationale wat?!”