Spaanse oppositie in greep van neo-conservatieven

De conservatieve Spaanse Partido Popular voert sinds drie jaar oppositie tegen de regerende sociaal-democraten. Zij schuwt de harde confrontatie niet, al levert die koers in de peilingen geen winst op.

Steven Adolf

Het rommelt binnen de Partido Popular. Sinds de partij eind maart een boycot afkondigde tegen het ‘linkse’ uitgeversconcern Prisa – uitgever van ondermeer Spanjes bekendste kwaliteitskrant El País – zijn er haarscheurtjes in de strikte partijdiscipline.

Het conservatieve parlementslid Joaquín Calomarde negeerde de boycot en zond een open brief aan El País waarin hij pleitte voor een moderne, open en gematigde conservatieve partij, „vrij van complexen uit het verleden”. Prompt kreeg hij te horen dat hij „om gezondheidsredenen” is ontheven van zijn post als voorzitter van de kamercommissie voor onderwijs. Afgelopen weekeinde is hij uit de partij gestapt, omdat hij zich niet langer kon verenigen met de koers.

Sinds het verlies bij de vorige verkiezingen voert Spanjes conservatieve partij een radicale koers die uitzonderlijk mag heten in Europa. Debatten in het parlement worden gekenmerkt door schreeuwpartijen en beledigingen uit de conservatieve banken. De partij roept – niet zelden in het gezelschap van de meest conservatieve bisschoppen van het land – haar aanhang met regelmaat op te protesteren tegen de regering.

Daarbij wordt aanhoudend gesuggereerd dat het kabinet-Zapatero aan de macht is gekomen door een complot met terroristen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA en Al-Qaeda. Cope, de radiozender van de bisschoppen, en het Madrileense dagblad El Mundo drammen deze samenzweringstheorie er vrijwel dagelijks in, overigens zonder met enig overtuigend bewijs te komen.

„De gruwelijke aanslagen in Madrid en de manier waarop Zapatero aan de macht is gekomen hebben een grote invloed gehad op de partij”, beaamt desgevraagd Calomarde. Veel van zijn partijgenoten hebben genoeg van de radicale koers, maar zwijgen. „Wat betreft de interne partijdemocratie kunnen we in dit land nog wel een injectie gebruiken”, verklaart Calomarde.

Hij wijst op het belang van de middengroep van een tot anderhalf miljoen kiezers die wisselend sociaal-democratisch of conservatief stemmen. „Zij zijn bepalend voor het winnen van de verkiezingen. Op het beleid van Zapatero – of dat nu het Catalaanse statuut of de aanpak van de ETA-terreur betreft – hebben zij heel wat aan te merken. Maar met de onbezonnen manier waarop het debat nu wordt gevoerd, krijg je die kiezers niet mee”, zegt Calomarde.

Uit de peilingen blijkt dat de confrontatiestrategie de oppositie geen duidelijke voorsprong oplevert. Waarom kiest zij voor een koers die geen effect sorteert? Calomarde: „Er zijn personen in de partijtop die er op uit zijn om de toon van confrontatie maximaal op te voeren.”

Een hooggeplaatste conservatieve politicus uit het Madrileense gemeentebestuur benoemt, onder strikte anonimiteit, de twee veronderstelde aanstichters van de radicale koers: partijsecretaris Ángel Acebes en parlementswoordvoerder Eduardo Zaplana. Ze waren allebei minister (van Binnenlandse Zaken en van Woordvoering) en hielden beiden vol dat de ETA achter de treinaanslagen van maart 2004 in Madrid zat, hetgeen hun partij op een zware afstraffing van de kiezers kwam te staan. „Acebes en Zaplana zijn bezig hun huid te redden”, aldus hun partijgenoot. „En daarbij slepen ze de hele partij mee.”

Over alles hangt ook nadrukkelijk de schaduw van ex-premier Aznar. Sinds de nederlaag van zijn partij is hij voorzitter van de conservatieve lobbygroep Faes. Hij houdt grimmige lezingen in het buitenland over het uiteenvallen van de Spaanse natie en het gevaar van een nieuwe mosliminvasie.

De door Aznar naar voren geschoven partijleider Mariano Rajoy treedt in zijn publieke optredens steeds verbetener naar voren. „Rajoy ken ik als een open en gematigd man. Maar hij zit in de tang van Faes”, zegt journalist Francisco Giménez Alemán. Als ex-hoofdredacteur van het conservatieve dagblad Abc en het door de conservatieve partij geleide tv-station Telemadrid is hij goed op de hoogte van de partijstrategie. „Ik noem het streng-rechts. Het zit op de lijn van de neo-conservatieven.’’

Giménez Alemán wijst op de grote invloed van de aanhoudende campagnes van Cope en El Mundo. „Niemand gelooft dat complotverhaal dat de ETA achter de aanslagen in Madrid zat, maar ze gaan maar door. Doel is verwarring zaaien. Dit brengt grote schade toe aan het imago van de journalistiek in Spanje.”

In oktober houdt de PP haar congres voor de verkiezingen van mei volgend jaar. „Als Rajoy moed en visie heeft, vervangt hij de partijsecretaris en de woordvoerder en past hij de koers aan”, zegt Giménez-Alemán. „Ik blijf geloven dat Rajoy een man van het midden is”, zegt parlementariër Calomarde. „Het probleem is de structurele invloed van rechts en van zijn media. Zelfs Rajoy kan zich daar niet aan onttrekken.”