‘Schiet!’ En ik doodde...

Ishmael Beah werd gerekruteerd als kindsoldaat. Moorden werd voor hem even makkelijk als water drinken.

In Amerika is zijn boek nu een bestseller.

Een kindsoldaat van het United Revolutionary Front in Sierra Leone, augustus 2000. Foto Seyllou Diallo A UN soldier watches a well-armed young fighter of the United Revolutionary Front 30 August 2000 in Makot, 150 kilometres from the capital Freetown. A group of eleven British soldiers from the Royal Irish regiment was taken hostage last Friday by a rebel militia known as the West Side Boys. It has now been confirmed that five of them have been released. AFP

De eerste keer kijk je ervan op: de memoires van een kindsoldaat als extraatje bij de koffie. Maar door heel Amerika blijkt het boek bij Starbucks op de toonbank te staan, naast andere potentiële impulsaankopen als koffiemokken, cd’s met wereldmuziek en chocolaatjes.

Je kan A Long Way Gone; Memoirs of a Boy Soldier, van de jonge veteraan Ishmael Beah uit Sierra Leone, nauwelijks over het hoofd zien. Op het omslag staat een aangrijpende foto van een Afrikaanse jongen op kapotte slippers, die met een geweer over zijn schouders en een bazooka om zijn nek met neergeslagen blik door de bush sjokt.

Draai het boek om en op de achterflap zie je het portret van een andere Afrikaanse jongen, de auteur. Hij lacht innemend. Het boek, zegt de aanbeveling op een affiche voor het raam van de Starbucks, is „een boodschap van hoop en verlossing”.

Het is een mooie gedachte: de succesvolle keten koffiebars die ons, de espresso- en cappucinodrinkers van de wereld, aan het lezen zet over een van de grote drama’s van deze tijd. Je kunt het zien als een oproep tot engagement, nota bene afkomstig van een van de symbolen van het moderne kapitalisme. Starbucks zal er vast ook aan verdienen – alleen in de eerste drie weken hebben ze al 62.000 exemplaren verkocht. En het zal het imago van de keten geen kwaad doen. Maar het concern neemt ook een risico: wie enig voorstellingsvermogen bezit, of wie het boek al heeft gelezen, kan door de gedachte aan leven en dood van kindsoldaten makkelijk zijn trek in koffie en brownies verliezen.

In conflicten over de hele wereld worden kinderen ingezet als soldaten – door regeringen, rebellen en andere gewapende groepen. Harde cijfers zijn er niet, maar geschat wordt dat de afgelopen decennia steeds zo’n 300.000 kinderen militair actief zijn, verspreid over 27 landen. In de bloedige burgeroorlog die in 1991 uitbrak in Sierra Leone bijvoorbeeld zijn zo’n tienduizend kinderen ingezet.

Ishmael Beah, geboren in 1980, was een van hen. Hij was twaalf jaar toen zijn dorp werd aangevallen door opstandelingen. Hij zag de wreedheden die ze begingen, raakte gescheiden van zijn familie en probeerde met een groepje andere jongens op een lange en zware voettocht door het oerwoud aan het geweld te ontkomen. Het lukte ze maar ternauwernood om te overleven.

Als de bange, hongerige en dodelijk vermoeide kinderen af en toe een dorp bereikten, hoefden ze meestal niet op hulp te rekenen. Daarvoor boezemden ze te veel angst in. Want iedereen in het West-Afrikaanse land kende inmiddels de verhalen over jongens die door rebellen gedwongen waren hun eigen families te vermoorden, hun dorpen in brand te steken, en die daarna als speciale eenheden plunderend door het land trokken, overal dood en verderf zaaiend.

Een groepje rebellen op Adidas-schoenen en met bajonetten op de geweren kreeg Beah en zijn maten te pakken. Maar de jongens wisten te ontkomen. Uiteindelijk viel Beah, nadat hij op zijn tocht veel van zijn makkers had zien omkomen, in handen van een groepje ongeregelde regeringsmilitairen. De commandant las Shakespeares Julius Caesar. En Beah, die het stuk op school had gelezen en delen uit zijn hoofd kende, wist er tot tevredenheid van de militair uit te citeren: „Cowards die many times before their deaths…”

Maar niet alleen lafaards sterven duizend doden voor ze sterven. Beah en een paar leeftijdsgenoten kregen een AK-47 in hun handen gedrukt en wat basale training, waarbij hen steeds werd ingepeperd: probeer je de vijand voor te stellen, de rebellen die je ouders hebben vermoord en die de schuld zijn van alles wat er met je is gebeurd. Daarna kregen ze een wit pilletje en trokken ze voor de eerste keer met de volwassenen mee ten strijde. Nog nooit was ik zo bang geweest, schrijft Beah, die inmiddels dertien jaar was.

Al snel vlogen kogels en bloed hem om de oren. Een maatje werd door de granaat van een rebel overhoop geschoten en stierf op een boomstronk – en even later nog een. „Schiet!” riep een korporaal naar Beah. „Ik tilde mijn geweer op en haalde de trekker over, en ik doodde een man.” Er volgden er nog velen, alleen al die ene dag. „Steeds als ik stopte met schieten om mijn magazijn te verwisselen, zag ik mijn twee levenloze vrienden. Boos richtte ik mijn geweer op het moeras en schoot ik nog meer mensen dood. Ik schoot op alles wat bewoog.”

Moorden, schrijft Beah, werd net zo makkelijk als water drinken. Er waren volop drugs voorhanden, die door elkaar werden gebruikt: peppilletjes, maar ook marihuana en brown brown, een mengsel van cocaïne en kruit. En om de bloeddorstige stemming niet te laten verslappen, keken ze ’s avonds naar video’s van oorlogsfilms als Rambo: First Blood, Rambo II en Commando. „We wilden allemaal zijn zoals Rambo”, schrijft Beah – en de bloederige staaltjes die hij beschrijft doen inderdaad nauwelijks onder voor die van de Amerikaanse vechtmachine.

Beah beschrijft de periode dat hij als soldaat meevocht in de burgeroorlog met een opmerkelijke nuchterheid en op een bijna vlakke toon. Hij besteedt er amper een kwart van zijn boek aan. Maar het is ruim voldoende om de lezer te doordringen van het hemeltergende onrecht en de ongeremde gruwelijkheid van deze wijdverbreide vorm van oorlogsvoering en kindermisbruik.

Als de burgeroorlog lijkt af te lopen, draagt Beahs commandant zijn jeugdige strijders over aan medewerkers van Unicef, die de kindsoldaten naar een centrum brengen voor opvang, ontwapening en maatschappelijk reïntegratie. Voor Beah – opgefokt, gewelddadig en diep getekend – begint dan opnieuw een moeilijke tijd van aanpassing. Maar hij is zo succesvol in zijn transformatie dat hij uiteindelijk zelfs wordt afgevaardigd om zijn verhaal te doen op een conferentie over kinderen in oorlogsgebieden bij de Verenigde Naties in New York.

Als hij terug is in Sierra Leone breekt de oorlog weer uit. Maar dan heeft Beah vrienden in de VS, waar hij in 1998 naartoe vlucht. Anno 2007 woont hij in New York, in Amerika heeft hij zijn school afgemaakt en college doorlopen en is hij, behalve activist tegen de inzet van kindsoldaten, nu ook een bestsellerauteur.

Lees het boek van Ishmael Beah: A Long Way Gone. Of wacht op de vertaling die in augustus verschijnt.

Bekijk een tv-interview met Ishmael Beah via www.nrc.nl/wereld.