Scherpe kritiek op plan Gehrels

De Amsterdamse Kunstraad heeft veel kritiek op de plannen van de Amsterdamse cultuurwethouder Caroline Gehrels. In een advies spreekt de raad zijn zorg uit over de uitvoerbaarheid van alle „pracht-voornemens”, door Gehrels vorige maand gepresenteerd in de nota Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2009-2012. Er is te weinig geld en het is onzeker of betrokken partijen wel de benodigde steun willen gaan geven.

Positief is de raad over de ambitie van de wethouder om „inhoudelijk” over kunst te praten en zo de Amsterdamse culturele burger meer te laten zijn dan een Amsterdamse consument.

Scherp is de raad op het ontbreken van voldoende budget voor de programma’s van alle nieuwe cultuurgebouwen in de stad. Daar is structureel 10 miljoen per jaar voor nodig, becijferde de raad al eerder. De suggestie van Gehrels, onlangs, om hogere OZB-opbrengsten af romen voor het kunstbudget, juicht de raad toe. Maar dat dit niet in de nota staat, betekent dat het de status van ideetje nog niet is ontstegen, en nie door het Amsterdams College wordt gedeeld, concludeert de raad.

De raad wil graag dat kunsteducatie begint in het primair onderwijs en niet pas bij twaalfjarigen. Daarbij „bevreemdt” het de raad dat er geen sprake is van meetbare prestaties. Sowieso ziet de raad ook dat er wat meer aan kunsteducatie ondernomen wordt dan de twee plannetjes die Gehrels heeft.

Aansluitend acht de raad ook „onduidelijk” wat de maatstaven zijn op het punt van ‘talentontwikkeling’, een van de vier belangrijkste accenten in het voorgenomen beleid van Geherls.

De schets van de wethouder van Amsterdam als een stad met „excellente kunstinstellingen die tot de top van de wereld behoren” noemt de raad „een eendimensionaal beeld, haast een karikatuur”. De aanwezigheid van een avant-garde en van een sterk middenveld wordt te veel als gegeven genomen.