Retour Den Haag-Brussel

PvdA-top slaat terug...

Twee weken lang was er kritiek op de PvdA en vooral op partijleider Wouter Bos. Na een kritisch boek van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, stortten leden en partijprominenten zich in een discussie over de ‘spagaat’ van de PvdA en de manier waarop Bos de partij leidt. Oud-minister Jan Pronk had het over de „leiderschapscrisis” van de PvdA, de Jonge Socialisten speculeerden over een aftreden van Bos.

Reacties bleven al die tijd uit. Maar sinds eind vorige week slaan Bos en zijn getrouwen dan toch terug. Alsof het een gecoördineerde actie was, traden zij overal op. De Amsterdamse burgemeester Cohen opende de tegenaanval donderdagavond bij Nova. Bos zelf trok de meeste aandacht met een ingezonden stuk in de Volkskrant en een interview in het tv-programma Buitenhof. Partijvoorzitter Michiel van Hulten (Tros Kamerbreed) en minister Ronald Plasterk (Nova) namen het op voor Bos. Oud-voorzitter Ruud Koole schreef net als Bos een stuk in de Volkskrant.

Wat opviel: veel prominenten gebruikten dezelfde woorden als Bos. Zo wees Plasterk er net als Bos zelf op dat de partijleider vorige week, tijdens een Kamerdebat, door SP’er Ewoud Irrgang verkeerd geciteerd werd uit zijn boek Dit land kan zoveel beter. En zowel Bos als Koole hadden het in hun ingezonden stuk over de „zelfkastijding” van de PvdA. Toch is van een georkestreerde actie geen sprake, zegt Koole. „Ik was verrast door het stuk van Wouter, ik had mijn stuk woensdag al ingeleverd.” Koole had zijn stuk vooraf aan Bos laten lezen, maar wist niet dat Bos ook met een artikel bezig was. Hij vindt het jammer dat de stukken zo op elkaar lijken. „We hadden wel heel erg dezelfde redeneertrant.”

... en zoekt volkse types

In het ingezonden stuk van Bos staat één zin waar Koole minder gelukkig mee is. Bos schrijft dat de PvdA een „beter verhaal” nodig heeft, hetgeen „een veel professionelere scouting, rekrutering en scholing van talent” vergt. „Zodat niet alleen maar doctorandussen in beeld komen als beeldbepalende PvdA’ers, maar meer ‘gewone mensen’ en Jan Schaefer-types”, aldus Bos.

„Dat zou ik zelf nooit zo gezegd hebben”, zegt Koole, zelf hoogleraar in Leiden. „Je moet niet afgeven op doctorandussen. Natuurlijk zaten er vroeger meer ongeschoolden in de top van de partij, maar dat was in een tijd dat de toegang tot het hoger onderwijs nog veel minder goed was.”

Koole begrijpt wel wat Bos bedoelt met ‘Jan Schaefer-types’. Deze PvdA’er, ex-banketbakker, viel in de vorige eeuw op door zijn anti-elitaire uitstraling. Koole zat in 2003 in de kandidaatstellingscommissie voor de nieuwe Tweede Kamerfractie van de PvdA, waarin ook al gezocht werd naar „volkse types”. Er werd er toen één gevonden: het Groningse gemeenteraadslid Marjo van Dijken. Voor de laatste verkiezingen werd de Utrechtse wethouder Hans Spekman gescout. Maar Spekman en Van Dijken noemen zichzelf liever geen ‘Jan Schaefer-type’. Van Dijken: „Ik vind dat een beetje merkwaardige vergelijking.” Spekman: „Jan Schaefer is een beetje van voor mijn tijd. Ik heb meer met Ien Dales.” Spekman zegt dat het „een tijdje de gewoonte is geweest de doctorandussen te vragen voor de gezichtsbepalende functies van de partij”. Hij kan maar drie Schaefer-types bedenken in de partijtop: hijzelf, Van Dijken en staatssecretaris Aboutaleb. Maar dat hoeft volgens Spekman, ex-verhuizer, ex-medewerker aan de lopende band, geen probleem te zijn. „Bij ons thuis was Joop den Uyl het grote voorbeeld. En die heeft ook gewoon gestudeerd. Onder de top wemelt het van de gewone mensen die de taal van de gewone man spreken.” Volgens Van Dijken moet de PvdA minder discussiëren over de grote lijnen. „Daar heeft de burger geen mallemoer aan. De burger wil dat zijn problemen worden opgelost.” Van Dijken vertolkt met trots het volkse geluid. „Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als plat of populistisch.” (GV)