Politieoptreden dat op de lachspieren werkt

Van Kasparovs oppositie-front gaat op het eerste gezicht weinig dreiging uit.

Maar het Kremlin lijkt er alles aan te doen om Kasparov nieuwswaarde te bezorgen.

Schaakgenie Gari Kasparov slaagt er maar mooi in zich te laten arresteren, samen met zo’n 170 mindere goden. Rond twee uur ’s middags kan de pers de camera’s opbergen en tevreden naar huis: het Kremlin heeft ook van de vierde ‘Mars der Ontevredenen’ een succes gemaakt.

Op zich gaan de marsen nergens over. Van Kasparovs oppositiefront ‘Een Ander Rusland’, een coalitie van impopulaire liberalen en radicale jeugdsektes, gaat op het eerste gezicht weinig dreiging uit. Kasparov zelf raakte deze week in opspraak in de Russische blogsfeer, doordat hij zijn oppositie tegen Poetin blijkt te combineren met een lidmaatschap van CSP, een Amerikaanse denktank van neoconservatieven. En toch lijkt de macht er alles aan te doen om Kasparovs marsen zo veel mogelijk nieuwswaarde te bezorgen.

Na drie eerdere marsen, waarvan de laatste in Nizjni Novgorod plaatshad, keert het circus nu terug in Moskou en St Petersburg. De openingszetten zijn bekend. Kasparov eist in Moskou het centrale Poesjkinplein op voor zijn ‘Mars der Ontevredenen’. De burgemeester wijst die plek af „omdat het de Moskovieten hindert” en verbant Kasparov naar een park. Kasparov kondigt aan toch te zullen betogen op het Poesjkinplein.

Daarop komt de macht met een nieuwe variant. Ditmaal krijgt de Jonge Garde, de jeugdbeweging van Kremlinpartij Verenigd Rusland, wel toestemming om te betogen op het Poesjkinplein. Ook mogen de racisten van de NDPI elders demonstreren en bewijzen de Poetin-getrouwe liberalen het Kremlin een dienst door ook een betoging te houden. Doel lijkt de pers in verwarring te brengen en de aandacht van Kasparov af te leiden.

En lukt dat? Natuurlijk niet. Vanaf elf uur cirkelt de halve wereldpers al rond op het Poesjkinplein. Komt Kasparov? En hoe dan? Het plein is een ware vesting, naar verluidt zijn ongeveer tienduizend agenten opgetrommeld. Langs de stoepen van het plein staan lange muren van arrestantenbusjes en politiewagens, gemeente-trucks en sneeuwschuivers. Dan volgt een brede ring van dienstplichtige soldaten met jeugdpuistjes, daaromheen zwermen cohorten politie met platte pet en zware jongens van de Russische oproerpolitie (OMON). En mocht de OMON, die in Tsjetsjenië reguliere veldslagen uitvocht, toch het onderspit delven, dan staan in de zijstraten de allerzwaarste jongens van SOBOR klaar met de zwarte helmen en kogelvrije vesten. Slechts tanks en veldartillerie ontbreken.

Overdaad die onbedoeld op de lachspieren werkt. Het is als in die zwijgende films waarin Buster Keaton door duizenden agenten door de stad wordt gejaagd en de burgemeester bevel geeft: ‘Get more cops to protect our policemen!’ Nu en dan rennen eenheden om volstrekt onduidelijke redenen van de ene hoek van het plein naar de andere. Een fraai moment volgt als een waterkanon het plein op rijdt en minutenlang met zijn kanon dreigend de hele omgeving onder schot neemt. Dan beseft ook de chauffeur dat hij hier louter agenten kan natspuiten.

„Denkt u dat ze mij bang maken?” vraagt het strijdlustige oudje Natalja Bogdanova, die even later een worsteling begint met een agent in burger omdat hij haar spandoekje tracht te verscheuren. „Ik stond in 1991 voor het Witte Huis om de tanks op te wachten (tijdens de coup van communististische hardliners, red.) En dan zou deze schertsvertoning mij bang moeten maken?”

De ordetroepen blijken ‘de kinderen te beschermen’: ongeveer honderd Kremlin-getrouwe scholiertjes van de Jonge Garde die op het Poesjkinplein staan in witte hesjes en met Russische vlaggetjes op hun wangetjes. „Vrijheid, daar strijden we voor”, brult een spreker hen toe voor een enorm beeldscherm. Hij wenst eenheid, een sterk Rusland, een sterk leger. „Wij verwerpen het Rusland van die liberale smeerlappen die alles doen voor Amerikaanse dollars!” In de naburige McDonald’s zitten dezelfde jongeren even later samen met oproeragenten achter de hamburgers.

Kasparov blijkt dan al van straat gelicht: hij mag twaalf uur later de cel weer uit na betaling van 1.000 roebel (30 euro). Tot dusver wist de macht een arrestatie van Kasparov te vermijden, maar kennelijk moet ook deze mars nieuwswaarde krijgen. Voor het overige lijkt het marsbevel van vandaag: oudjes en journalisten ontzien. Eenvoudig is dat niet. Een enkele journalist wordt toch opgepakt, zoals de verslaggever van radio Echo Moskvi die vanuit de arrestantenbus droog verslag blijft doen: „We staan nu even stil bij station Wit-Rusland…”

Inmiddels blijkt men driftig te schermutselen verderop bij Tsjitsi Proedi: een paar honderd agenten met de platte pet hebben problemen met een handjevol jonge vechtersbazen. Duizenden agenten en honderden fotografen gaan in galop die kant op. Onderweg ontvouwt zich een komische hindernisrace: de politie werpt kordons op tegen journalisten, die nemen een andere weg, waarna nieuwe blokkades volgen. Maar bij aankomst in het park blijkt het aantal fotografen veel groter dan het aantal relschoppers.

Op televisie ziet de Russische kijker die avond vooral de frisse Jonge Garde, die op de Mussenheuvel in witte uniformpjes Poetin en Rusland toejuicht, naar popmuziek luistert en traditionele spelletjes doet.