Nostalgiebeleving voor dertigers

Pong en Pac-man, Sixto Rodriquez, The Bees; Motel Mozaïque was dit jaar een sprong terug in de tijd.

Er was veel (muzikaal) verlangen naar een fijnere tijd.

Midden in de lobby van de Rotterdamse schouwburg, centrum van het meerdaagse, multidisciplinaire festival Motel Mozaïque, verrijst een archaïsche speelhal. In een hokje van spaanplaat staat een vijftal houten speelautomaten. Op deze ambachtelijke apparaten kunnen prettig prehistorische computerspellen als Galaxy, Pong en Pac-man worden gespeeld. Een handvol dertigers verdringt zich voor deze sprong terug in de tijd.

Low Tek Arcade van kunstenaars Ties ten Bosch en Gert-Jan van den Akerboom vat treffend het onuitgesproken, maar alomtegenwoordige thema van deze editie van Motel Mozaïque samen: nostalgie. Overal kwam het terug, om te beginnen in het programmaboekje, waarin minstens tien acts als traditioneel, of ‘typisch jaren vijftig, zestig of zeventig’ werden omschreven.

Maar ook in het optreden van de 64-jarige Sixto Rodriquez, die na een winterslaap van ruim dertig jaar nu weer op het podium stond. Bij zijn rustige, bluesy concert in de grote zaal leek de tijd te hebben stilgestaan. In de lieve, warm melodieuze liedjes van The Bees, die stuk voor stuk teruggrijpen op The Beatles, The Beach Boys en The Byrds. En bij de normaal zo brutaal vuilbekkend babbelende Jamie T., die opeens alleen zichzelf begeleidde op akoestische gitaar. Zonder hippe beat blijft er opvallend weinig van zijn luie praat-zang over. En met zijn eentonige, amelodieuze geram op de gitaar joeg hij in hoog tempo grote groepen fans Off Corso uit.

Bij het schattige Vlaamse succesbandje Fixkes verwijzen zo’n beetje alle songteksten naar vroeger, de tijd vóór de mp3-speler, de tijd van Commodore en van verkering vragen – toen liefde nog eenvoudig was. In hun typische Stabroekse dialect is dit ‘ik vraag het aan’, en Kvraagetaan is dan ook de titel van hun eerste single, die binnenkort in Nederland uitkomt. De Antwerpenaren, die onlangs tekenden bij Excelsior, maken zoete, onschuldige liedjes, bijpassend hees-zacht gezongen door het kleine opdondertje Sam Valkenborgh. Met Flip Kowlier zijn ze al vergeleken, en met Jack Johnson, hoewel ze vooral dankzij de energieke drummer Jan Valkenborgh, tevens broer van, ietsje feller klinken. Jan zingt meteen ook het enige harde, en – vermoedelijk – minder vriendelijke liedje, waarvan het refrein lijkt te zijn: ‘Mag ’k es op uw lief zitten, alstublieft.’ Maar zelfs dat vragen ze nog netjes.

Nostalgie leek op Motel Mozaïque dan ook te zijn: escapisme. Er was veel (muzikaal) verlangen naar een fijnere tijd: een tijd van eenvoud en onschuld. Niet voor niets was ook het aandeel freakfolkartiesten en CocoRosie-navolgers dit jaar weer groot. Bunny Rabbit, Larkin Grimm en Stephanie Dosen bijvoorbeeld bewegen zich nadrukkelijk in dezelfde sprookjesachtige, soms spookachtige maar altijd kinderlijke fantasiewereld van de prettig gestoord zingende zusjes.

De Rotterdamse rapper Tim, van V.S.O.P, blijkt op zaterdagmiddag wél met beide benen stevig in het harde, aardse heden geplant. Op Perron Mozaïque, een fantastisch aangeklede, grootstedelijke locatie rond het ongebruikte station Hofplein spuwt Tim in plat Rotterdams zijn felle kritiek op maatschappij, politiek, Balkenende en Bush. Tientallen mensen zijn hier in de stralende zon samengedromd op een knalpaarse stalen stellage die hoog uitsteekt boven de overwoekerde treinrails. Felle graffiti en stadsmeisjes in neonkleuren contrasteren fraai met het grauw van gebarsten beton.

Schokkend aards, pijnlijk en plastisch is de theatersolo Cobain, van Wunderbaum-acteur Matijs Jansen. In een vijftal scènes verplaatst Jansen zich respectievelijk in Kurt Cobain, diens vrouw Courtney Love en Nirvana-bassist Kris Novoselic. Jansen kan verbaal veel fysiek ongemak oproepen, waarbij hij zijn toeschouwers kastijdt met kots, bloed, stront en vruchtwater. De scène over Jansens eigen bad trip in Marokko, compleet met voedselvergiftiging tijdens een eindeloos durende busrit, leidt onherroepelijk tot plaatsvervangend samengeknepen billen bij het publiek.

Maar Jansen last ook heel ingetogen, tragische momenten in, waarbij hij, sober spelend op zijn gitaar, een paar sombere Nirvana-nummers ten gehore brengt. Antwoorden komen er niet, wel een intens droevig besef van hoe een leven, ondanks mogelijke uitwegen, soms lijkt voorbestemd tot een tragisch, voortijdig eind. Hier is geen ontsnapping mogelijk.

Vergeten en feestvieren kon op vrijdag weer heel goed bij !!! (‘chk chk chk’), de opzwepende gitaarpunkfunkband rond de energiek swingende en springende zanger Nic Offer, die door alle inspanning al na drie liedjes deels zijn stem kwijt was. Hoewel Offer met zijn theatrale pasjes en bestudeerde poses gevaarlijk op de grens van enthousiasmerend en ergerniswekkend balanceert, garandeert !!! een geweldige show, die meteen het feestelijke hoogtepunt van het weekend was.

Zo was deze editie van Motel Mozaïque weliswaar voornamelijk ongevaarlijk, maar – mede dankzij het schitterende weer – uiterst aangenaam: warm, weemoedig en weinig verontrustend.