Kom op jongens, even de fans bedanken

De tekst van Lennaert Nijgh dreigt na 34 jaar een extra betekenis te krijgen.

Als hij maar geen voetballer wordt,

ze schoppen hem misschien half dood.

In de jaren zeventig waren vooral vliegende tackles van de tegenstander het grootste probleem. Of onduidelijke pilletjes van de clubarts.

Vandaag de dag ligt dat anders. Nog even en een voetballer heeft het meest te vrezen van eigen supporters.

Bij PSV werd onlangs, na een fikse sportieve inzinking, de spelersbus belet om weg te rijden. En moest later de training worden stilgelegd. Een klein groepje supporters wilde eerst tekst en uitleg. Natuurlijk, zo werd achteraf gesust, van een bedreigende situatie was geen sprake. Aanvoerder Phillip Cocu loste het, gewapend met megafoon, goed op.

Bij Feyenoord wordt het bijna een gewoonte om na een verloren wedstrijd de spelers bij de Kuip op te vangen. Ook gisteren. Een zogeheten emotionele discussie met zo’n honderd fans volgde. Het ging allemaal goed, maar voetballers moeten inmiddels de diplomatieke gaven van Pierre van Hooijdonk hebben om ongeschonden het avondeten te halen.

Bij ADO Den Haag gingen enkele supporters eind vorig jaar veel verder. Trainer Frans Adelaar gooide de handdoek in de ring nadat hij daadwerkelijk werd bedreigd, zelfs bij zijn huis.

Sommige fans eisen vandaag de dag garantie op succes. Zij lijken zichzelf inmiddels belangrijker te vinden dan de club. Verliezen mag niet meer.

En dit zijn alleen de incidenten die het nieuws haalden. Jan Reker verklaarde eerder namens de verenigde trainers dat oefenmeesters vaker worden lastig gevallen. Bijzonderheden gaf hij niet.

Ook spelers, trainers en bestuurders willen de vuile was liever niet buiten hangen. Is het uit schaamte of uit angst dat wangedrag van eigen fans niet aan de kaak wordt gesteld? Maar zonder tegengas te geven wordt het probleem alleen maar groter.

En dan mag de toeschouwer binnenkort niet meer te snel oordelen als hij een trainer of speler volledig uit zijn bol ziet gaan.

Heb begrip. Hij weet wat hem thuis te wachten staat.

Erik van der Walle