Goedkopere zorg leidt niet tot maatwerk

De VNG en cliëntenorganisatie CG Raad slaan de plank mis als zij stellen dat zorgaanbieders te veel zorg hebben verleend (NRC Handelsblad, 12 april).

Tot eind 2006 was bij de invulling van de zwaarte van de zorg bepalend of een cliënt de regie over zijn eigen leven kon voeren. Binnen de toenmalige AWBZ-regelgeving werd, vaak tijdens een huisbezoek, in samenspraak met de cliënt de deskundigheid van de zorgverlener bepaald.

Door de invoering van de WMO is veel veranderd. Nu wordt bij de aanvraag voor huishoudelijke hulp door gemeenten veelal niet meer gekeken of iemand zelf de regie over zijn leven kan voeren. Ook huisbezoeken horen in veel gevallen tot het verleden.

Het gevolg is dat veel gemeenten volgens hun aangescherpte normen de meest eenvoudige vorm van huishoudelijke verzorging leveren. Het is inderdaad goedkoper, maar in veel gevallen leidt het niet tot maatwerk in de zorgverlening. Immers, in gemeenten waar nog wel huisbezoeken plaatsvinden, wordt in 75 procent van de gevallen de zwaardere thuiszorg geleverd, omdat blijkt dat zorgbehoevenden dat nodig hebben.

Het is niet zo verbazingwekkend dat er weinig klachten over de WMO zijn. De wet is vrij nieuw en nog niet overal in Nederland in werking, de effecten dus pril. Daarbij komt dat zorgvragers kwetsbare ouderen zijn, vaak met een vorm van dementie, die niet gewend zijn te klagen.

In dat licht helpen tendentieuze opmerkingen van VNG en CG Raad niet. Met de nieuwe WMO besparen gemeenten 180 miljoen euro op de thuiszorg. Als zij denken dat dit kan zonder kwaliteitsverlies van de zorg en zonder aantasting van de arbeidsvoorwaarden en de werkgelegenheid van werkenden in de zorg, zijn zij op zijn minst naïef, zo niet opportunistisch.

Drs. H.C.P. Noten

Voorzitter ActiZ, organisatie van zorgondernemers