Geluk, dat ruikt naar de Tilburgse kermis

Bij bushaltes in Tilburg staan vuilnisbakken met verschillende geuren.

Leer de stad kennen door aroma’s van angst, vrees, schaamte en geluk.

. Het is een beetje alsof je aan de buurman ruikt. Omdat het zo persoonlijk is. Met je hoofd gebogen boven de vuilnisbak, de klep met opgestoken arm omhooghoudend. En dan: diep snuiven. Met je neus in de kliko.

De geur van de gemiddelde gft-bak is na een dag of twee al niet meer te harden, en de snuffelende houding boven een rijk gevulde vuilnisbak lijkt vooral weggelegd voor zwervers, toch is het nieuwste kunstproject van de Tilburg CowBoys niet zo ranzig als het in eerste instantie lijkt.

De drie CowBoys, Chris Gribling, Hans d’Olivat en Sander van Bussel, maakten in samenwerking met de smaak- en geurstoffenfabrikant IFF geuren die het karakter van de stad blootleggen. „We hebben de stad gepersonifieerd”, zegt Gribling, de conceptontwikkelaar van de drie. „We hebben ons afgevraagd wat we aan de stad willen vragen, als we er een gesprek mee zouden voeren. Zo zijn we tot zes eigenschappen en emoties gekomen waar we typische luchten bij hebben gezocht. Geuren die alleen in Tilburg kunnen. In Den Helder ruikt het weer heel anders.”

De aroma’s zijn vervolgens in zes fonkelnieuwe witte vuilnisbakken met zwarte kleppen gestopt. Drie aan drie staan ze met de rug naar elkaar toe. Erboven prijkt een houten bord met een uitnodigend ‘Tilburgse Luchten’ erop. Til je de klep op, dan zie je een paar gaatjes, een onzichtbaar verstopte verstuiver laat een stukje stad door je neus naar binnen dringen.

Angst, vrees, schaamte, eenzaamheid, geluk en toekomst. De stemmingen staan met grote letters op de vuilnisbakken gedrukt. Het is een nogal mistroostige verzameling gemoedstoestanden, vooral als de laatste twee zouden ontbreken. „Toekomst is ook niet zo’n vrolijke”, voegt Chris meteen toe. „Die ruikt naar koffie en cake.” En al is er in deze afvalbak ook een vleugje chocola en griesmeelpap te ontdekken, de associatie met een ouderwetse Brabantse koffietafel is niet meer weg te denken. Toch vooral iets voor begrafenissen.

Tijdens de opening afgelopen donderdag in een buurthuis in Tilburg-Noord wordt meteen duidelijk welke reacties de vuilnisbakken kunnen opleveren. Een groepje jongeren loopt direct op de witte bakken af. Alle kleppen worden met enthousiasme gelicht en de gaatjes besnuffeld. „Gatverdamme deze stinkt naar wc-verfrisser.” (eenzaamheid) „Deze ruikt naar zweet. En nog iets...” (schaamte). „O, geluk ruikt als een vers geschilderd kastje.”

Een oudere man keurt de vuilnisbakken als een kok boven dampende pannen in de keuken. Hij onderscheidt Thais eten of Indiase curry in de angstgeur. Dat zou prima passen bij angst voor het vreemde, voor andere culturen.

„Mensen moeten vrij associëren”, zegt Sander van Bussel. „Laat ze zelf maar bedenken wat de geuren zijn en wat het betekent. Ik kan alleen zeggen dat we altijd twee of meer geuren door elkaar gemengd hebben.” Zijn favoriet: geluk. Die ruikt duidelijk naar suikerspin en oliebollen. Een onvermijdelijke en wat makkelijke verwijzing naar de Tilburgse kermis.

Dit nieuwste project van de Tilburg CowBoys sluit prima aan bij hun eerdere werken. Ze nemen vaak een gangbaar aspect uit de samenleving, bewerken het met een idee, en zetten het weer terug op de plek waar het vandaan kwam. Kunst in de openbare ruimte heet het officieel, maar die term is te formeel voor hun werk.

Ze stonden in augustus vorig jaar op het Lowlands Festival met hun ruilcaravan, waar festivalgangers hun kleffe T-shirts konden inwisselen voor gewassen exemplaren van andere bezoekers. De Tilburg CowBoys gaven verschillende Elvis-cursussen. En afgelopen Kerst lanceerden ze de dvd Tafelgenoten, zodat de eenzame kerstvierder met zes verschillende ‘televisiegasten’ kon tafelen.

Met de geuren voegen ze een nieuwe dimensie toe aan hun oeuvre. De neus, vroeger beschouwt als het ‘laagste’ zintuig, kent een herwaardering. Patrick Süskinds Parfum is een succes in boek en film. Warenhuizen gebruiken sfeergeuren, er is sinds kort geurende verf op de markt, er zijn geurbioscopen, werkgevers die met citroenluchtjes hun werknemers fris proberen te houden. En Rotterdam had in 2003 de tentoonstelling ‘Ruik Rotterdam’.

De Tilburg CowBoys houden het eenvoudig. Zes vuilnisbakken bij een bushalte. Bij zijn openingspraatje zegt cultuurwethouder Hugo Backx dat er eigenlijk verborgen camera’s bij de bushaltes geplaatst moeten worden, omdat de reacties zo leuk zijn. Maar zover gaan de CowBoys niet. De dichter van de drie, Hans d’Olivat: „We willen het toegankelijk houden. Vandaar een onbeladen plek als een bushalte. Vandaar de vuilnisbakken. Daar kijkt niemand van op. Maar misschien gaan we wel een keertje posten om te kijken hoe mensen reageren. Of ze de luchten herkennen.”

De geurende vuilnisbakken staan tot en met 12 mei bij diverse bushaltes in de stad. Voor meer informatie: www.tilburgcowboys.nl