Evangelie als X-factor voor de EO

De EO werd veertig jaar geleden gezien als een clubje fundamentalistische amateurs. Nu is het een van de grootste publieke omroepen, met zo’n 60.000 jongeren als lid.

Hilversum, 16 april. - Cameramensen wilden ooit op klepperende klompen de opnamen van een EO-programma verstieren. „De technici in Hilversum zaten niet op ons te wachten”, zei Meindert Leerling in de onlangs uitgezonden radiodocumentaire EO 40 jaar.

De oud-lijsttrekker van de Reformatorische Politiek Federatie (RPF), die later opging in de ChristenUnie, werkte een aantal jaren als journalist voor de EO. Leerling werd bijna ontslagen toen hij Jan Pronk, destijds minister van Ontwikkelingssamenwerking, had geïnterviewd. „Die PvdA’er komt hier niet in de uitzending”, kreeg hij te horen van het bestuur, dat alle programma’s screende.

Volgens huidig directeur Henk Hagoort werden de jaren zeventig en tachtig bij de EO gekenmerkt door polarisatie. „Onze stelling was: wij doen hoor, de VARA doet wederhoor. We droegen uit dat we tegen abortus en euthanasie waren. Als je in die tijd bij de EO werkte, was je niet zeker van een baan elders.”

Het waren ook de jaren dat de EO „ongevraagd’’ de huiskamer binnenkwam. „Omdat er maar twee tv-kanalen waren waar heel Nederland naar keek, heeft dat ons imago voor jaren bepaald”, zegt Hagoort. „De EO werkte in de jaren zeventig sterk vanuit de antithesegedachte: wij tegen de wereld”, staat in het jubileumboek Altijd goed voor hartkloppingen. Dat schiep ook een hecht groepsgevoel. „Wij waren rebels tegen de tijdsgeest en dat paste in een tijd vol protest”, zegt Wim de Knijff, die zo’n 30 jaar bij de EO werkte.

Naarmate de EO groeide en meer zendtijd kreeg, werd de omroep professioneler. Het nieuws werd bijvoorbeeld van meerdere kanten belicht. De grootste groei van de EO vond in 1991 plaats: ruim 217.000 leden erbij dankzij een eenmalige wervingscampagne. De omroep kreeg daarmee de A-status. In december 1998 was de EO zelfs de grootste omroep van Nederland, een positie die de KRO drie jaar geleden heeft overgenomen (zie kader).

De Knijff maakte de kentering mee dat de EO meer ging openstaan voor de mening van de kijker. „Preken vanaf de zeepkist deed het niet goed meer. We moesten veel meer met onze laarzen in de modder gaan staan”, zegt hij. „Met mensen meegaan in hun zoektocht naar zingeving. Het was niet meer verplicht om een hele uitzendavond verkondigend bezig te zijn. Met een opvoedprogramma waarin je gezinnen beter helpt te functioneren, verkondig je ook indirect. Het gezin heeft bij God hoge prioriteit.”

Hagoort zegt dat de jaren negentig in het teken stonden van de dialoog. Als voorbeeld noemt hij het programma Zij gelooft, zij gelooft niet. Daarin gingen twee vrienden, de een gelovig, de ander niet, op zoek naar stellen of partners voor wie hetzelfde opging. De EO stuurde ook niet-gelovige presentatoren op pad, zoals Catherine Keyl en Henny Huisman. „Ik hoor tot de generatie EO’ers die tobde over de vraag: hoe zorg je ervoor dat mensen niet wegzappen?”, zegt Hagoort. „Daarom lieten we een tijdje zelfs ons logo weg.”

Hij ziet een nieuwe generatie die „weer wil uitdragen dat ze gelooft”. Zangeres Sharon Kips, winnares van de talentenshow X-Factor van RTL 4, is volgens hem een van die nieuwe representanten. „Zij krijgt een platencontract, ook als zij openlijk voor haar geloof uitkomt’’, zegt hij. Kips treedt in juni op tijdens de EO Jongerendag in een uitverkocht Gelredome.

„Er is een transformatie van religie”, luidde de conclusie uit een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) in 2006. „Men heeft geen binding met een kerk, maar wel met transcendente spiritualiteit.’’ Een onderzoek van het tv-programma Kruispunt over God in Nederland, dat dit weekeinde uitkwam, wees uit dat de algemene gelovigheid in Nederland in tien jaar tijd is afgenomen van 67 naar 62 procent, maar dat de betekenis van religie voor gelovigen groter wordt. „De behoefte aan zingeving is groot’’, zegt De Knijff, „De nieuwe generatie gelovigen is bovendien orthodoxer en radicaler. Jongeren gaan er weer voor en de maatschappij kan daar beter mee omgaan dan in de jaren zeventig.’’

Volgens dominee Arie van der Veer, voorzitter van de EO, zijn tegenwoordig bij zijn omroep alle kerkelijke gezindten te vinden. „De grote omslag is gekomen doordat we een brede programmering kregen”, zegt hij. „De populariteit is een geschenk van God. En wellicht een beloning voor hard werken. Wij zijn geen oude mannenclub, onder de 400 medewerkers zijn veel jongeren die hun schouders eronder hebben gezet. Binnenkort houden we de conferentie De verlegenheid voorbij. Die titel gaat helemaal op voor de nieuwe generatie gelovigen.”

Gaat dat nieuwe christelijke zelfbewustzijn de aard van de programma’s veranderen? Haagoort: „Dat is een spannende vraag voor onszelf’. Op tv zijn we nu sterk met programma’s over emotie en gevoel. Nu is de uitdaging: geloven mag weer en hoe kunnen we die tendens vertalen in programma’s? We zoeken altijd aanknopingspunten in de tijdsgeest om hetzelfde evangelie in een eigentijds jasje te brengen.’’