Europa voert druk op Wolfowitz verder op

Europese ministers hebben de positie van Wereldbank-president Wolfowitz verder onder druk gezet. Maar die zegt dat hij niet aftreedt.

Terwijl Paul Wolfowitz dit weekeinde vocht voor zijn positie als president van de Wereldbank, kreeg hij een harde tegenslag te verduren. In ongebruikelijk scherpe woorden lieten de ministers van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking van alle aangesloten landen zich gisteren uit over hem en de affaire die hun bijeenkomst in Washington overschaduwde.

Voor Wolfowitz is het nu erop of eronder. De strijd over het aanblijven van de Amerikaan draait niet meer alleen om de rol die hij speelde bij de overplaatsing en salarisverhoging voor zijn vriendin – om een belangenconflict te voorkomen, werd zij overgeplaatst naar het ministerie van Buitenlandse Zaken toen Wolfowitz in 2005 bij de Wereldbank kwam. De kwestie gaat inmiddels ook over de relatie van de regering-Bush met de rest van de wereld, zoals The New York Times constateerde.

Een andere Wereldbank-president zou zich geen tweemaal bedenken en ontslag nemen als de ministers van het Ontwikkelingscomité, het hoogste orgaan van de bank, in een communiqué stellen dat „de huidige situatie voor ons allen een grote zorg is”. En dat „we moeten garanderen dat de Wereldbank effectief haar mandaat kan uitoefenen en haar geloofwaardigheid en reputatie kan handhaven, alsmede de motivatie van het personeel”. Want verlies aan geloofwaardigheid, afbreuk van de reputatie en ontmoediging van het personeel waren precies de woorden waarmee de critici van Wolfowitz de afgelopen dagen aandrongen op zijn vertrek.

Maar Wolfowitz zegt dat hij blijft zitten. „Ik geloof in de missie van dit instituut, en ik geloof dat ik die missie kan uitvoeren”, zei hij gisteren. De VS en Canada staan achter hem, net als een aantal arme landen als Pakistan en Liberia.

Het Wereldbank-bestuur, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de aandeelhoudende landen, had donderdag al een hard rapport over Wolfowitz uitgebracht, maar schortte een oordeel op tot de ministers in het weekeinde arriveerden. Die ministers verwezen gisteren terug naar het bestuur, maar legden wel eerst hun gepeperde verklaring af.

Dat die verklaring er kwam was te danken aan de Europeanen, waar de Nederlandse minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) een van de voortrekkers was. Tijdens een ingelast diner, zaterdagavond in restaurant La Perla aan Pennsylvania Avenue, kwamen de Europeanen op één lijn.

[Vervolg WOLFOWITZ: pagina 11]

WOLFOWITZ

Afrikaanse steun voor Wolfowitz

[Vervolg van pagina 1] Tijdens hun etentje wisten de Europese ministers te bewerkstelligen dat de zaak-Wolfowitz de volgende dag een agendapunt zou worden. Over een zo gevoelige zaak als deze een compromis bereiken, in een gremium waarin de wereldgemeenschap samenkomt, is uitermate lastig. Tegen die achtergrond geldt de tekst van het communiqué waarover de voltallige vergadering het gisteren uiteindelijk eens werd, hier in Washington als opmerkelijk hard.

Maar procedureel is het nu eenmaal zo dat het bestuur van de Wereldbank benoemt, dus logischerwijs ook ontslaat. En dus verwees iedereen weer naar dat bestuur. Ook Koenders, die blij was dat in de tekst de zorgen van de Europeanen tot uitdrukking kwamen. „Het heeft niets te maken met de Verenigde Staten. Maar als de geloofwaardigheid van de bank op het spel staat, is dat riskant voor de geldstroom van donoren naar de Wereldbank. Er is een gebrek aan vertrouwen in het leiderschap.”

De gevoelens die bij de Wereldbank in Washington leven over Wolfowitz zijn zeer negatief. Voordat de bijeenkomst van de ministers vrijdag begon, nam de Nederlandse bestuurder van de Wereldbank, Herman Wijffels, geen blad voor de mond: „Als Wolfowitz ervaren zou worden als een sterke manager van de bank, dan zou dit enige punt voor hem te overleven zijn. Maar hij heeft een gesloten stijl van managen en springt apart met procedures om.” Wijffels refereerde aan de vorige Wereldbank-vergadering, in het najaar van 2006 in Singapore. Toen werd Wolfowitz, die zijn anticorruptiestrategie in de ogen van de ministers veel te hardhandig uitvoerde, teruggefloten. „Toen hebben we als bestuur de opdracht gekregen om die strategie wat zorgvuldiger te maken. Dat is gelukt, maar het laat een nasmaak na. Een niet al te sterk staande president krijgt nu dit dus over zich heen.”

Niet dat Wolfowitz’ corruptiekruistocht in principe niet wordt toegejuicht, maar er is onder hem voor het overige volgens Wijffels te weinig gebeurd. „Een van de dingen die mij zijn opgevallen is dat de bank een niet goed uitgebalanceerde strategie heeft. De wereld verandert, andere donoren komen op. Er is een algemeen gevoel dat Wolfowitz er niet in geslaagd is om duidelijk te maken waar hij met deze instelling in over vijf tot tien jaar wil zijn. Dat is een vacuüm waarin een anticorruptiestrategie een veel te grote betekenis krijgt. En daardoor is alles uit zijn evenwicht geraakt.”

Als een bestuurslid als Wijffels zo uitgesproken is, is Wolfowitz dan, na verder bestuursonderzoek naar zijn functioneren, niet zo goed als ontslagen? Dat ligt ingewikkeld. Diverse Afrikaanse landen, de grootste ontvangers van Wereldbank-geld, schaarden zich dit weekeinde achter hem. Waarnemers vonden dat niet zo gek: als Wolfowitz blijft, moet men zaken met hem kunnen blijven doen.

Dat de Europeanen eensgezind blijven is niet gezegd. Hoe dan ook staat er meer op het spel dan alleen de president van de Wereldbank. Hoeveel hebben de Europese landen ervoor over, als ze openlijk botsen met het Witte Huis? Niemand gelooft dat de kwestie nu werkelijk weer een zaak is van alleen het bestuur. Zoals Wijffels zei: de benoeming vindt formeel wel plaats door het bestuur, maar is in werkelijkheid een Chefsache: niets gaat in zo’n geval zonder de hoofdsteden. Bij een ontslag zal dat niet anders zijn.

Ook in Amerikaanse kranten woedt de strijd. De Wall Street Journal vindt alle ophef over Wolfowitz’ ‘minischandaal’ zwaar overdreven. Maar The New York Times pleit voor zijn aftreden: „Wolfowitz kan zijn geloofwaardigheid niet meer herstellen.” De internationale zakenkrant Financial Times heeft hetzelfde standpunt.

Van Wolfowitz werd gisteren voorlopig geen actie verwacht. Een welingevoerde bron zei dit weekeinde dat „hij niet in de stemming is om ontslag te nemen”. Ook niet na het communiqué van de ministers dat hem dit, tussen de regels door, zeer sterk aanraadt.