Europa helpt beller

Tarieven dalen, maar nu nog niet. A company handout image showing the Samsung Ultra Smart F700, released to the media on Thursday, Feb. 8, 2007. This mobile phone will be showcased at 3GSM World Congress, a telecommunications event, next week in Barcelona. Source: Samsung Electronics Co. Ltd. via Bloomberg News VIA BLOOMBERG NEWS

Veel vreugde over een nog niet geleverde prestatie. Afgelopen week sprak het Europees Parlement zich uit over het verlagen van de kosten van mobiel bellen in het buitenland, de zogenoemde roaming-tarieven. De media werden overspoeld met persberichten van nagenoeg alle fracties en vaak ook nog individuele afgevaardigden waarin van dit heuglijke feit melding werd gemaakt. „Hierdoor besparen consumenten en bedrijven jaarlijks 5 miljard euro. Verder hebben vooral bewoners in de grensstreek voordeel bij de nieuwe tarieven”, aldus bijvoorbeeld europarlementariër Lambert van Nistelrooy (CDA).

Alleen, het Europees Parlement vergaderde afgelopen week helemaal niet. Het waren de 49 leden van de Industriecommissie van het Europees Parlement die zich voor lagere tarieven hebben uitgesproken. Het voltallige Parlement zal er pas volgende maand over oordelen, en daarna vervolgens in juni ook nog de voor telecom verantwoordelijke ministers uit de 27 lidstaten. Niet uit te sluiten valt dat parlementariërs en ministers daarna nog een keer met elkaar in de slag moeten. In de tussentijd zal er nog heel wat wheelen en dealen plaatsvinden, want de belangen zijn groot.

Dat de tarieven omlaag gaan staat wel vast. Maar met hoeveel en vooral ook wanneer (voor de zomervakantie?) valt allemaal nog te bezien. Waarom dan nu reeds al die enthousiaste persberichten? Omdat als het om consumentvriendelijke onderwerpen gaat niet kort genoeg gewacht kan worden.

Overigens staat het Europees Parlement hierin niet alleen. De Europese Commissie presteerde het om de – nog steeds niet ingevoerde – lagere telefoontarieven al een jaar geleden te claimen als één van de verworvenheden van het verenigde Europa.

Mark Kranenburg