Bos en het investeren in het bouwblok

Wel vier of vijf verklaringen noemde Wouter Bos voor het feit dat hij de solidariteit tegenwoordig steeds lastiger georganiseerd krijgt: omdat de bevolking steeds diverser wordt, de welvaartsverschillen toenemen, de grenzen vervagen, de publieke sector vastloopt in marktwerking of bureaucratie, en nog iets.

En hij vervolgde in het Volkskrant-stuk, dat al zijn critici een bedremmeld zwijgen moet opleggen: „In de bouwblokken die het verhaal moeten vormen dat op die problemen een antwoord vormt, is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd.”

Ik heb in m’n leven voor veel doctorandussenzinnen het gelaat afgewend. Maar deze durf ik nu al uit te roepen tot de doctorandussenzin van de 21ste eeuw.

Wat staat hier letterlijk?

Letterlijk staat er dat in de afgelopen jaren – God mag weten hoe lang al – veel is geïnvesteerd in ‘bouwblokken’. Hoeveel precies laat Wouter in het midden. Maar hij geeft wel aan wat voor bouwblokken aan de orde waren. Het blijkt om bouwblokken te zijn gegaan ‘die het verhaal moeten vormen dat op die problemen (dat dus de solidariteit steeds minder van een leien dakje gaat) een antwoord vormt’.

Aan dat proza kan niet één Jan Schaefer medeplichtig zijn geweest.

Wat lezen we overdrachtelijk in de kernalinea’s? Overdrachtelijk lezen we erin dat het vraagstuk waarvoor Wouter zich indertijd als politiek leider gesteld zag, voor hem eigenlijk te ingewikkeld was. Overdrachtelijk lezen we iets wat het meest doet denken aan de klacht van een ijverige, maar iets te beperkte hbs’er, wie de dekselse probleemsommen steeds verder boven het hoofd zijn gegroeid, en die na een hele nacht ijdel ploeteren op geen stukken na gedaan heeft wat de school van hem verwachtte. Waarna hij de leraar vraagt of hij het proefwerk nog een keer helemaal over mag doen.

Want dat is het vervelende punt. Wouter heeft z’n huiswerk niet afgekregen. Hier en daar hoor je al mompelen dat hij misschien terug moet naar een eenvoudiger type onderwijs.

Op onverstoorbare doctorandussentoon vervolgt hij niettemin zijn oratio pro domo: „Die bouwstenen hebben we”, schreef hij. „Maar het huis staat nog niet. Resultaat is dat voor veel mensen het standpunt van de PvdA nog te vaak onvoorspelbaar is. Dan blijken beelden uit het verleden het al snel te winnen. Waardoor de verwarring alleen maar groter wordt. Om dat te overwinnen hebben we tijd en resultaten nodig. En denkkracht.”

M’n handen jeuken om met het rode potlood bij deze stilistische warboel een paar vraagtekens te zetten. Waarom gaan ‘beelden uit het verleden’ het snel winnen naarmate het PvdA-standpunt onvoorspelbaarder is? Wat zijn dat trouwens voor beelden? Tegen wie winnen ze? En wat is precies het causale verband tussen winnende beelden en grotere verwarring?

Maar ik beheers me.

Ik zal me ook niet druk maken over de wijze waarop de partijleider het egodocument waar zijn carrière van afhangt, niet met een citaat opende van Machiavelli, of Burke, of Weber, of desnoods Wim Kok, maar met eentje van Louis van Gaal. Natuurlijk, alle doctorandussen van de Partij van de Arbeid zitten ’s zondags op de eretribune van een voetbalstadion, en denken dat ze op die manier verzoend raken met het gewone volk, dus hun spagaat opheffen. Maar dan hoef je je toch nog niet meteen openlijk te beroepen op een vulgaire trainer?

Wanneer intussen zijn de bouwblokken die het verhaal moeten vormen dat antwoord geeft op alle problemen, nou eindelijk opgestapeld tot iets wat op een huis lijkt? Zodat de beelden uit het verleden geen kans meer krijgen? De verwarring voorbij is? En iedereen de standpunten van de PvdA al jaren tevoren kan voorspellen?

Was ik maar lid. Dan had ik een vraag voor op het volgende congres.

Jan Blokker is columnist voor nrc.next. Eerdere columns van Blokker op www.nrc.nl/blokker