Australiër O’Grady ziet het licht in de Hel

Stuart O’Grady schreef gisteren Parijs-Roubaix op zijn naam. De Australiër liet zich inspireren door beelden van de zege van Hennie Kuiper. „Ik heb mijn droom gerealiseerd.”

Leukemans, O’Grady en Boonen aan kop op de kasseienstrook van Mons-en-Pévèle. Foto Bas Czerwinski Leukemans, O’Grady en Boonen vooraan op de kasseien van Mons-en-Pévèle. Foto Bas Czerwinski 15-04-2007, PARIJS - ROUBAIX. WINNAAR STUART O'GRADY, MIDDEN, MET TOM BOONEN, RECHTS EN BJORN LEUKEMANS, LINKS OP DE MONS-EN-PEVELE KASEI-STROOK. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Het leek een geintje van de weergoden. Op het moment dat Stuart O’Grady alleen het Vélodrome van Roubaix binnenreed, ging de zon een paar tellen schuil achter een minuscuul wolkje. Eindelijk, want zelfs voor een Hel van het Noorden waren de temperaturen gisteren hoog te noemen. „Ach, in mijn land is het ook niet vaak koud”, reageerde de Australische winnaar nuchter.

De temperatuur van boven de 25 graden had O’Grady zeker geholpen, gaf hij toe. „Voor de meeste Europese coureurs is het de eerste warme koersdag. Zij hadden er zonder twijfel meer moeite mee dan ik.” Vorige week, bij de Ronde van Vlaanderen, waren de temperaturen ook al hoger dan gemiddeld en die koers leverde een mediterrane winnaar (de Italiaan Allessandro Ballan, red.) op.

Maar de eerste Australische zege uit de geschiedenis van Parijs-Roubaix volledig ophangen aan de weersomstandigheden zou O’Grady onrecht doen. En vooral zijn team CSC, dat gisteren in Noord-Frankrijk veruit het sterkste bleek. Terwijl Tom Boonen (Quickstep) en Juan Antonio Flecha (Rabobank) in de laatste tientallen kilometers zonder helpers zaten, had CSC met onder anderen Lars Michaelsen nog troeven achter de hand. Alleen een valpartij voorkwam dat de Deen met O’Grady op het podium terechtkwam.

„Als team hebben we een perfecte koers gereden. Veel aangevallen, we waren overal bij”, zei een stralende Fabian Cancellara, de winnaar van vorig jaar. „Stuart was vandaag duidelijk de beste.” Bij de Zwitser ontbrak de kracht om zijn stunt van vorig jaar – in de editie dat in de finale bij een spoorwegovergang moest worden gewacht – te herhalen. „Toen hij dat aan mij vertelde, ben ik direct gaan aanvallen”, zei O’Grady.

Dat hij daar nog de kracht voor had, was opmerkelijk. Amper dertig kilometer na de start in Compiègne vormde zich een kopgroep van zo’n dertig renners, onder wie O’Grady. Hij reed al snel lek, wat wellicht zijn redding was. „Eerst dacht ik dat mijn kansen verkeken waren, maar ik kon wat eten, drinken en wachten tot ik werd ingelopen. Daarna had ik weer alle kracht om aan te vallen.” De laatste twintig kilometer leek hij moeiteloos de groep met Flecha, Steffen Wesemann, Björn Leukemans en Roberto Petito voor te blijven.

„Hij was niet te stoppen. Ongelofelijk”, zei een verbaasde ploegleider Scott Sunderland over zijn landgenoot. Hij noemde de zege gisteren de grootste wielertriomf in de Australische geschiedenis. De gele truien van Phil Anderson waren op slag vergeten. En ook de olympische titel die de 33-jarige O’Grady in 2004 (Athene) op het onderdeel koppelkoers met Graeme Brown won. „Dat was voor mij het hoogste ideaal. Goud op de Spelen. Daarna heb ik lange tijd moeite gehad om me nog te motiveren”, aldus O’Grady die al twee jaar voor het team van Bjarne Riis rijdt. Zonder overwinningen, want de laatste prijzen werden op de weg gewonnen in 2004, toen hij de HEW Cyclassics Cup won.

De Australiër had gisteren nog een verklaring voor het geringe aantal prijzen dat hij de laatste tijd won. „Jarenlang ging ik door voor sprinter en richtte ik me daar op. Onterecht. Ik ben geen echte sprinter en dat heb ik eigenlijk vanaf mijn eerste overwinning altijd beweerd.” Ondanks die zelfkennis had O’Grady lange tijd maar één doel: het winnen van de groene trui in de Tour de France. „Vanaf het moment dat ik bij CSC binnenkwam, heb ik direct gezegd dat ik me wilde richten op de klassiekers. Het is goed om tijdens je carrière doelen te verleggen. Ik wist dat ik de kracht en de ervaring had om zo’n eendaagse wedstrijd te winnen. Toen ik alleen het Vélodrome binnenkwam, besefte ik dat ik mijn droom gerealiseerd had. Als tiener zag ik ooit een videoband met de overwinning van Hennie Kuiper.” Toen ontstond bij O’Grady het verlangen om eveneens ooit de mooiste wielerklassieker op zijn naam te schrijven.

Van eventueel Nederlands succes als dat van Kuiper in 1983 was gisteren geen moment sprake. Met een 31ste plaats – op ruim vijf minuten van de winnaar – zette de 23-jarige Floris Goesinnen van Skil een goed resultaat neer, maar meer opzien baarden de negentien Nederlanders niet. De tweede plaats van Raborenner Flecha zorgde nog voor enigszins Nederlands getint succes. „Het brak ons in de finale op dat we in de vroege kopgroep slechts één man hadden zitten. Daarom hebben we twee renners moeten opofferen om de voorsprong niet te groot te laten worden”, legde hij zijn eenzame positie in de finale uit. „Ik reageerde te laat toen O’Grady aansluiting kreeg en daarna aanviel.”

Uiteindelijk toonde Flecha na 259,5 kilometer – waaronder bijna 53 kilometer aan stoffige kasseistroken – zich de beste in de sprint en finishte hij net vóór Steffen Wesemann. Flecha’s land moet het na 105 edities nog altijd zonder zege doen, maar de Spanjaard presteert al jaren uitstekend in Noord-Frankrijk. In 2005 eindigde hij in Roubaix als derde, vorig jaar als vierde. Teleurgesteld dat hij weer de bekende kassei weer niet mocht ontvangen? „Welnee, als je het Vélodrome binnenrijdt kun je nooit teleurgesteld zijn”, aldus de Raborenner.

Zelfs niet als de brandende zon inmiddels weer is teruggekeerd.