Zes uur in het Sovjet-openluchtmuseum

Het mini-republiekje Transdnjestrië, door geen enkel ander land erkend, telt 650.000 inwoners. De tijd heeft er stilgestaan. Beelden van Lenin staan er nog fier overeind.

Toen de media het in 1991 druk hadden met de beschieting van Vukovar, woedde verderop in Europa een minder in het oog springende, bloedige onafhankelijkheidsoorlog. In de omgeving van de steden Tiraspol en Bender vielen enkele duizenden doden, omdat de overwegend Russische bewoners van de aan de overkant van de rivier de Dnjestr gelegen smalle strook land geen deel wilden uitmaken van het nieuwe, nationalistisch en westers georiënteerde Moldavië.

Geen van beide partijen kon het oorlogje winnen. De Moldaviërs hadden de meeste soldaten, de Transdnjestriërs een enorm wapenarsenaal en het daar gelegen Veertiende Leger van de Sovjet-Unie. De patstelling is nog steeds niet doorbroken. Transdnjestrië (in het Moldavisch Transnistrië) is nu een in naam onafhankelijke staat, officieel Pridnjestrovskaja Moldavskaja Respoeblika (PMR) geheten. Het land heeft een eigen munteenheid – de Transdnjestrische roebel – leger, postzegels en zwaar bewaakte grenzen.

De weg van de Moldavische hoofdstad Chisinau naar Odessa in Oekraïne loopt dwars door Transdnjestrië. Aanvankelijk konden passanten alleen een visum voor drie uur krijgen, net genoeg om het landje over te steken. Maar toen Nederland een paar jaar geleden tegen Moldavië moest voetballen, bleek het stadion van Tiraspol de beste locatie, en werden bij die gelegenheid de visumfaciliteiten uitgebreid tot een periode van vierentwintig uur. De verblijfsperiode blijkt inmiddels weer teruggebracht tot tien uur. Als je langer wilt blijven, moet je je melden op het politiebureau en vragen beantwoorden. Die tien uur halen we niet, want als we niet in Transdnjestrië overnachten, moeten we in het donker terugrijden naar Chisinau, hetgeen gezien de conditie van de Moldavische wegen onverstandig zou zijn.

Dus beperken we ons tot een bezoekje aan de industriestad Rabnita. Het is een echte Sovjetstad, met veel groen en een groot beeld van Lenin op het centrale plein. Transdnjestrië maakt een welvarender en schoner indruk dan Moldavië. De wegen, parken en plantsoenen zijn beter onderhouden, de dameskleding is uitdagender en de accessoires hebben een hoog bling-bling-gehalte.

We hebben een ontmoeting met Viktoria Pasjentseva, politiek en economisch correspondent in Rabnita van de grootste onafhankelijke krant van Transdnjestrië, Dobrji djeni (Goedendag), met een oplage van zesduizend. Het weekblad heeft ook een commerciëlere editie, Goedenavond , met veel advertenties, puzzels, horoscopen en shownieuws. Zo kan de krant zichzelf bedruipen; Goedenavond is wekelijks binnen een dag uitverkocht. Volgens Pasjentseva is er geen officiële censuur, wel zelfcensuur: „Het belangrijkst is dat de hoofdredacteur geen bezwaar maakt, en hij is een meester in het vaststellen waar de grens ligt. ”

Politieke en economische macht zijn in Transdnjestrië nauw verweven. Volgens Pasjentseva vervult ook religie een steeds groter rol, al is de erfenis van het atheïsme niet gemakkelijk uit te wissen. In Rabnita is onlangs een grote orthodoxe kathedraal gebouwd, met goudkleurige koepels: ,,De financiering is mede afkomstig van de staat en uit de zakenwereld; ook religie is verwant met politiek.’’

Op de vraag of de economie in Transdnjestrië liberaal of geleid is, geeft Pasjentseva ontwijkend antwoord. Zeker is dat er geen vijfjarenplannen meer worden opgesteld: „Het is al moeilijk om een budget voor een jaar te maken.” Slechts veertig procent van de bevolking van Transdnjestrië is actief op de arbeidsmarkt, de rest is gepensioneerd of te jong. Bovendien is er amper werk. Met het toerisme gaat het ook nog niet erg hard, logisch gezien de toegangsbeperkingen. Afgezien van twee grensoverschrijdingen, zijn we ook onderweg aangehouden voor documentcontrole. Na zes uur verlaten we bij Dubasari de ministaat. Daar in de buurt, vlakbij de brug, moet een standbeeld van Stalin op de bodem van de Dnjestr liggen, dat bij droogte zo weer zichtbaar zou kunnen worden.