Willekeurige afslankingsoperatie

Het goede nieuws is dat u er in de komende jaren op vooruit gaat. Het slechte nieuws dat u mogelijk uw baan verliest. Ziehier de gemengde berichten vanuit het kabinet die deze week bij zo’n 15.000 rijksambtenaren waarschijnlijk evenzo gemengde gevoelens opriepen. De cao-onderhandelingen die minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) momenteel voert met vertegenwoordigers van de ambtenarenbonden hebben weinig te maken met de voorgenomen afslanking van overheid. Maar voor veel werknemers in rijksdienst is de dubbele boodschap bittere realiteit.

Nu valt er vanuit het oogpunt van goede besteding van belastinggeld veel voor te zeggen dat ambtenarensalarissen niet uit de hand lopen. Dat geldt nog meer voor het voortdurende streven naar een overheidsorganisatie die niet te ruim in haar jasje zit. Burgers zitten niet te wachten op raamambtenaren die op hun werk weinig meer doen dan naar buiten kijken en F5-en. Dat wil zeggen: op het toetsenbord van hun pc F5 aanslaan om een internetpagina te vernieuwen. Alleen gaat dit clichébeeld voor de meeste ambtenaren niet op.

Het probleem van de afslankingsoperatie die het huidige kabinet is overeengekomen, is de willekeurige en weinig doelgerichte vorm waarin deze is gegoten. Een speciaal daartoe aangestelde secretaris-generaal op het departement van Binnenlandse Zaken, Roel Bekker, moet er op toezien dat de verschillende ministers aan hun ‘taakstelling’ voldoen. Zo te zien zijn voornamelijk ambtenaren in de zogeheten veiligheidsketen en uitvoerende ambtenaren bij het ministerie van Sociale Zaken zeker van hun baan. De overige werknemers in rijksdienst lopen de kans geveld te worden door de kaasschaaf van Bekker.

Politieke leiders als premier Balkenende (CDA) en vicepremier Bos (PvdA) hebben doorgaans buiten tijden van kabinetsformatie heldere ideeën over de inrichting van de overheidsorganisatie. Een slagvaardigere overheid zou bijvoorbeeld moeten worden aangestuurd door een kernkabinet dat past rond een flinke keukentafel. Rijkstaken, zo weten zij, kunnen vaak beter worden uitgevoerd op een lager niveau, dichter bij de burger. Maar tijdens de formatie van een kabinet wordt al dit soort wijsheid overboord gezet. Dan geldt spreiding van macht en invloed over de deelnemende partijen van de coalitie. Natuurlijk moeten ook de ambities van die partijen tot uitdrukking komen in de nieuwe ploeg bewindspersonen. En zo telt die ploeg nu dus weer zestien ministers en elf staatssecretarissen. Daarbij valt bijvoorbeeld de nieuwe ministerspost op voor Jeugd en Gezin, ten gerieve van de ChristenUnie, en die van Wonen, Wijken en Integratie, voor het profiel van de PvdA. Terwijl op Onderwijs ten minste één staatssecretaris overtollig is. Als er aan de top niet gekeken wordt op een bewindspersoon meer of minder, zal dat in de rest van de piramide niet anders zijn.

Een blinde afslankingsoperatie, waar niet de vraag aan ten grondslag ligt welke taken de overheid wil afstoten, loopt het risico niet meer te worden dan een rituele dans. De ervaring leert dat departementen dan taken gaan uitbesteden aan dure adviesbureau’s. Of dat deze worden ondergebracht bij agentschappen, zodat effecten op de begroting hooguit cosmetisch zijn.

Naast het lijstje van onderwerpen die het nieuwe kabinet wil aanpakken, zou het wenselijk zijn als politiek leiders tijdens de formatie een lijstje maken van dingen waar zij mee willen stoppen. De formatie is echter alweer lang voorbij. Maar het kabinet bevindt zich nog in de eerste honderd dagen. Laten de ministers van Balkenende IV in de laatste vijftig dagen van deze beleidsmatige incubatietijd besluiten waarmee zij willen ophouden. Het mag een ambitieus lijstje zijn.