Wie stelt vast welke beelden vrouwonderdrukkend zijn?

In een artikel tegen de jarretelfilosofie, tevens een soort bespreking van een boek van Ariel Levy, maakt Stine Jensen erg grote stappen. Van een reclamefoto van een vrouw in bikini trekt ze een rechte lijn naar vrouwenmishandeling. Over de vrouw als lustobject: ”Wat ooit bevrijdend en grappig was, is nu door en door commercieel, en zelfs gevaarlijk. Het leidt tot psychische beschadigingen.”

Jensen - van wie ik mij in haar boek Turkse liefde en in krantenartikelen klaagzangen herinner dat ze in Nederland te weinig als lustobject werd gezien en zich in Turkije, onder de liefdevolle aandacht van haar Turkse vriend pas echt vrouw voelt - houdt hier een gevaarlijk, seksistisch pleidooi.

Als je, zoals zij, commerciële beelden verantwoordelijk stelt voor het totaalgedrag van vrouwen, zet je vrouwen neer als zielige, onzelfstandige, domme wezens die geen verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen voor hun gedrag. Ik geloof niet dat het zo werkt. Nog gevaarlijker aan haar pleidooi is dat het leidt tot een censuur. Die ze namelijk zelf in de laatste regels van haar stuk bepleit, als ze de ChristenUnie gelijk geeft in het protest tegen de reclamefoto. Maar wie gaat dan vaststellen welke beelden vrouwonderdrukkend zijn,vraag ik me af! Oftewel: bij welke beelden zijn vrouwen nog slim genoeg om te zien dat ze wel of niet kunnen, en bij welke beelden zijn vrouwen zo onzelfstandig dat ze in bescherming moeten worden genomen? Wie gaat censureren, de CU? Jensen? Ariel Levy? Een driemanschap? Ik hoop het niet.