Wach auf! Debout!

Het Cito slaat alarm over de luistervaardigheid bij Frans en Duits op alle schooltypen. Marlies Hagers

Leerlingen van alle schooltypen zijn de afgelopen tien jaar minder goed geworden in het begrijpen van gesproken Frans en Duits. Het gemiddeld aantal onvoldoendes is niet gestegen, maar de luistertoetsen voor deze vakken zijn makkelijker geworden. Bij Engels is het niveau wel min of meer gelijk gebleven. Dat concludeert toetsontwikkelaar Cito na een onderzoek naar de prestaties op de luistertoetsen voor de vreemde talen. Het onderzoek is gepubliceerd in het aprilnummer van Levende Talen Magazine, tijdschrift van de Vereniging van Leraren in Levende Talen.

Luistervaardigheid bij de talen is onderdeel van het schoolexamen. Elke school mag het op zijn eigen manier doen. Maar bijna alle scholen gebruiken de luistertoetsen van Cito, dat daardoor een goede kijk heeft op de prestaties over de afgelopen tien jaar.

Het Cito-onderzoek is op eigen initiatief gedaan. Al sinds 2000 ligt de normering van de toetsen niet meer vooraf vast omdat Cito na de invoering van tweede fase en vmbo niet meer blind kan varen op wat de leerlingen kunnen. Elk jaar moesten de toetsontwikkelaars de normering aanpassen om een redelijk aantal leerlingen te laten slagen. In 2006 moest dit zo rigoureus gebeuren dat de alarmbellen gingen rinkelen bij het Cito. Het onderzoek is een service aan het veld: dit zijn de feiten, leraren, oordeel zelf. Verbaasd zijn ze niet, de leraren, eerder blij. “Dat wisten wij allang”, zegt Erwin de Vries, leraar Duits aan het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen en voorzitter sectie Duits van Levende Talen. “Leraren hebben de naam altijd te klagen. Ons gevoel wordt nu eindelijk bevestigd door gedegen onderzoek.”

schrikken

Carla Driessen, lerares Frans aan het Over Betuwe College in Elst, haalt soms een oude luistertoets van stal. “Ik maak er gebruik van om de leerlingen flink te laten schrikken, want tien jaar geleden waren die toetsen veel moeilijker”, zegt ze. Dat vindt ze zorgwekkend, maar ze wil niet meezingen in het ‘ach en wee’-koor. Je oogst wat je zaait, vindt ze. “Het vakkenpakket is zo uitgebreid, dat moet je meewegen als je de prestaties beoordeelt. In de onderbouw begin je al met veel minder uren dan vroeger. Dan mag je ook niet dezelfde eisen stellen.” De Vries voegt toe: “De uren die nodig waren voor al die nieuwe vakken wisten ze meestal wel te vinden bij de talen.” De status van Frans en Duits is niet hoog. In geen enkel profiel zijn het verplichte eindexamenvakken. Als ‘deelvak’ (spreken en luisteren óf schrijven en lezen), is het aantal uren helemaal beperkt.

Johan Graus, hoofdredacteur van Levende Talen Magazine en lerarenopleider Engels in Arnhem/Nijmegen, vindt het “curieus” dat de luistervaardigheid is achteruitgegaan. “Er is juist zo ingezet op het aanleren van vaardigheden”. Zijn verklaring: “Er wordt te weinig aandacht besteed aan de basiskennis – woordjes en grammatica.” In de bovenbouw is het zelfs verboden om die onderdelen nog te toetsen. Dat Engels de dans ontspringt, verklaart hij uit het feit dat leerlingen ook buiten school veel Engels horen.

sussen

Carla Driessen wijst ook op de veranderde populatie op de scholen. “Er zitten nu kinderen op de havo die vroeger mavo deden. Dat wil de overheid ook, dat meer leerlingen naar het hoger onderwijs kunnen, maar nu lopen ze daar vast omdat we ze niet genoeg hebben kunnen leren.” Driessen vindt dat de overheid zich wel erg makkelijk in slaap laat sussen door de resultaten. “De ministers blijven maar zeggen dat Nederland het zo goed doet, maar ze vragen zich niet af of de opleiding nog wel genoeg voorstelt. Dáár moet wat mij betreft de discussie over gaan. Niet maar blijven roepen dat het zo erg is dat die kinderen hun talen niet meer kennen.”