Waar is hij goed voor?

Een jonge, geadopteerde vrouw schrijft over haar ervaringen met Nederlandse mannen.

Toen ik van mijn dorp naar de stad ging om te studeren, dacht ik dat ik eindelijk ernstige gesprekken zou gaan voeren met mensen die veel meer wisten dan ik.

Tot die tijd woonde mijn beste vriendinnetje op een kippenboerderij – biologische eieren! – en daar werden ook gesprekken gevoerd maar niet echt wat ik noem: ernstige gesprekken.

Dat viel dus tegen.

Ik maakte nieuwe vriendinnen, ik ging drie per week skaten, en af en toe had ik een date. De gesprekken die ik met mijn vriendinnen voerden lagen in het verlengde van wat ik op de kippenboerderij had besproken.

Zoiets was dus een desillusie begreep ik.

Maar geleidelijk aan ontdekte ik dat ik minstens zoveel behoefte had aan skaten en daten als aan ernstige gesprekken.

De gesprekken die je met een date hebt, leken weliswaar ook op de gesprekken die ik tijdens het avondeten op de kippenboerderij van mijn vriendinnetje had gevoerd, maar goed. Het eerste uur bestaat uit geveinsde interesse waarbij je er goed aan doet bepaalde dingen voor je te houden, want daar schrikken veel mannen van. Bijvoorbeeld dat je geadopteerd bent of dat een familielid schizofreen is.

Over politiek moet je al helemaal niet praten. Als je date daarin geïnteresseerd is, wat niet vaak voorkomt, wil hij vooral zelf zijn mening verkondigen.

Het beste is veel lachen en je op strategische momenten hulpelozer voordoen dan je bent. Dat lachen heb ik nooit zo’n probleem gevonden. Ik lach graag, en als je doet alsof je aan het lachen bent wordt het op een gegeven moment vanzelf echt. Bovendien heb ik van nature talent voor meligheid.

Zo heb ik een paar vriendjes aan de haak geslagen, en dat bedoel ik niet opschepperig. Ik ben verliefd geworden, een keer of twee heb ik serieus overwogen voor altijd bij diegene te blijven. Maar op een gegeven moment drong zich de vraag op: waar is de man eigenlijk goed voor? Ik bedoel dit niet feministisch, alleen praktisch. Ik ging het aan mijn vriendinnen vragen.

Sommigen zeiden: „Een vriendje is zo gezellig.” De mannen die talent voor gezelligheid hebben zijn op hun gezelligst zolang je nog geen relatie met hen hebt.

Anderen zeiden: „Hij betaalt van alles voor je.” Nuttig, maar de mannen die ik heb versleten waren meer van het type: „Zullen we de rekening delen en laat jij dan de fooi achter want ik heb al mijn kleingeld nodig voor de parkeerautomaat.”

Een enkeling zei: „Een kind heeft een vader nodig.” Mee eens, maar zolang ik nog geen kind heb zou ik het leuk vinden als mijn man ook alvast een functie in mijn leven vervult.

Dan was er natuurlijk nog het antwoord: seks. Een goed argument, maar ik heb moeten constateren dat de man als seksbeest een mythe is. Ik heb eens een vriendje gehad, een natuurkundige, die zei: „Ik masturbeer liever dan dat ik met je vrij, want dat kost minder tijd. Ik kan niet promoveren en vrijen tegelijkertijd.”

Buiten een vaste relatie wil de man zich nog wel voordoen als seksbeest, binnen de relatie sukkelt het beest in slaap. Het enige echt functionele aan de man wat ik kan bedenken, is dat hij echt goed, in sommige gevallen althans, lustobject kan zijn.