Verbeeldingsvolle Fabian ontroert

Jeugdtheater: Fabian of het land dat niet bestond, door Kwatta. Tournee: t/m 6 mei. Inl: 024 3600588 of www.kwatta.info

„Drie keer om de tafelpoot, twee keer tikken op de grond, neus ophalen, neus ophalen, ademen door je mond.” Fabian opent de geheime tunnel onder de tafel, en kruipt naar het Land dat niet bestond. De ravijnen zijn er diep, de moerassen meedogenloos.

In Fabian of het Land dat niet bestond, een muzikale jeugdvoorstelling van Theatergroep Kwatta, bungelt iedereen krampachtig aan de rand van de werkelijkheid, terwijl Fabian (Gijs Nollen) moeiteloos zijn fantasie op de vrije loop laat. Wat vooral intrigeert in deze voorstelling van Josee Hussaarts is dat de werkelijkheid vreemder, onwaarachtiger is dan de fantasie. De zuurstokroze huiskamer waarin we belanden, verraadt de zoete schijn van burgerlijke tevredenheid: vader (Evert van der Meulen) rookt zijn pijpje in een wollen spencer, en in haar onberispelijke bloemenjurk dribbelt moeder (Agnes Bergmeijer) van ditjes naar datjes, onvermoeibaar klikklakkend op haar hoge hakjes. Met een knipoog naar een tijd waarin geluk heel gewoon was, doen beide acteurs zó hun best om normaal te zijn, dat ze karikaturaal worden.

Tegenover deze verpletterende alledaagsheid, die nog het meest lijkt op een Amerikaans reclamespotje uit de jaren vijftig, staat de kalme, bijna nuchtere verbeeldingswereld van Fabian, een jongetje met dwangneurotische tics. Hussaarts weet dit contrast op te voeren tot kolderieke, bij vlagen ontroerende hoogten.

Het Land dat niet bestond bestaat niet, zegt buurmeisje Esmee (Lotte Lohrengel), koketterend met nukkige realiteitszin. Maar begeleid door de suizelende muziek van Hans Thissen dwaalt Fabian toch door een wonderlijke wereld die je niet kunt aanraken, niet kunt zien. Je kunt hem alleen maar horen, dankzij het verbeeldingsprikkelende live hoorspel van muzikant Joris Erwich.

De fantasie blijkt te verleidelijk voor de fantasielozen, en als ook Fabians ouders zich laten verwonderen door het Land dat niet bestond, is Fabian hun held. Een donkere stem geeft hen bizarre opdrachten, en alleen de held weet dat je die heel precies moet uitvoeren. Hussaarts maakt hier dankbaar gebruik van kinderlijk bijgeloof (à la: niet op de lijntjes van de stoeptegels komen!), maar laat tegelijkertijd een volwassen boodschap doorschemeren: wie bijzonder is, moet zijn bijzonderheid koesteren – maar wel met mate!