Valpartijen?

Opvallend veel valpartijen ontsierden dit voorjaar de wielerkoersen Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Gent-Wevelgem. Oorzaken?

Maarten den Bakker, renner van wielerploeg Skil-Shimano: „De Kemmelberg (plaats van valpartijen tijdens Gent-Wevelgem, red.) moeten ze opnieuw bestraten. De kasseien op het stuk van de afdaling zijn er op achteruitgegaan. De valpartijen hebben ook te maken met de goede weersomstandigheden dit jaar, waardoor het peloton langer bij elkaar blijft. Bij zwaarder weer ligt het rennersveld meer uit elkaar. Als de groep dicht op elkaar zit zoals dit jaar en er valt iemand, vallen er gelijk meer. Verder is onder de top het niveau in de breedte toegenomen. Er zijn meer renners die de koersen aankunnen en aan elkaar gewaagd zijn. Die laten zich niet zomaar wegzetten en vechten voor een goed plekje in de finale. De renners staan ook onder druk van de ploegleiding om daar en daar in een koers van voren te zitten. De belangen zijn groot. Voor veel renners zijn de voorjaarsklassiekers dit jaar het belangrijkste doel.”

Erik Dekker, assistent-ploegleider Rabobank, stopte vorig jaar in zijn laatste seizoen als renner voortijdig na val in Tour de France: „Het komt hoofdzakelijk door de strijd in het peloton. Bij wedstrijden in de ProTour zijn de belangen groot. Het deelnemersveld in de ProTour, met tweehonderd renners aan de start, is groot. Het niveau in het peloton is wat genivelleerd, waardoor het tijdens de koers moeilijk is voor renners om het verschil te maken. Bij belangrijke punten in een koers rijden meer renners op dezelfde plek en is het dringen, met het risico van valpartijen. De trend is ook een beetje dat in de finales van koersen een groter aantal renners meerijdt. De infrastructuur van koersen, met steeds meer rotondes en vluchtheuvels, is ook een factor. Misschien is het allemaal wel te veel van het goede en moeten ploegen met minder renners starten.”

Max van Heeswijk, Raborenner, afgelopen week zevende in Gent-Wevelgem: „De concurrentie in het peloton zit steeds dichter bij elkaar, waardoor het op belangrijke punten in een koers drukker is. Voor de finale van een koers wil iedereen van voren zitten. Sommige renners rijden een beetje onbesuisd en kennen geen grenzen. Het is ieder voor zich, er is minder onderling respect. Dat is er de laatste jaren een beetje ingeslopen, mede door de grote belangen in de ProTour. Vroeger hadden de renners meer ontzag voor elkaar en werd er meer opgekeken tegen oudere renners. Er werd onderling meer gepraat. Nu doen renners vaak wat zonder iets te zeggen.”

Michel Wuyts, wielercommentator Vlaamse omroep VRT: „Van een trend wil ik niet spreken, het aantal valpartijen vertoont een golfbeweging. Het is wel zo dat steeds meer renners in staat zijn de finale van een koers te halen. Als de renners opeengepropt rijden, krijg je problemen. Verder is het rijden op een fiets met een frame én velgen van carbon, vragen om problemen. Het is keihard materiaal dat klappen minder goed absorbeert dan aluminium of staal, waardoor je eerder gaat stuiteren. De Kemmelberg is aan een ingreep toe. De valpartijen en gewonden daar zijn een weerkerend fenomeen. Misschien moeten ze het klim- en daalgedeelte omdraaien. Het deelnemersveld vind ik niet te groot. Men moet op zoek naar oplossingen in het parkoers, maar dat is geen gemakkelijk issue. Als je het parkoers verlegt, haal je iets van de charme en traditie van een klassieker weg.”

Patrick Lefevere, manager Belgische wielerformatie Quickstep: „Er zijn niet meer valpartijen dan vroeger. De vele valpartijen dit voorjaar zijn toeval. Ik zie geen verband. Het is betreurenswaardig dat er gewonden zijn gevallen bij Gent-Wevelgem. Maar het gedoe om de Kemmelberg is overdreven. De renners reden te kort op elkaar en sommigen panikeerden. De bidonhouders van carbon laten wel makkelijker los dan de aluminium houders, zodat de kans op valpartijen groter is. De finales zijn dit jaar wat drukker door het goede weer. Er zijn minder renners die er tijdens de koers afwaaien.”