‘Uiteindelijk trek je toch aan het langste eind’

Harm Schilder (33) is pastoor van de Emmausparochie in Tilburg. Het parochiebestuur vindt hem „te Rooms in de leer”. Van het stadhuis mag hij ’s ochtends de klokken niet meer luiden. „Dus zet ik de schakelaar aan van de klok. Het beieren neemt een aanvang.”

Pastoor Harm Schilder: „Ik ga naar een priesterdiner om Pasen te vieren. Lekker eten en drinken, en ja: ook de sigaren komen op tafel” Foto Leo van Velzen Tilburg, 12-04-07. Pastoor Harm Schilder, voor zijn kerk. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van
Harm Schilder

Witte donderdag 5 april

Vandaag luid ik de klok niet. Niet omdat het niet mag van de gemeente, maar omdat er geen ochtendmis is. We vieren vanavond pas Witte Donderdag, waarop we de instelling van de Eucharistie en van het Priesterschap gedenken.

Voor de zekerheid maak ik om 7.00 uur de kerk toch maar open en bid ik in de dagkapel de Lauden (het kerkelijk morgengebed). Terwijl ik nog bezig ben met de hymne ‘Pange lingua’, hoor ik iemand binnenkomen. Hij kijkt door het zijraam. Ik zing rustig door. De man komt binnen en laat weten dat hij het zingen mooi vindt. „Gaat u alstublieft verder.” Na de hymne stel ik voor om wat samen te bidden. Het blijkt dat de man wil biechten, maar hij weet niet hoe. Het is zijn eerste biecht. „Ik heb alle Tien Geboden overtreden. Ik weet niet waar ik moet beginnen.” „Mooi zo”, antwoord ik, „en als er Elf Geboden waren en u die overtreden had, zou u ook moeten biechten. Ik zal u wel helpen.” Het blijkt dat de man hooguit de helft van de Tien Geboden heeft overtreden. Na de absolutie ga ik hardop verder met de Lauden, in het bijzijn van de reine ziel. Heel bijzonder.

Terug in de pastorie blijkt dat de waterleiding lek is. Breken of nieuwe leidingen? Het wordt het laatste. Maar het kan pas na Pasen gedaan worden. Zodoende zit ik nu zonder water. Pannen en kannen en ketels staan op het aanrecht.

Er wordt een bloemstuk bezorgd. „Voor de pastoor. Wij bidden voor u.” Dat heeft waarschijnlijk te maken met de problemen rond de klok in de ene parochie en het kerkbestuur in de andere parochie. Een bloemetje is dan wel bemoedigend.

Ondertussen komen de kosters binnen om alles klaar te zetten voor Witte Donderdag. En passant pompen ze ook het water uit de kelder. Na de koffie spoed ik mij naar de Deken, om de H. Olie op te halen. Die is gisteravond gewijd door de Bisschop, in de kathedraal. De olievaatjes voor de parochie zijn speciaal gepoetst met zilverpoets.

Onderweg naar huis koop ik nog wat nieuwe batterijen voor de afstandsbediening van de garage. Een heel verschil, stroom halen of genade…

De huishoudster is vandaag vrij, dus ik zet een gerecht in de magnetron. Daarna breng ik de H. Communie aan enkele zieken, die niet naar de kerk kunnen komen. Gelukkig heb ik eraan gedacht voor hen ook een palmtakje mee te brengen, vanwege Palmzondag.

Daarna eindelijk tijd om de preken voor de komende dagen voor te bereiden. Als de eerste af is, wordt er gebeld. Of ik een parochiaan die in een hospice ligt de laatste sacramenten wil toedienen. Heel graag. Dat zijn kostbare momenten. Wel moeilijk, maar de mensen waarderen het enorm als je hun stervenden bijstaat. En zijzelf ook, als ze nog bij kennis zijn.

Vanavond nog een vergadering met de liturgiegroepen. Eigenlijk niet zo geslaagd op Witte Donderdag, maar ja, er stonden dringende zaken op de agenda. En als het meezit, zijn we met een uur klaar.

Goede Vrijdag

Vanochtend weer vroeg de kerk opengedaan. De kerk is kaal. Na de plechtigheden van Witte Donderdag worden alle beelden en kandelaars en dergelijke van het priesterkoor verwijderd. De kerk doet dan denken aan het graf van Christus. Ook het tabernakel is leeg.

Vandaag gaf een gepensioneerde schooljuffrouw mij een brief. Ze schrijft: „Margarita, (zo heet de kerkklok) misschien hoor jij bij de klokken die in de toren de oorlog hebben overleefd. Of ben je met vele lotgenoten door de vijand geroofd om oorlogstuig van je te maken? Wat werd het stil - akelig stil - jarenlang! We misten zo je welluidend meeleven met het wel en wee in ons mensenleven. Na de oorlog werkten we allen mee aan een ‘herrijzend Nederland’. Daarbij werden ook kosten noch moeite gespaard om weer klokken in onze torens te hangen. Dat was een feest, telkens weer! Ze werden gedoopt, kregen een naam en een opdracht. En nu Margarita, je wilt het niet geloven, wil de gemeente, die niet schroomt steeds meer lawaaierige evenementen naar zich toe te trekken, jou het zwijgen opleggen door te dreigen met een dwangsom bij elke klank? Margarita, wees dapper! Ga door met het aankondigen van elke nieuwe dag, om zo maar door God geschonken, om niet. Een dag vol tijd om er iets moois van te maken voor onszelf en onze medemensen.”

De juffrouw geeft me ook een beeldje van Sint Willibrord cadeau. Heel toepasselijk, omdat we opnieuw in een missieland lijken te wonen. In Bakel, waar ik vandaan kom, was Willibrord van zo ongeveer alles de patroonheilige. Ik ga het beeldje in de lege nis bij de voordeur plaatsen.

Na de plechtigheden van Goede Vrijdag bezoek ik een bevriend echtpaar. Zij is zwanger. Heel mooi. Hij helpt mee met een geloofscursus voor studenten. Samen hebben we gezellig gepraat. Op naar Pasen.

Stille Zaterdag en Eerste Paasdag

In de Margarita Mariakerk (die van de klokken) hangen vrijwilligers zaterdagmorgen wit-gele banen op voor het paasfeest. Om 12 uur drink ik met de mannen een borrel, conform de oude traditie dat dan de vastentijd voorbij is. Erg gezellig.

’s Middags leg ik de laatste hand aan mijn preken. De eerste paaswake is in het verzorgingstehuis De Reyshoeve, met het parochiekoor van de Reeshof. De bewoners genieten mateloos van de zang. Een enkeling dirigeert zelfs mee. Hier en daar rolt een traan. Mijn preek gaat over het belang van een goede band tussen parochie en verzorgingstehuis. Dat valt in hele goede aarde. Helaas wordt tijdens de paaswake de fiets van een koorlid gestolen.

De paaswake in de parochie gaat ook goed, zij het dat er niet zoveel mensen in de kerk zitten. Misschien komt dat doordat het plaatselijke krantje de mistijden niet heeft opgenomen. Maar in de gespannen situatie waarin de parochie zit, denk je al gauw aan een terugval qua kerkgang. Dat blijkt op eerste Paasdag gelukkig niet het geval te zijn. Een volle kerk en een goede sfeer. Na de Mis moet ik vlug naar de andere kerk om nog even bij de paaskoffie daar te zijn. Er zijn kinderen gekomen om in de pastorietuin paaseieren te zoeken. Dat verloopt ontzettend leuk, zeker als het mooi weer is.

Daarna ga ik naar een priesterdiner om Pasen te vieren. Lekker eten en drinken, en ja: ook de sigaren kwamen op tafel.

Tweede Paasdag

Ik ga naar mijn ouders om hen zalig Pasen te wensen. De familie was de dag ervoor gekomen. Wel fijn om even je ouders voor jezelf alleen te hebben. Ze leven erg mee met mijn pastoraat. Mijn moeder zegt altijd: „Jouw parochianen zijn onze kleinkinderen.” ’s Avonds bidden we samen de rozenkrans. Ik raak even in een dip. De drukte heeft toch zijn tol geëist, alsmede de ontevredenheid bij sommige parochianen over mijn functioneren. Heel rustig rijd ik weer naar huis, genietend van polyfone muziek.

Dinsdag 10 april

‘s Morgens om half acht weer de ochtendmis. Dus zet ik de schakelaar om van de klok. Het beieren neemt een aanvang. Ik mag de mensen volgens de Nederlandse wet oproepen tot gebed, ook al is de gemeente het daar niet mee eens.

Later die ochtend een uitvaart van C. Bousardt, bekende figuur onder de Nederlandse clerus. Hij ontwierp paramenten (kerkelijke gewaden). Met drie priesters en een diaken aan het altaar vieren we de Requiemmis, opgeluisterd door het Heikes Mannenkoor. Het was bijzonder devoot en stijlvol. Na afloop even gepraat met de collega’s. Het blijkt dat ook zij het niet altijd gemakkelijk hebben. De één heeft gezondheidsklachten en de ander roeit in zijn regio tegen de stroom in. De overledene van die dag is wat dat betreft een voorbeeld. Hij kon niet tegen onrechtvaardigheid en kwam op voor kwaliteit. Daar heeft hij zijn leven lang voor gevochten. Als ik terugdenk aan de vele mensen die bij de uitvaart waren, ofschoon hij alleenstaande was, dan weet ik wat uiteindelijk waardering oogst. Het is alleen jammer dat mensen soms eerst moeten sterven voordat dit inzicht doorbreekt. Maar, was dat bij Onze Lieve Heer ook niet zo?

’s Middags ga ik een stuk fietsen met een bevriende pastoor. Heel aangenaam. Het eerste wat ik doe als ik bij hem kom, is een siësta houden op de bank. Hij maakt ondertussen een partijtje schaak met de computer af. „Dit getuigt van een nog hogere graad van vriendschap dan wanneer je je benen bij iemand op de tafel mag leggen”, zeg ik bij mijn ontwaken. Nu op de fiets! De fietstocht gaat door de Drunense duinen. Ik denk dat mensen uit de duinen niet alleen zand meenemen maar ook veel zorgen achterlaten.

’s Avonds een vergadering met het bestuur dat het vertrouwen in mij heeft opgezegd. Het verloopt wat koeltjes. Toch correct dat ze gekomen zijn. Misschien is het de laatste vergadering met deze club? Dat hangt af van het tempo waarmee het bisdom de formaliteiten afhandelt. Gelukkig heb ik vier nieuwe mensen gevonden om het bestuur te versterken. Dat geeft hoop. Het zal niet gemakkelijk zijn om weer in positief vaarwater te komen, maar het is zoals iemand vol overtuiging tegen me zei: „Uiteindelijk trek je toch aan het langste eind.”

O ja, de waterleiding is bijna gerepareerd. Het water kan weer stromen…