Toerist ziet soms net zo lief Botticelli als de Keukenhof 2

Umberto Eco bepleit de bouw van culturele pretparken, volgestouwd met al dan niet verkitschte replica`s, om de echte kunstschatten te sparen en toegankelijk te houden voor de ware kunstminnaars. Die hebben dan meteen geen last meer van snoeppapiertjes rondstrooiende `holbewoners`. Nu hebben aristocratische kunstminnaars in de achttiende en negentiende eeuw oneindig veel meer schade veroorzaakt aan klassieke monumenten met hun jacht op souvenirs dan ooit veroorzaakt zal worden door rondwaaiende snoeppapiertjes, maar erger is dat Eco hier een bestaand idee lijkt te parafraseren en te presenteren als eigen inbreng.

Julian Barnes heeft een dergelijk plan namelijk al uitgewerkt in zijn hilarische boek England, England uit 1998. In dat boek zijn alle bezienswaardigheden van de Britse Eilanden als replica`s bijeengebracht op het eiland Wight, zodat toeristen in een paar dagen `alles` gezien kunnen hebben. Het is bijna niet voor te stellen dat Eco dit boek, dat hij niet noemt, niet heeft gekend, want hij gebruikt om zijn idee te onderbouwen hetzelfde voorbeeld als de fictieve initiatiefnemer in Barnes` boek: doorsneetoeristen zijn kennelijk net zo blij met een nep-David van Michelangelo, want ze nemen zelden de moeite om het echte beeld te gaan bekijken (in de Accademia).

Je kunt je overigens afvragen of een replica van de David op de originele plaats, in de open lucht op de Piazza della Signoria, niet minstens zo `authentiek` is als het origineel tussen de muren van een museum. Het is te hopen dat de hilarische fictie van Barnes geen werkelijkheid gaat worden via de status die Umberto Eco aankleeft.