Sociologie als vechtsport

Sociale problemen verdwijnen in het westen letterlijk achter slot en grendel, betoogt socioloog Loïc Wacquant. Nederland volgt het Amerikaanse voorbeeld van ‘zero tolerance’. Terwijl is aangetoond dat het niet werkt. Ellie Smolenaars

“Mijn vroegere sparringpartner met boksen”, vertelt hoogleraar sociologie Loïc Wacquant zijn publiek in Rotterdam, “groeide op in een jeugdbende in Chicago. Hij zat zes jaar in de gevangenis voor een gewapende overval. Toen hij eruit kwam, wilde hij nog steeds geen slavenbaantjes accepteren en verdween weer voor zes jaar achter de tralies. Nog één veroordeling en hij had levenslang gekregen. Een week voor hij werd vrijgelaten schreef hij mij – en ironisch genoeg was dat de week voor ik dit boek afschreef – ‘deze keer moet ik een slavenbaantje nemen’. Hij heeft twee kinderen en wil ze zien opgroeien.”

Loïc Wacquant was begin maart kort op tournee door Nederland met zijn boek Straf de Armen. Springerig als een bokser beweegt de socioloog zich voor het Rotterdamse publiek. Hij is in het zwart gekleed en zijn Engels vloeit met Franse snelheid. Een plastic speelgoedgeweer ligt op tafel en breekt de spanning. Wacquant is hoogleraar sociologie aan de University of California, Berkeley, én verbonden aan het Parijse Centre de Sociologie Européenne. In Chicago bokste hij begin jaren negentig in de Woodlawn Boys Club met jongeren uit het zwarte getto.

“In het geval van mijn sparringpartner werkte strafrecht zoals het door de staat bedoeld wordt”, vertelt hij in zijn lezing.

Wacquant karakteriseert de westerse samenleving als een straffende maatschappij, een penal society. Sociale problemen verdwijnen letterlijk achter slot en grendel. “We hebben een complex systeem van strafrecht, gevangenissen, instellingen. Alles bedoeld om de samenleving veiliger te maken. Maar bestraffing maakt juist de sociale problemen onzichtbaar”, zegt Wacquant. Straf de Armen begint hij met een citaat van Friedrich Engels uit 1845: “De hedendaagse samenleving kweekt vijandschap tussen elk individu en alle anderen en ontketent zo een sociale oorlog van iedereen tegen iedereen.”

voogdij

De opsluitcijfers staven Wacquants analyse. Het welvarende Amerika van Clinton sloot bijna twee keer zoveel mensen op als het apartheidsregime van Zuid-Afrika tegen het einde van de burgeroorlog: 648 gedetineerden per 100.000 inwoners, tegen 369 in Zuid-Afrika. De staat Californië hevelde midden jaren negentig geld voor onderwijs over naar gevangenissen. In 2000 zaten bijna twee miljoen Amerikanen gevangen, terwijl in totaal 6,5 miljoen Amerikanen, inclusief de voorwaardelijk vrijgelatenen, onder strafrechtelijke voogdij leefden. Dat is drie procent van de Amerikaanse bevolking, en één op de twintig mannen, of één op de tien zwarten. De meest recente Amerikaanse cijfers van de US Department of Justice, gepubliceerd begin 2007, liggen met 737 gedetineerden per 100.000 zeven tot acht keer hoger dan in Europa.

De opsluitingsrage is echter niet louter Amerikaans. Ook in Nederland waren de opgeslotenen nog nooit zo talrijk. Het inwonertal van een kleine stad, zo’n 16.000 mensen, zit gevangen. Nederland telde, volgens de meest gebruikte World Prison Population List, 100 gevangenen per 100.000 inwoners. In West-Europa deelt Nederland in de periode 1999-2003 met Italië daarmee de vierde plaats, na het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Spanje. In 2006 overigens daalde de gevangenisbevolking in Nederland voor het eerst sinds 33 jaar.

Wat zegt dit over onze samenleving? En over ons? Loïc Wacquant betoogt in zijn lezing op verontwaardigde toon: “We hebben een criminologische houding aangenomen. We zien criminelen als moeilijke mensen waarmee ferm moet worden omgegaan, in plaats van als slachtoffers van de omstandigheden die geholpen moeten worden.”

In Wacquants veiligheidsmaatschappij komen twee sociologische tradities bij elkaar, vertelt in hij in een vraaggesprek na afloop van de lezing. De traditie van Marx, die straf ziet als een middel tot controle van de armen, en de traditie van Émile Durkheim en Wacquants leermeester Pierre Bourdieu, waarin het strafsysteem staat voor symbolen die de grenzen in de samenleving bepalen tussen goed en slecht. Dat zijn de grenzen tussen mensen die sympathie en hulp verdienen, en degenen die dat niet verdienen. Wacquant ziet steeds dezelfde betekenissen opduiken: in de bijstand, in de gevangenissen, in de familie, in het werk. “De dictatuur van het werk vernietigt het gezin, rolt het justitieel systeem uit en duwt mensen in slechte – slaven – baantjes.”

En terwijl steeds meer mensen achter slot en grendel verdwijnen, beleven burgers de wereld als steeds onveiliger. “Het nieuws is een aaneenschakeling van: een pedofiele leraar hier, een kindermoord daar, jongeren die een buslijn terroriseren. En er is de onkunde van de overheid die er niets aan doet. In alle Europese landen zijn links en rechts broederlijk verenigd in hun analyse van het angstklimaat. “Maar”, relativeert Wacquant, “geweld was er altijd. In brede kring is bekend dat de veiligheidsbeleving fors afwijkt van de werkelijke criminaliteitscijfers. En de misdaad zelf is afgenomen.”

Meer opsluitingen en minder misdaad? Wacquant constateert dat de stijging van het aantal opsluitingen aan het einde van de vorige eeuw gepaard ging met een daling van het aantal officieel geregistreerde geweldsdelicten. Zo namen in New York tussen 1988 en 2002 alle misdrijven tegen eigendommen – overvallen en diefstal – af. Dat gebeurde los van het optreden van politie en gerecht, zo toont Wacquant. In New York daalde de misdaad al drie jaar voor burgemeester ‘Zero Tolerance’ Giuliani aan de macht kwam. Minder geweldsdelicten in de grote Amerikaanse steden hangt volgens hem samen met de economische groei, de demografische ontwikkeling – minder jongeren – en het verdwijnen van crack als modedrug.

In de wetenschap is de relatie tussen hard optreden, minder geweld en meer veiligheid al lang ontzenuwd. Het is eerder omgekeerd, meer opsluiting leidt op den duur tot meer criminaliteit. Wacquant in zijn lezing: “We hebben een hyperactieve overheid en we juichen concurrentie toe. We leven in een neodarwinistische samenleving, waarin niet de sterkste natuur zegeviert, maar de sterkste marktpartij.” De linkse partijen in Europa willen de zwakken beschermen, maar sluiten hen op in een soort opleiding tot crimineel.

nultolerantie

Kritiek uit de Franse socioloog op de groepen ambtenaren en politici die in de rij staan voor een werkbezoek aan New York om het strenge nultolerantie-regime te volgen. Terwijl daar slechte praktijkwetenschap wordt toegepast op een Amerikaanse realiteit. De Amerikanen hebben al zowat een monopolie op de Nobelprijs voor de economie, verzucht Wacquant, nu lijkt ook nog een Amerikaans monopolie in pseudo-criminologie te ontstaan. “Fetishist science”, noemt Wacquant het.

En waar is de Nederlandse traditie, vraagt Wacquant zich in Rotterdam af. Stond Nederland niet bekend om tolerantie en een humaan strafbeleid?

Met spijt in zijn stem bevestigt René van Swaaningen het Atlantis van het tolerante Nederland. De bijzonder hoogleraar internationaal vergelijkende criminologie aan de Erasmus Universiteit constateert dat de stemming in Nederland is omgeslagen. Binnenkort verschijnt mede van zijn hand het boek The Road to Dystopia, over de Nederlandse criminologische geschiedenis. De lage landen werden al in 1784 genoemd als lichtpunt waar het gaat om gevangenissen en strafhervormingen. Het eindigt waar Van Swaaningen staaft dat anno 2007 Nederland goedkoop gebouwde cellen heeft, de samenleving gefocust is op beveiliging, justitiële crises geen uitzondering meer zijn en Nederland samen met Engeland de snelste groei in het aantal gevangenen kent en ook haar tolerante reputatie kwijt is. En dat gebeurde rap, in zo’n vijftien jaar tijd.

te soft

Uit internationaal onderzoek is het sterke verband bekend tussen angst voor misdaad en opsluiting. Een angstige samenleving sluit mensen sneller op. Van Swaaningen bevestigt het ontbreken van een verband tussen gerapporteerde misdaad en opsluiting: ook al “gaat dat volledig tegen de common sense in”. “We dachten dat we in Nederland grote problemen hadden, omdat we te soft waren”, zegt hij. “Maar dat heeft er niets mee te maken. Er is geen relatie tussen gevangenisstatistieken en hoe streng je bent. Wel een relatie met de sociaal-economische en politieke ontwikkelingen.” En, voegt hij er later aan toe: “Wetenschap wordt te vaak als schaamlapje gebruikt om er legitimiteit mee te winnen. Met name als criminaliteit een sterk maatschappelijk thema is, zoals in de verkiezingen van 2002, is de criminologie gevoeliger voor selectief gebruik. Naar zero tolerance is heel goed onderzoek gedaan, de wetenschap was er behoorlijk kritisch over, maar in de politiek hoorde je toen weinig weerwoord.”

Straf de Armen is radicaal opgeschreven. Vindt Van Swaaningen dat Loïc Wacquant de Amerikaanse dominantie overdrijft? “Wacquant gaat soms wat kort door de bocht”, aldus Van Swaaningen. “Niet alles heeft met de Amerikaanse dominantie te maken. Maar de vraag is wel: wanneer het Rotterdamse stadsbestuur op zero tolerance-excursie naar New York gaat, waarom doen ze dat? Het zou eerder andersom moeten zijn. In Nederland was niet veel criminaliteit én een milder strafklimaat. Ze zouden hier op bezoek moeten komen. Dat heeft niks met Amerikaanse dominantie te maken, maar met advertising power.”

tv-serie

CSI staat voor Crime Scene Investigation en is een populaire Amerikaanse tv-serie. “Voor nogal wat jongeren is het de reden om criminologie te gaan studeren”, zegt Van Swaaningen. “De mentaliteit is totaal veranderd. Wij wilden vroeger als studenten de wereld rechtvaardiger maken. Nu willen studenten de criminaliteit bestrijden.”

De studentenaantallen criminologie groeien net zo snel als de cellen. Zo’n 1.500 studenten criminologie telt Nederland. Rotterdam stelde in 2004 een numerus fixus in. Om goed onderwijs te kunnen blijven bieden, maar ook omdat de arbeidsmarkt geen honderden afgestudeerde criminologen per jaar zou kunnen opnemen. En te veel studenten hadden een verkeerd – lees CSI – beeld van de studie criminologie. “Criminologie is juist een echte sociale wetenschap”, zegt Van Swaaningen. “Niet altijd direct relevant voor opspoorders.” De nieuwe mastersopleiding in Maastricht ‘Forensica, criminologie en rechtspleging’ is dat volgens de Rotterdamse criminoloog wel. “Sociologie is vaag, rechten is te droog en criminologie is concreet.”

Loïc Wacquant bevestigt de populariteit van criminologie. “Criminologie is het snelst groeiende vak in de Amerikaanse academische wereld.” En waarom? “De arbeidsmarkt natuurlijk. Het is een groeiend segment van de overheid, een nieuwe culturele industrie. De strafmaatschappij heeft een miljoen banen geschapen.” Volgens Wacquant zou een goede sociologie daar niet aan mee moeten doen. “Sociologie onttovert de wereld. Het laat ons zien hoe de wereld in elkaar steekt, maar vooral hoe anders het zou kunnen zijn, en dat we de mogelijkheden hebben om de wereld te veranderen.”

Vertegenwoordigt de boksende Fransman de terugkeer van de kritische sociologie? Wacquant moet daar erg om lachen. “Sociologie is noodzakelijkerwijze kritisch. Omdat het de sociale wereld laat zien zoals zij is en de machtsbalans laat zien. Ik wil dat lezers en burgers zich afvragen: hoe zien wij de wereld? Sociologie is geen technische bijsluiter om het beleid te faciliteren.”