Rondje Krommenie

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Vandaag over dijken van de Stelling van Amsterdam

Tussen de zwanen, meeuwen, ganzen en een reiger drukt een flamingo de knieën bij elkaar als een meisje dat vreest dat haar rok te kort is. De vogels zitten achter het gaas van Vogelopvang Zaanstreek. De flamingo komt uit Broek in Waterland, vertelt een van de vogelopvangers. Hij heeft een verlegen snor. Daar houden de mensen „in die villa’s” flamingo’s in hun vijvers, weet hij. Zo’n beest ontsnapt en niemand let er meer op. Dat hij dat gemeen vindt, zegt hij niet. Maar ik hoor het wel.

In 1963, vertelt hij, „besloten we eens iets te doen voor de vogels” die ziek of gewond worden gevonden. „Deze kunnen we van de zomer gaan loslaten.” En de flamingo? „Die doen we op het wad. Het klimaat hè, daar komen er steeds meer, dat komt wel goed. Ziet u dat eendje? Die schuift aan.”

Er zijn meer vogels aan de andere kant van het hek geland.

„Komen die voor de gezelligheid?”

„Ja. Die krijgen ook een stukje brood.”

De betekenis van mensen als hij is dat de wereld zo slecht nog niet kan zijn.

De wandelroute volgt de oude dijken van de Stelling van Amsterdam. Het is een militair monument. Als je oplet herken je de oude forten in het landschap. Het water, dat zo gedwee golfjes maakt in vriendelijke meren en in het land gefiguurzaagde vaarten, kon worden losgelaten als de vijand naderde.

De oorlog is weg, er is alleen nog wat sluipmoord: schoongelikte ganzeneierschalen verraden de struikroverij van een vos, een schoon uitgepikte visgraat verraadt hetzelfde van een reiger. De staart lustte hij niet, die ligt er los naast.

Wandelen gaat hier over stille asfaltpaden met ver zicht. In de bermen steken cohorten bloeiend groothoefblad hun roze vaandels op. Ja, dat bedrijventerrein vergalt de horizon. Maar van dichtbij is het ook een vriendelijke chaos, met tussen de rommelgebouwtjes stoelen om buiten te zitten en ervóór bootjes om een stukje te varen.

Man stelt weer eens vast dat grutto’s inderdaad zeggen hoe ze heten. Ze herhalen zichzelf en geven hem gelijk.

Riet. Gras. Hek. Plas. Narcissen kriebelen de wilgen tussen hun tenen. Groenhouten gevels maken rijtjes onder wolken die met zware magen in het hemelblauw zwemmen. Er wordt gekikkerd en gekievit. Een kraai bewaakt een paal, een eend past op haar negen zwemmende snavelbollen. Dit is Noord-Hollands waterland en het voorjaar dendert er rond.

In het voorjaar durf je meer. Drie jongetjes van een jaar of 13 zitten op een bankje en roken samen één dikke sigaar.

14,8 km. Route nr. 6 uit: Joost Vermeulen en Lia Vriend-Vendel: ‘Verboden kringen. 34 wandelingen rond de Stelling van Amsterdam.’ Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 2007. Prijs 14,50 euro.