Risicogedrag bij pubers zichtbaar in hersengebied

Pubers vertonen risicogedrag, maar de een meer dan de ander. Dance Valley 2002 Spaarnwoude Er werd veel Barcardi Breezer gedronken. 3-8-02 Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Pubers met een onbedwingbare neiging om risico’s te nemen, hebben een hogere activiteit in een ‘beloningscentrum’ in de hersenen tijdens spannende momenten dan hun risico mijdende leeftijdsgenoten. Dit hersengebied speelt ook een rol bij het inschatten van de gevolgen van gevaarlijk gedrag (Developmental Science, maart 2007).

Pubers zijn impulsiever en nemen grotere risico’s dan kinderen of volwassenen, dat was al bekend. Maar de een neemt meer risico’s dan de ander en maakt daardoor ook meer kans een verkeersongeluk te veroorzaken of te vervallen in drugsmisbruik of roekeloos seksueel gedrag. Onderzoekers schrijven die verhoogde impulsiviteit bij pubers sinds kort toe aan de langzame uitrijping van de voorhoofdskwab. Die is pas volgroeid na het twintigste jaar.

Maar een onvolgroeide voorhoofdskwab, of een verhoogde impulsiviteit, kan niet de enige verklaring zijn voor riskant pubergedrag, dachten psychobiologe Adriana Galvan en haar collega’s van het Weil Medical College of Cornell University. Want dan zouden jongere kinderen, die een nog minder ver ontwikkelde voorhoofdskwab hebben, nog meer risico’s nemen.

Bij volwassenen is een ander gebied, de accumbens kern, actief bij riskante keuzes in geldspelletjes, blijkt uit hersenscanonderzoek. Hetzelfde gebied, dat diep midden in het brein ligt, is ook betrokken bij beloning en verslaving. Onlangs bleek dat bij pubers die accumbens kern sterk actief is als ze iets doen dat een mooie beloning oplevert.

In Galvans onderzoek zaten tien volwassenen tussen 23 en 29 jaar, zeven adolescenten tussen 13 en 17 jaar, en negen kinderen tussen 7 en 11 jaar. Met vragenlijsten bepaalde ze hoeveel risico de deelnemers namen, welke gevolgen ze daarvan verwachtten en hoe impulsief ze waren. Ze moesten bijvoorbeeld aangeven hoe waarschijnlijk het was dat ze het komende half jaar veel gingen drinken, riskante seks zouden hebben, gevaarlijk werk zouden doen of risicovolle sporten zouden beoefenen. De vragen over seks en drugs kregen de jonge kinderen niet. Vervolgens gingen de deelnemers de functional magnetic resonance imaging (fMRI)-scanner in en deden daar een computerspelletje waar geld mee te winnen was.

De accumbens kern was actiever bij volwassenen en pubers die aangegeven hadden dat ze waarschijnlijk risicovolle dingen zouden gaan doen. Vooral bij volwassenen en pubers die verwachtten dat hun spannende gedrag positieve gevolgen zou hebben, was de accumbens kern actief. Bij kinderen was dit niet zo. Zij verwachtten eerder negatieve gevolgen en hadden dan een minder actieve kern. Al waren bij hen ook gradaties te zien, net als bij de groep pubers natuurlijk. Niki Korteweg