Ons Genoegen

In 1929 togen de tabaksboeren met hooivorken naar villa Ons Genoegen. Rentmeester Wijnbergen, die er toen woonde, had in een van de achterkamers zijn particuliere bank. Met het spaargeld van de boeren speculeerde hij op de beurs. Toen de boeren erachter kwamen dat hun kapitaal de Krach niet had overleefd, was de rentemeester zijn leven niet meer zeker in het anders zo vredige kasteeldorp. Er zijn nog maar weinig Amerongers die zich deze zwarte dag herinneren. Tabaksboeren zijn er ook niet meer. Hun oude schuren zijn door nieuwkomers uit de stad verbouwd tot woonhuizen.

Een kasteelheer of -dame is er evenmin. De laatste barones verliet het dorp zo’n twintig jaar geleden. Niet tot ieders verdriet overigens, want onder de Bentincks bevonden zich een paar akelige potentaten. Dat zijn ze in het dorp nog niet vergeten.

Wanneer de Vrienden van het Kasteel geld ophalen voor de restauratie, houden veel autochtonen de hand op de knip. Want het kasteel uit 1286 bestaat nog steeds. ’s Zomers komen er toeristen op af. Ze fietsen vanaf de dijk het lommerrijke dorp binnen en strijken neer op de veranda van café-restaurant Buitenlust, dat al meer dan 100 jaar bestaat.

Naast Buitenlust staat Villa Ons Genoegen, een neorenaissancistisch huis uit 1901, toen die stijl eigenlijk al uit de mode was. Het is een ouderwets huis, met een voordeur in het midden en ramen aan weerszijden. Boven de voordeur is een halfrond fronton en daarboven zit een trapgeveltje. Op oude foto’s zie je dat diezelfde frontons vroeger ook boven de twee dakkapellen aan de voorkant zaten, maar ze zijn verdwenen. De wraak van boze tabaksboeren? Vond de rentmeester ze misschien niet mooi? Of waren het de bewoners uit de jaren zeventig die in een vlaag van modernisme wel meer authentieke details om zeep hielpen?

Als je de voordeur opent, weet je al wat je binnen zult zien. Een vestibule met dubbele tochtdeuren, een lange gang met marmeren tegels op de vloer, kamers en een grote woonkeuken aan weerszijden van de gang. Vanuit de keuken kom je in de wijnkelder en de bijkeuken. Boven zijn vier slaapkamers – met kraalschrootjes – en een badkamer.

Achter het huis is een grote tuin, waar krielkippen rondscharrelen. Zelf zitten de bewoners graag vóór het huis, op het grind onder de beuken.

Wilma van Hoeflaken

Foto Luciana Caputo