Niet meer klagen, maar doen!

Japke-d. Bouma

Hans Adriaansens, oprichter van University College in Utrecht en nu baas van de Roosevelt Academy in Middelburg, vindt dat universiteiten minder zouden moeten klagen over het niveau van studenten.

Neemt het niveau van studenten af, de laatste jaren?

“Ik verdenk de mensen die erover klagen ervan, vergeten te zijn wat hun eigen niveau was toen ze achttien, negentien jaar oud waren. Ik betwijfel of ze toen het niveau hadden gehaald van de papers en de essays die ik momenteel van mijn studenten binnenkrijg. Ik heb laatst mijn eigen doctoraalscriptie weer eens doorgelezen, waarop ik in 1969 nota bene cum laude ben afgestudeerd, in de sociologie. Die zou nu niet meer dan een aardige bachelorscriptie zijn.”

De klagers overdrijven?

“Als het al zo is dat het niveau van studenten afneemt, dóe er dan wat aan als universiteit.”

Dat gebeurt toch al? Veel universiteiten organiseren bijspijkerklassen.

“Dat is heel mooi, maar ze zouden veel meer moeten doen. Momenteel is het onderwijs op de universiteit veel te massaal, studenten verdrinken in de anonimiteit. Mijn stelling is dat studenten beter gaan presteren als ze hun docenten en medestudenten in de ogen kunnen kijken. Ze zijn vaak nog heel gemotiveerd als ze beginnen met hun studie. Maar dat is na drie weken in de massa vaak al voorbij.”

U denkt dat studenten taaltoetsen slecht maken omdat ze niet gemotiveerd zijn?

“Dat is onzin. Mijn wedervraag zou zijn, maakten studenten deze toetsen tien jaar geleden ook al? En deden ze het toen beter? Dat weten we niet.”

Hoe kun je studenten beter motiveren in hun eerste jaar?

“Door het onderwijs kleinschaliger te organiseren, zeker in de bachelorfase. Dáár moet het talent gekweekt worden. Ik zie op mijn eigen colleges dat het kan.”

Hoe weet u dat ú op de juiste weg zit?

“Omdat onze studenten zich voor de beste masterprogramma’s weten te kwalificeren. En ik zie dat steeds meer universiteiten colleges oprichten zoals de onze. Maastricht kende al een veel kleinschaliger benadering van het onderwijs. In Tilburg komt nu ook een college, maar ook in Leiden en Amsterdam zijn ze ermee bezig.”

Hoe ziet de ideale bachelor eruit?

“Bij ons krijgen ze ten minste zestien tot twintig contacturen per week. Verder schrijven onze studenten veel. Ik schreef vroeger hooguit twee of drie papers tijdens mijn studie, onze studenten schrijven er zo’n honderd in drie jaar. Ze zijn gemiddeld 56 uur per week van de straat. Grootschalig georganiseerde faculteiten kunnen zich dat niet permitteren. Als je aan vijfhonderd man een paper vraagt, moet je ze ook nakijken. Die capaciteit hebben veel universiteiten niet.”

Er heerst toch een zesjescultuur onder studenten?

“Dat is niet waar. Studenten willen hard werken. Maar om er alles uit te halen, moet je studenten direct op docenten binden. Het is een illusie dat je de verantwoordelijkheid voor het studieresultaat louter op de studenten kan afschuiven.”

We hebben een nieuwe minister van Onderwijs die uit de wetenschap komt. Kan hij iets doen?

“De bachelorfase zou een aparte bekostiging moeten krijgen, en niet louter moeten worden bezien als afgeleide van een mastersprogramma. Nu komen universiteiten in de verleiding het geld dat ze eigenlijk voor de bachelorfase moeten bestemmen, in de masterfase te stoppen. Verder moeten we af van de plafondfinanciering in het wetenschappelijk onderwijs. Deze komt er, grofweg gezegd, op neer dat als het rendement van universiteiten toeneemt, ze minder geld krijgen per student omdat ze blijkbaar efficiënter geworden zijn. Dat is een pervers principe. Wat dat betreft ben ik niet tegen het basisidee van de leerrechten, namelijk dat als een ontevreden student overstapt naar een andere universiteit, de financiering hem zou moeten volgen.”

De minister moet dus aan het werk.

“Weet u, eigenlijk vind ik dat de universiteiten zélf meer zouden moeten doen. Het University College en de Roosevelt Academy zijn beiden tot stand gekomen zonder dat er ook maar iets aan bekostiging of regelgeving is gewijzigd. Dus het is mogelijk.”