Mini-urnen met dierenpootjesmotief

Veronique Bernaards en haar partner bestieren dierenbegraafplaats en -crematorium Viviana. „Zeven jaar is gemiddeld nodig om een lichaampje te laten vergaan.”

Fier kraait de haan, een pauw antwoordt met schrille roep. Dierenbegraafplaats en -crematorium Viviana in Prinsenbeek ademt een landelijke rust. Andere bezoekers zijn er deze ochtend niet, maar een geheel onder verse rozen, lelies en wit lint bedekt graf getuigt van een recent afscheid. Tussen de bomen liggen de doden broederlijk bijeen, ‘teer geliefd en onvergeten’: Harry (‘ons zonnetje’), Brenda (‘we missen je zoals de woestijn de regen mist’), Charlie, Knabbel, ‘lieve’ Lievie (‘2 weken’), ‘dappere en sterke’ Bruno, Biru (‘ons kattekind’), Clippy (‘ons ontploft matras’) en tal van andere beminde honden en katten, vogels en knaagdieren. Ze hebben een laatste rustplaats gevonden onder bemoste grindtegels, zwerfkeitjes, gedenkplaten van graniet en marmer en zerken die zijn voorzien van ingelijste foto’s, cherubijntjes, dierenbeeldjes, vazen, kunstbloemen, lantarens en een enkele groen uitgeslagen teddybeer.

„De band met huisdieren is steeds hechter geworden”, zegt Veronique Bernaards (36), die belast is met het coördineren van de dagelijkse gang van zaken in het uitvaartcentrum. „Vroeger gebruikte men de hond voor de bewaking en de poes om muizen te vangen. Nu zijn ze er voor het gezelschap en de vriendschap. Eigenaren hebben er veel meer voor over, ook in financiële zin. Kijk maar naar alle kosten die ze maken bij de dierenarts om hun huisdier zo lang mogelijk bij zich te houden. Een goed verzorgd afscheid hoort daar ook bij. Ik vind het heel naar als iemand een overleden dier zomaar bij de dierenarts achterlaat. Ze worden daar in kliko’s verzameld en naar een destructiebedrijf gebracht waar ook de paarden, koeien en varkens verwerkt worden.”

Bernaards laat haar eigen dieren liever begraven dan cremeren. Op de begraafplaats, waarvan haar partner sinds 1990 eigenaar is, liggen inmiddels een hond en een parkiet. Ook is er een graf voor het struisvogeljong dat met de hand is groot gebracht en door haar vriend in zijn borstzak is rondgedragen, maar op een dag dood werd aangetroffen. Aanvankelijk, zegt ze, stond op het terrein een honden- en kattenpension. De eigenaar begroef er zijn eigen dieren en op verzoek van zijn clientèle kregen ook hun dieren er een plekje. Zo ontstond in 1978 begraafplaats Viviana.

In de daaropvolgende jaren begon de belangstelling voor begraven echter terug te lopen en nam de vraag naar cremeren steeds meer toe. Anders dan in Amerika waar dierencrematoria al vlak na de Tweede Wereldoorlog bestonden, getuige Evelyn Waughs in Californië gesitueerde satire The loved one (1948) waarin dierencrematorium The Happier Hunting Ground een onvergetelijke rol speelt, was het fenomeen in Nederland heel lang nauwelijks bekend. Zo beschrijft Jan Wolkers in zijn in 1982 verschenen roman De junival hoe hij zijn overleden kat Voske bij gebrek aan een alternatief laat cremeren in de oven van een pathologisch laboratorium die doorgaans gebruikt wordt om ‘gesloopte proefdieren’ te verbranden.

Inmiddels is cremeren aan de orde van de dag en zijn veel dierenbegraafplaatsen gesloten, aldus Veronique Bernaards. Ook zij en haar partner zijn een crematorium begonnen. Daarvoor hebben ze in 2001 op het terrein een nieuw gebouw laten neerzetten dat oogt als een Belgische villa.

„We zijn nu één van de weinigen die zowel cremeren als begraven. Maar winstgevend is een begraafplaats niet: gemiddeld hebben we één à twee begrafenissen per week.

„Een poes laten begraven kost 117 euro, een grote hond is 146 euro. Daarbij inbegrepen is een kistje van spaanplaat en een zwart-wit genopte grindtegel met een plastic tekstplaatje. We houden het standaard sober om het voor iedereen betaalbaar te maken, maar het is natuurlijk uit te breiden met luxe dingen. We werken met een mensenkistenfabriek die ook kisten op maat maakt. Alles is mogelijk: kisten in verschillende houtsoorten, met bekleding, opgewerkte deksel, koperbeslag en een dure granieten steen – een begrafenis loopt dan al gauw tegen de duizend euro.

„Het grafrecht moet apart betaald worden. Klanten zijn verplicht een huurovereenkomst te tekenen: na de eerste twee jaar moeten ze het graf nog minimaal vijf jaar huren. Zeven jaar is gemiddeld nodig om een lichaampje te laten vergaan. Langer huren kan altijd. Er is een mevrouw die in haar testament heeft vastgelegd dat het graf van haar huisdier nog vijftig jaar na haar dood intact moet blijven. Als je de kosten van het grafrecht bij het begraven telt, is begraven voor de klant een stuk duurder dan cremeren.’’

De eigenaar die zijn dier wil laten cremeren kan bij Viviana kiezen tussen een individuele of een gezamenlijke crematie. Dat laatste is goedkoper – 43 euro voor een poes en 90,50 voor een grote hond – en in dat geval wordt de as uitgestrooid op een strooiveldje op de begraafplaats. Aangezien de mogelijkheden om dieren te cremeren in de ons omringende landen nog steeds ‘minimaal’ zijn, zegt Bernaards, krijgen ze soms klanten uit België. Ook hun ‘persoonlijke benadering’ trekt mensen van verder weg.

„We zijn een klein bedrijf dat uitsluitend met vrijwilligers werkt. We hebben maar één ruimte waar we iedere klant privacy geven. We willen voor iedereen de tijd nemen zodat ze hun verhaal kwijt kunnen. Vaak vinden mensen het prettig om nog met mij te praten. Het is voor velen een emotionele gebeurtenis, vooral als het om jonge dieren gaat die plotseling zijn gestorven door ziekte of omdat ze bijvoorbeeld voor de ogen van de eigenaar zijn doodgereden. Er was hier een meneer die graag zijn hart wilde luchten toen hij zijn parkietje liet cremeren. De parkiet had hij aan zijn vrouw gegeven toen ze kanker kreeg en ziek thuis lag. Na haar overlijden was de vogel de laatste tastbare herinnering aan haar.

„Bij grotere crematoria krijgen klanten vaak een bepaalde tijd om afscheid te nemen. Als ze langer willen blijven, moeten ze bijbetalen. Daar is het meer lopendebandwerk met verschillende crematies op een dag in meerdere ruimtes. Ik heb een poos als vrijwilligster bij de dierenambulance gewerkt, zodoende kwam ik weleens in een crematorium, maar als je er niets te zoeken hebt, kom je er niet makkelijk binnen. Het is een gesloten branche. Ik denk dat men bang is voor concurrentie. Wij organiseren eens in de zoveel tijd een open dag voor geïnteresseerden. De eerste keer liep het storm. Voordat we opengingen stonden de mensen al te wachten terwijl het goot van de regen en ze bleven komen tot ver na sluitingstijd.’’

Veel uitvaartcentra hebben een ‘koele steriele inrichting’ zegt ze. In Viviana is gekozen voor een huiskamerachtig interieur met een ‘warme uitstraling’ die mede bepaald wordt door een voorkeur voor kunst uit Thailand. Oosterse begroetingsfiguren, houten leeuwen en olifanten en stenen hondjes decoreren de zithoek in de ontvangstruimte waar de koffie- en theekopjes uitnodigend klaar staan. De verlichting is gedimd, uit de speakers komt zacht, ijl gezang.

In de belendende afscheidsruimte heeft men de gelegenheid het huisdier ‘in alle rust’ vaarwel te zeggen. Een doos Kleenex staat discreet klaar, mocht de eigenaar zijn emoties niet de baas kunnen – en dat gebeurt vaak, zegt ze. „Hun dier ligt hier in een mand of kist op tafel. We proberen hem of haar zo mooi mogelijk neer te leggen zodat de eigenaren een positieve laatste herinnering hebben. De hulpmiddelen die er voor mensen zijn om bijvoorbeeld bloedingen te stelpen zijn er niet voor dieren. We kunnen ze wel netjes borstelen, want als ze ziek zijn geweest is dat er vaak bij ingeschoten.”

Een gordijn aan de muur verbergt een solide deur die toegang biedt tot een gekoelde ruimte. Hier liggen de dieren die niet direct gecremeerd of begraven worden, in plastic bakken voorzien van kaartjes met alle gegevens. Een grote grijs-zwart gevlekte hond, een kruising tussen een labrador en een Duitse staander, ligt in zijn mand alsof hij bij de minste aanraking zal ontwaken; van een andere hond die door zijn eigenaresse in een lichtblauwe deken is gewikkeld is alleen een puntje van de staart te zien.

De crematieoven bevindt zich eveneens achter een gordijn in de afscheidsruimte. Hoewel hij een dag geleden voor het laatst is gebruikt, is de warmte nog voelbaar. „We zijn bezig met een tweede oven omdat het steeds drukker wordt en ook omdat we geen klanten kunnen ontvangen als de oven aanstaat – dat maakt lawaai. Als een lichaam gecremeerd is, gaat de as in een as-cremulator die ook de laatste stukjes bot fijn plet en dan houd je de as over die mensen mee naar huis krijgen.’’

Naast de bamboe strooikoker is er een keur van hangertjes, sierurnen en mini-urntjes waar men de as in kan bewaren. Een wandkast is gevuld met tientallen exemplaren, vormgegeven als vazen, beeldjes, piramides en al dan niet bedrukt met dierenpootjesmotief.

„Om dit werk te kunnen doen, moet je van dieren houden, anders kun je je niet inleven in het verdriet van de eigenaren. Geregeld hoor je van klanten dat er op het werk of in hun omgeving wordt gegniffeld als ze hier komen, maar dat zijn altijd mensen die zelf geen dieren hebben. Ze vinden zo’n crematie of begrafenis overdreven en zeggen: ‘dan ga je toch een nieuwe poes of hond halen?’ Die opmerking is cru. Het is hetzelfde als iemand een miskraam krijgt en er gezegd wordt: ‘je bent nog jong genoeg om het opnieuw te proberen’. Soms halen wij het huisdier op bij de dierenarts en komt de eigenaar zelf niet omdat hij het te moeilijk vindt. Maar meestal is men er wel bij en af en toe komt ook de familie of de oppas van de hond mee. Het is dankbaar werk. We krijgen naderhand vaak kaartjes van mensen die schrijven dat het afscheid hier hen geholpen heeft het verdriet te beperken.”