Liefde voor de Helvetica is een lichtvoetig geloof

De Zwitserse letter Helvetica beleeft dit jaar zijn vijftigjarig jubileum.

De opvallend onopvallende schreefloze letter wordt nog steeds veelvuldig toegepast door curatoren en ontwerpers.

De Zwitserse letter Helvetica is een stijlicoon van de twintigste eeuw, vergelijkbaar met de Citroën DS, Chanel No. 5 en de I-Mac. Maar waar de DS voorgoed geschiedenis is geworden, behoort de Helvetica tot de huisstijl van ondernemingen als Comme des Garçons en Nestlé.

Dit jaar bestaat de letter vijftig jaar en het lustrum van de schreefloze letter met een zakelijke uitstraling wordt groots gevierd. De Amerikaanse regisseur Gary Hustwit heeft de documentaire Helvetica gemaakt. De film maakt een wereldreis en wordt aan het begin van de zomer vertoond in Amsterdam, compleet met een paneldiscussie en een dansfeest. Het Museum of Modern Art in New York heeft vorige week de overzichttentoonstelling 50 Years of Helvetica geopend.

„De Helvetica is opvallend onopvallend en daardoor goed bruikbaar om te gebruiken naast de beeldende kunst”, zegt curator Marten Jongema van het Stedelijk Museum. De museumlocatie bij het station is royaal beplakt met de letters. „De contouren interfereren niet met de afbeeldingen.” En dat maakt de letter zo aantrekkelijk, zegt de ontwerper Wim Crouwel, die de Helvetica in Nederland groot maakte: „De letter is neutraal, heeft geen eigen uitdrukking. Daardoor komt de boodschap van het ontwerp helderder over.”

De Helvetica werd in 1957 ontworpen door de Zwitserse grafisch vormgever Max Miedinger, die werd geïnspireerd door de Akzidenz Grotesk. Deze schreefloze letter was destijds populair in Zwitserland en had ook de aandacht van Nederlandse ontwerpers. „In Nederland zaten we toen vast aan de paar letters van de twee grote leveranciers”, vertelt Crouwel. „Om die reden fotografeerden we vaak de koppen uit Zwitserse kranten en gebruikten die voor affiches.” De Helvetica werd via Duitsland wel internationaal verspreid. „Een uitkomst voor ons”, zegt Crouwel.

De verspreiding van de Helvetica viel volgens Jongema in de „vruchtbare aarde van het modernisme” dat in de jaren zestig opleefde. Ontwerpers als Crouwel maakten op affiches een soort tweedimensionale sculpturen van deze letters. De Provo-beweging (1965-1967) gebruikte de neutrale letter voor haar ontregelende boodschappen. „Amerikaanse ondernemingen stortten zich op de letter om in een paar jaar tijd af te rekenen met decennia waardeloze vormgeving”, zegt de Duitse vormgever en typograaf Erik Spiekermann.

Spiekermann is geen liefhebber van de Helvetica: „De letter is niet goed, en niet slecht – de letter is een soort grondstof voor sommige vormgevers, zoals de suiker in je keuken.” De Nederlandse typograaf Gerard Unger, die zelf verschillende letters ontwierp, gaat een stapje verder: „Op klein formaat, dus in wat langere teksten, is de letter slecht leesbaar; de boogjes in bijvoorbeeld de ‘s’ zijn te krap..”

De Helvetica is in de loop van de jaren zeventig dan ook verdrongen door de Univers, een Duitse letter uit 1958. De Univers is de eerste letter die in alle gedaanten even groot is, waardoor de typografie niet ‘springerig’ is. De Helvetica is verder op de achtergrond geraakt toen ontwerpers op de computer zelf tal van nieuwe letters zijn gaan maken. „Deutsche Bahn was het laatste grote bedrijf in Duitsland met de Helvetica; DB is onlangs overgaan op mijn letter”, zegt Spiekermann tevreden.

In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië is de letter nog wel in trek, onder meer bij bedrijven als Intel en American Airlines. De letter beleeft in Nederland sinds enkele jaren een comeback. Zo zijn de jonge ontwerpers van het Nederlandse bureau Experimental Jetset fans van de Helvetica. Ze gebruiken de letter kwistig, onder meer op T-shirts en op affiches van De theatercompagnie. Het ontwerpbureau heeft „geen tijd” voor een telefonische toelichting.

Deze populariteit van de Helvetica verbaast typograaf Unger nogal: „De Times New Roman (1932) wordt veel meer gebruikt, terwijl de Futura (1927) veel meer karakter heeft.” Unger kan zich vinden in de vergelijking met Heineken: niet het meest gedronken en niet het beste, wel het beroemdste bier. „De Helvetica is een sterk merk, meer een cultureel fenomeen dan een letter”, zegt Spiekermann. „De liefde voor de Helvetica is een religie, een lichtvoetig geloof.”