‘Juliana dramde uit overtuiging’

Lambert Giebels (71) reconstrueerde de Greet Hofmans-affaire en concludeert: de koning kan geen deel uitmaken van de regering. ‘Koningin Juliana had dat Hofmans-mens bepaaldelijk niet nodig voor al dat vredesgedoe.’

De monarchie scheerde vijftig jaar geleden langs de afgrond door de Greet Hofmans-affaire. Toch was gebedsgenezeres Hofmans geen Raspoetin aan het hof.

Ze was wel een praatpaal voor de pacifistische koningin Juliana die uit overtuiging dramde, staat in het boek dat historicus Lambert Giebels (71) over de kwestie schreef. De affaire Hofmans is volgens hem omvangrijker dan gedacht wordt en hij noemt het kabinet Drees medeschuldig.

In De Greet Hofmans-affaire spreekt Giebels vrijuit over het Nederlandse koningshuis: Juliana was een beminnelijke baboesjka die tegelijkertijd de vloer kon aanvegen met ministers; Bernhard leed aan pseudologia fantastica; Beatrix is te mechanisch en heeft niet het vermogen om zich geliefd te maken en Máxima is een fantastische meid maar kan met haar twee paspoorten geen koningin zijn. En: de Hofmans-affaire maakt duidelijk dat het koningschap gedepolitiseerd moet worden. Het boek kwam er ondanks tegenwerking van Beatrix.

Bent u tevreden over het boek?

„Ja, ik heb het nog eens een paar keer herlezen. Het zit compositorisch goed in elkaar. Ik meen dat ik voor het eerst de affaire in zijn geheel ontrafel.”

Hoe weet u dat u de affaire ontrafeld hebt als u het dossier van de commissie Beel (zie kader), die de kwestie onderzocht, niet heeft kunnen zien?

„Ik heb veel informatie uit het archief van oud-premier Gerbrandy, lid van de commissie. Natuurlijk houd ik het voor mogelijk dat ik bepaalde informatie niet heb, maar ik heb de overtuiging dat het niets wezenlijks zou toevoegen.”

U had de goedkeuring van prins Bernhard om het dossier van de commissie in te zien. Toch hield koningin Beatrix de inzage tegen. Waarom deed ze dat?

„Het is me nog steeds duister. Ik noem in mijn boek een mogelijke verklaring. Beatrix heeft zelf een rol gespeeld in de kwestie. Was het tot echtscheiding en abdicatie gekomen, dan had zij haar moeder moeten opvolgen. Het kan zijn dat ze in gesprekken met de commissie dingen gezegd heeft waaraan ze niet graag herinnerd wordt.”

Maar ze heeft het dossier anderhalf jaar geleden wel aan historicus Cees Fasseur gegeven, om een ‘wetenschappelijk verantwoorde en uitvoerig geannoteerde monografie’ te schrijven.

„Ik denk dat Beatrix het graag onder controle wil houden. Fasseur geniet als biograaf van Wilhelmina vertrouwen.

Het is ook de vraag of hij alles mag publiceren. Beatrix kan op grond van de Archiefwet eisen dat passages over nog levende personen geschrapt worden. Overigens geeft Fasseur de indruk dat hij alle vrijheid heeft opgeëist. Van de andere kant: hij laat ook niet het achterste van zijn tong zien. Ik heb wel contact met hem. Hij las mijn manuscript en heeft me voor een paar uitglijders behoed.”

De titel van uw boek luidt ‘De Greet Hofmans-affaire’. Maar in het eerste hoofdstuk schrijft u dat het eigenlijk niet de Greet Hofmans-affaire is, maar de kwestie Soestdijk.

„Ik had ook een andere titel bedacht: ‘Van de affaire Greet Hofmans naar de kwestie Soestdijk’. Maar de uitgever wilde per se die andere titel. Hij ziet dat als een verkoopargument.”

Legt u eens uit waarom het niet de Greet Hofmans-affaire is, maar de kwestie Soestdijk.

„Toen ik alles gereconstrueerd had, bleek dat er al bijna acht jaar problemen waren vóórdat in 1956 gepubliceerd werd over de Greet Hofmans-affaire. Dat was eigenlijk het begin van het einde van een lange reeks conflicten.

Eigenlijk spelen er twee dingen door elkaar. Allereerst was er een aaneenrijging van conflicten tussen koningin Juliana en premier Willem Drees en diens kabinetten. Daarnaast had je de verwijdering tussen prins Bernhard en koningin Juliana die op een scheiding dreigde uit te lopen.”

Drees zag de gebedsgenezeres Greet Hofmans als aanstichter van alle problemen.

„Volgens mij was dat niet het geval. Hofmans was meer een stoorzender. Uit mijn reconstructie blijkt dat Drees zelf mede schuld had aan de escalatie door niet tijdig in te grijpen. Hij zag het lang als een privé-aangelegenheid.

Bernhard op zijn beurt beschouwde Hofmans als de splijtzwam van zijn huwelijk. Dat maakte Drees en Bernhard tot natuurlijke bondgenoten.”

Waarom had Drees geen gelijk om Greet Hofmans als aanstichtster te zien?

„Drees dacht dat Hofmans achter het gedram van Juliana zat. Hij achtte haar verantwoordelijk voor de pacifistische redevoeringen die Juliana in Amerika hield. Volgens hem had zij Juliana ook aangeraden Bernhard uit de Bilderbergconferentie [confidentiële bijeenkomsten van invloedrijke figuren over internationale kwesties] te halen.”

Kwam het gedram van Juliana zelf?

„Ja, vanuit haar overtuiging. Ze was geweldig pacifistisch. Toenmalig minister Luns vertelde mij: ‘Koningin Juliana had dat Hofmans-mens bepaaldelijk niet nodig voor al dat vredesgedoe’.”

Dat is ook uw indruk?

„Ja. Juliana zocht wel een bevestiging van haar mening bij Hofmans. Zij was haar praatpaal.”

Hofmans als praatpaal van Juliana?

„Eén van de praatpalen. Er waren er meer in haar hofhouding. Hofmans is ten onrechte vergeleken met Raspoetin. Politiek zei haar namelijk niks, ze verkeerde in hogere sferen.”

Hoe ging het er aan toe aan het hof?

„Dat wordt geïllustreerd door de paparassen van het paleis Soestdijk die Cees Fasseur heeft. Dozen vol. Daartussen zitten de schrijfsels van Juliana en Bernhard. Hun verhouding was in de jaren vijftig zo geëscaleerd dat ze ieder een eigen vleugel van het paleis bewoonden. Ze stuurden briefjes van de ene kant naar de andere.

Bernhard vertelde ooit zelf over een briefje van Juliana met de tekst: ‘Wil je aub het huis verlaten?’ Waarop Bernhard geantwoord zou hebben: ‘Alleen met mijn voeten eerst’.

Het waren twee werelden onder één dak. Het symbool daarvan waren de Oude Loo-conferenties waaraan Juliana deelnam, en de Bilderbergconferenties, waaraan Bernhard deelnam. Een dramatische tegenstelling: een religieus pacifistische club tegenover een realistisch Atlantische club.

Bernhard wist hoe de hazen liepen. Daar had Juliana geen idee van. Die dacht dat het met een vredesboodschap allemaal goed kwam. Haar pacifistische toespraken in Amerika waren aandoenlijk. Juliana dacht: ‘Ik heb het gezegd, het staat in de krant, en nu gaat er iets veranderen’. Bernhard wist beter.”

Juliana was wat naïef?

„Dat vind ik een understatement. Ze had overigens twee gezichten, dat vond ik verrassend om te ontdekken. Voor de massa was ze een beminnelijke baboesjka. Het beviel de mensen dat ze zo gewoon was. Tegen iedereen zei ze: ‘Zegt u maar gewoon mevrouw, hoor’.

Tegelijkertijd kon ze de vloer aanvegen met ministers, blijkt uit mijn reconstructie. In beide rollen was ze authentiek. Ze bezat het vermogen om zich volledig in te leven in de posities die ze moest innemen.”

Bernhard genoot een zekere populariteit, maar had eveneens het imago van womanizer. In latere interviews geeft hij enkele buitenechtelijke relaties toe, maar zegt hij ook dat „mammie”, Juliana, daar weinig problemen mee had.

„Bernhard had de neiging om zijn perceptie van gebeurtenissen als werkelijkheid te zien. In mijn boek omschrijf ik dat als pseudologia fantastica. Een voorbeeld is zijn bewering dat Juliana het prima vond dat hij zijn maîtresse meenam als de koninklijke familie op wintersport ging.”

U eindigt uw boek met de constatering dat Willem-Alexander en Máxima „alles in zich hebben om Oranje niet alleen populair maar ook geliefd te maken zoals ten tijden van koningin Juliana”. Wat doet koningin Beatrix niet goed?

„Beatrix heeft niet dat vermogen om zich geliefd te maken. Zij is te mechanisch. Ze is de manager-koning. Een premier die manager is, is prima. Maar een koning moet de gevoelens van het volk vertolken. Het Oranjegevoel koesteren.”

Dat doet ze niet?

„Het is niet haar core business. Ze is het best in management. Neem de hofhouding. In de tijd van Juliana was dat een liefelijke chaos. Beatrix maakte er een geolied hofbedrijf van, met achthonderd medewerkers. Wat dat geen geld kost!”

Het past ook helemaal niet in uw visie op het koningschap, las ik in de slotbeschouwing van uw boek.

„De kwestie Soestdijk leert dat in een volwassen parlementaire democratie de koning geen deel moet uitmaken van de regering, laat staan regeringshoofd moet zijn. In de meeste monarchieën neemt de koning geen deel aan de regering.”

U schrijft dat het laten samengaan van een parlementaire democratie met een constitutionele monarchie lijkt op een opgave als die van het tekenen van een vierkante cirkel.

„Monarchie en parlementaire democratie gaan alleen samen als het koningschap wordt gedepolitiseerd.

Een voorbeeld. De koningin vormt de spil bij kabinetsformaties, hoewel dat niet berust op een staatsrechtelijke regeling.

Neem de laatste formatie. Beatrix schijnt formateur Wijffels zelf aangezocht te hebben. Dat behoort niet de taak van de koningin te zijn. Als het Wijffels moet worden, moet de politiek dat willen.

Wijffels beschouwde zich als verlengstuk van de koningin. Hij heeft het verdorie bestaan om weken niks te zeggen tegen de Kamer, terwijl hij de vorderingen wel ging bespreken met de koningin.

Maar let op, ik ben geen republikein. Ik kan me een ceremoniële koning goed voorstellen. Dat is inderdaad linten doorknippen en lintjes uitreiken. Maar er is meer mogelijk. Een ceremoniële koning kan best voorzitter van de Raad van State zijn. Ik ga zelfs zover dat voor een ceremoniële koning niet eens ministeriële verantwoordelijkheid nodig is. Laat het over aan de goede smaak van de koningin wat wel en niet kan, zou ik zeggen.”

U wilt de kwestie liefst snel regelen, begrijp ik?

„Inderdaad, de naderende troonswisseling is de kans om het ceremonieel koningschap in te voeren. Dan moet er nu een staatscommissie komen. Ook is een grondwetsherziening nodig. Daarom zou er een brede discussie moeten komen over de grondwet. Die is voor het laatst in 1983 herzien.

Er zijn meer onderdelen die nog eens bekeken kunnen worden. Bijvoorbeeld de artikelen over non-discriminatie versus vrijheid van meningsuiting, en het onderwijsartikel. Zo zijn er nog wel een paar. Er wordt nog altijd boven nieuwe wetten geschreven: ‘Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden’. Moet dat blijven? De aanhef heeft de smaak van hooghartigheid van een ouderwetse vorst jegens zijn onderdanen, die slecht past bij een moderne democratie en bij onze geseculariseerde samenleving.”

Groot onderhoud van de grondwet dus?

„Dat hoop ik met mijn boek te initiëren.”

Denkt u dat de politiek de monarchie wil aanpassen?

„Ik zal u zeggen. Ik heb Jan Marijnissen gevraagd om het eerste exemplaar van mijn boek aan te nemen. Dat heeft hij geweigerd. Ik vreesde dat al. De SP is de meest republikeinse club, maar vóór de verkiezingen heeft Marijnissen snel zijn standpunt gewijzigd. Weet u, misschien is mijn grootste supporter wel Willem-Alexander.”

Dat hoopt u of denkt u?

„Dat denk ik. Want heeft die man er lol in om de hele dag stukken te gaan lezen en ministers te ondervragen? Hij zou bovendien zijn watermanagement moeten opgeven, want dat kan niet meer als hij deel is van de regering.

Wordt hij echter ceremonieel koning, dan heeft hij al dat rotwerk van zijn moeder niet en kan hij blijven scoren op dat terrein waar hij zich kennelijk thuis voelt. Bovendien heeft een ceremoniële koning meer mogelijkheden om zich te profileren. En dan is er natuurlijk de eervolle taak om het Oranjegevoel uit te dragen.”

Is de bevolking het met u eens is, denk u?

„Goeie vraag. Volgende vraag. Kijk, het is voor de gevormde leek nog wel te begrijpen, maar de doorsnee krantenlezer snapt er weinig van, vrees ik.”

Het is moeilijk uit te leggen?

„Ik heb het zo goed mogelijk uitgelegd in mijn boek. Maar het koningshuis ligt gevoelig. Kijk naar de discussie over de dubbele nationaliteit van de twee staatssecretarissen. Niemand durfde de dubbele nationaliteit van Máxima ter discussie te stellen.

Stel je voor dat wij straks een Argentijns-Nederlandse koningin hebben. Een Argentijns-Nederlandse Oranje! Argentinië is een product van Spanje. We hebben ons daar tachtig jaar tegen verzet en nu zou een Spaanse nazaat op de troon komen?”

Is Máxima niet het voorbeeld dat je ook met twee paspoorten kunt integreren en loyaal kunt zijn?

„Ja, maar niet om koningin te zijn. Ik vind haar een fantastische meid, maar dat is een brug te ver. Ze zou als Argentijns-Nederlandse draagster worden van de Oranje-erfenis. Ik vind dat een bezwaar.”

Is dat het volgende punt van Geert Wilders?

„Dat durft hij niet aan. Niemand durft dat aan.”